Start ] Omhoog ]

Mijn meneer

Boekbespreking door T. Rivas

Ted van Lieshout. Mijn meneer. Amsterdam/Antwerpen: Querido, 2012. ISBN 978-90-214-4202-0.


In tijden waarin de meesten het niet eens wagen om het verbod op Vereniging Martijn ter discussie te stellen, heeft schrijver, dichter en tekenaar Ted van Lieshout het in zijn boek Mijn meneer aangedurfd een genuanceerd beeld te schetsen van een pedofiele relatie waar hij zelf als kind bij betrokken was. In feite is dit de tweede keer, omdat hij er in 1999 al het boekje Zeer kleine liefde over publiceerde. 

Wat beide werken gemeen hebben is dat ze prettig leesbaar, boeiend en ontroerend zijn. Er is echter ook een belangrijk inhoudelijk verschil. In dit nieuwe boek krijgt men veel meer zicht op de manier waarop de relatie zich ontwikkelde vanuit het perspectief van de elfjarige Ted, zoals die tot uiting komt in zijn brieven aan de heilige maagd Maria.

Het eerste wat de gemiddelde lezer tegenwoordig zal opvallen is dat de relatie 'vrijwillig' lijkt te zijn geweest. Ted werd bijvoorbeeld niet de bosjes in gesleurd en bruut verkracht en hij werd ook niet gechanteerd met dreigementen dat de volwassen vriend zijn ouders zou vermoorden als hij niet in zou gaan op diens seksuele avances. 

De vraag is echter of het hier wel daadwerkelijk om een vrijwillige pedofiele relatie ging. Dat ligt uiteraard aan de definitie van zo'n relatie. 

  • Als je vindt dat het ontbreken van fysieke dwang en chantage automatisch gelijkstaat aan vrijwilligheid was dit inderdaad een vrijwillige relatie. 
  • Als je echter stelt dat een relatie pas vrijwillig mag heten als er geen belangrijke onvrijwillige momenten in voorkomen, waarop de volwassene over de persoonlijke grenzen van het kind heen gaat, dan was het geen vrijwillige relatie. 

Helaas heb ik namelijk moeten constateren dat de 'meneer' van Ted zijn persoonlijke grenzen onvoldoende heeft gerespecteerd. Dit blijkt met name uit de volgende ervaring waarbij Ted zijn meneer associeert met een hitsige hengst (in de Vijftiende Brief): 

“Het ging hem erom zijn piemel in dat andere paard te krijgen en nergens anders om. Het leek of meneer iets aan het proberen was wat erop leek. 'O, Tedje,' fluisterde meneer. Hij duwde zijn heupen naar mijn gezicht toe en kwam met zijn ding tegen mijn wang aan, wat ik helemaal niét leuk vond. Zo dichtbij vond ik het vies. 

Ik draaide met mijn hoofd heen en weer om hem dat duidelijk te maken, maar hij leek het niet te begrijpen. Ik dacht even dat hij zijn ding in mijn mond wilde stoppen, want hij duwde het topje ervan tegen mijn lippen en wreef er zachtjes overheen. Gelukkig ging hij niet verder. Wel sleepte hij zijn eikel over mijn wang en mijn oor. […] 

Met zijn ballen bleef hij net boven mijn borst hangen. Het scheelde niet veel of hij ging boven op me zitten. Ik voelde me helemaal onder hem gevangen. Met zijn vrije hand tilde hij mijn hoofd op en trok het naar zijn piel toe. Ik hield op slag mijn adem in en probeerde me los te worstelen, maar meneer greep me vast alsof zijn vingers van staal waren. 

Plotseling ging hij harder hijgen, begon zijn hand in mijn nek te trillen, werd het een ogenblik doodstil... en toen slaakte hij een paar kreten en kreunen alsof het pijlen waren die afgeschoten werden. Ik proestte en haalde heel snel een paar keer adem. Met mijn hand streek ik langs mijn wang. Toen ik naar mijn vingers keek zat er snotachtig spul aan. Meneer duwde mijn hoofd opnieuw tegen zijn buik aan en hij schokte nog een paar keer met zijn lichaam. 

Ik vond het ontzettend vies en ik was ook kwaad. Hij had gezegd dat ik nooit hoefde te doen wat ik niet wilde, en dit wilde ik niet, maar hij had zich er niets van aangetrokken!” 

Ik heb begrip voor de loyaliteit van Ted van Lieshout jegens zijn meneer omdat de relatie zeker meer inhield dan alleen dit soort negatieve gebeurtenissen, maar volgens mij beschrijft hij hier een (relatief lichte) vorm van seksueel misbruik. 

Ik begrijp eerlijk gezegd niet hoe hij in het nawoord kan schrijven (ervan uitgaande dat deze ervaring niet berust op literaire verbeelding):

“Naar de letter van de wet ben ik destijds aangerand, al heb ik dat zelf niet zo ervaren, omdat ik nooit gedwongen werd, hooguit gemanipuleerd.” 

Naar mijn mening gaat de boven geciteerde ervaring echt verder dan louter manipulatie. 

Ook in een ander opzicht vind ik de relatie tussen Ted en zijn meneer geen goed voorbeeld van een pedofiele relatie die ethisch verantwoord zou mogen heten. De erotiek werd namelijk onvoldoende van tevoren besproken en ging niet primair uit van het kind, maar van de volwassene. 

Dit gebeurde vooral binnen het kader van diverse sessies modeltekenen, waarbij eerst de kleren van meneer en uiteindelijk ook die van Ted uitgingen, gevolgd door intieme aanrakingen. 

Ted heeft als elfjarige al een duidelijke homoseksuele voorkeur en ervaart het erotische contact voor een deel zeker als prettig en spannend. Maar door genoemde gebrekkige communicatie rond de erotische handelingen en de algemenere onbespreekbaarheid van zowel homoseksualiteit als pedofilie in de conservatieve, rooms-katholieke context waarbinnen de relatie zich ontwikkelde, staat Ted er ook ambigu tegenover en vindt hij zichzelf een 'vieze jongen'.

Dit geeft aan dat 

  • (a) een positieve maatschappelijke context, 
  • (b) heldere tweezijdige communicatie over de relatie (en de eventuele erotiek daarbinnen) en vooral ook 
  • (c) het bewaken van de vrijwilligheid van afzonderlijke handelingen 

onontbeerlijk zijn bij de ontwikkeling van een moreel verantwoorde pedofiele relatie. 

Ik verwijs daarbij graag naar mijn eigen boek Positive Memories

Zeker bij jonge kinderen zou in ieder geval de volwassene zelf, maar liefst ook hun ouders of verzorgers, regelmatig moeten nagaan in hoeverre er gaandeweg sprake blijft van een all-round vrijwillige relatie. 

Ted van Lieshout vraagt zich af of het zijn meneer primair om hem als persoon te doen was of dat hij slechts contact met een willekeurige aantrekkelijke jongen nastreefde. 

Die vraag is gemakkelijker te beantwoorden dan Van Lieshout – en velen met hem – lijken te denken. Als iemand werkelijk persoonlijke genegenheid of liefde voor een concrete persoon koestert, komt eventueel erotisch contact vanzelf op de tweede plaats. Voorop staat de beleving en het welzijn van de ander en de intieme emotionele band met die ander. 

Dit betekent helemaal niet dat pedo-erotische relaties 'dus' per definitie 'fout' zijn en ook niet dat alleen platonische relaties zuiver en onschuldig kunnen zijn. Maar de erotiek moet zonder uitzondering ingebed zijn in de vrijwillige relatie als geheel en daarbij horen grenzen heilig te zijn. Zodra hier geen sprake van blijkt te zijn, en de volwassene zich egoïstisch blijkt op te stellen, is er alle reden om te veronderstellen dat zijn of haar motieven niet zuiver genoeg zijn.

Natuurlijk mag de volwassene plezier en geluk beleven aan een relatie, net als een partner binnen een positieve heteroseksuele relatie ook mag denken aan zijn of haar eigen belangen daarbinnen. Maar als de ander alleen gebruikt wordt voor het eigenbelang, is het mis. Het gaat niet om de aan- of afwezigheid van erotiek, maar om ongeveinsde, oprechte genegenheid voor het kind. 

T. Rivas 

Start ] Omhoog ]