Start ] Omhoog ]

Ik was twaalf ...

Boekbespreking 

Door Titus Rivas, juli 2007

Sabine Dardenne. Ik was twaalf en ik fietste naar school: Tachtig dagen in de kelder van Dutroux. Truth & Dare, 2004. ISBN 90-499-9971-9

De Belgische verkrachter en moordenaar Marc Dutroux lijkt sinds de jaren '90 een soort archetype te zijn geworden voor 'pedofielen' in het algemeen. Het boek Ik was twaalf en ik fietste naar school van één van zijn slachtoffers, de Waalse Sabine Dardenne, vormt wat dit betreft geen tegenwicht. Ook Sabine ziet Dutroux op de eerste plaats als 'pedofiel' en schrijft onder andere:  

"Ik ben een van de weinige meisjes die aan dit soort moordenaars hebben kunnen ontsnappen. Ik wilde dit verhaal vertellen, in de hoop dat de mensen in de toekomst niet langer 'raar' naar me kijken en dat niemand me meer vragen stelt. Maar als iets me de moed heeft gegeven verslag te doen van mijn lijdensweg, dan is het wel de hoop dat hierna geen enkele rechter nog pedofielen halverwege hun straf vrijlaat vanwege 'goed gedrag' zonder verdere voorzorgsmaatregelen. Van sommigen heeft men gezegd dat ze toerekeningsvatbaar en intelligent zijn. Men stelt dat ze oordeelsbekwaam zijn, en dus ontvankelijk voor psychologische behandeling. Die houding is van een angstaanjagende naïviteit." (blz. 12)

Sabine vertoont hierbij een trekje dat je bij veel slachtoffers van traumatische ervaringen ziet, namelijk de neiging om die ervaring te veel te generaliseren naar situaties die er slechts oppervlakkig verband mee houden. Zo kan iemand die ooit gebeten is door een getergde pitbull later doodsbang zijn voor zelfs het makste, onschuldige schoothondje. 

De enige overeenkomst tussen een moordenaar en verkrachter als Marc Dutroux met alle andere 'pedofielen' is dat hij zich net als zij erotisch aangetrokken kan voelen tot kinderen. In veel andere opzichten komt hij helemaal niet overeen met de meeste 'pedofielen', zoals dat hij kinderen verkracht en mishandelt en hen maandenlang opsluit of zelfs vermoordt en dat hij zich daarnaast ook nog vergrijpt aan volwassen vrouwen. 

Uit het boek komt naar voren dat zowel Dutroux zelf als zijn vrouw Michèle Martin aan een psychiatrische stoornis moeten lijden, waardoor ze bijvoorbeeld geen realistisch beeld van zichzelf of hun slachtoffers hebben en niet  gehinderd worden door gewetensbezwaren. Zelfs wanneer men de mogelijkheid van vrijwillige en onschadelijke pedofiele relaties bij voorbaat verwerpt, blijft een generalisatie van een verwrongen persoonlijkheid als Marc Dutroux naar alle 'pedofielen' ongefundeerd.

Toch biedt dit boek veel belangrijke informatie. En dan vooral over de beleving van de eigengereide en zelfbewuste Sabine die haar ervaringen reconstrueert aan de hand van herinneringen en brieven aan haar ouders. Bijvoorbeeld dat Dutroux Sabine zo manipuleerde dat ze werkelijk geloofde dat hij haar beschermde tegen een moorddadige 'chef' van een denkbeeldige bende. Deze zou om een of andere reden wrok koesteren tegen haar vader en als hij haar in handen kreeg zou ze gruwelijk gemarteld en vermoord worden. 

Dat Dutroux het meisje onder erbarmelijke omstandigheden  in een kelder gevangen hield en haar dwong om hem op allerlei manieren seksueel te bevredigen, leek zo vooral een uitvloeisel van zijn denkbeeldige bescherming. De seks die hij van Sabine verlangde werd door Dutroux in feite voorgesteld als een soort tegenprestatie. Dit weerzinwekkende bedrog wordt bizar genoeg tot aan haar bevrijding door de Belgische politie consequent volgehouden.

Sabine wordt behalve seksueel ook nog op allerlei andere manieren mishandeld: ze wordt tijdens haar ontvoering bedwelmd, ze krijgt eenmaal in de kelder slecht te eten, ze krijgt nauwelijks de gelegenheid tot persoonlijke verzorging en heeft geen enkele privacy, ze wordt voortdurend geïntimideerd door verhalen over de moorddadige 'chef', ze verveelt zich rot en heeft nauwelijks afleiding, en ze heeft - behalve met Dutroux zelf - maandenlang geen enkel contact met anderen. 

Overigens doet haar ontvoerder alsof hij haar brieven aan haar ouders verzendt en verzint hij zelf wat ze daar op geantwoord hebben. De voortdurende eenzaamheid  leidt er uiteindelijk toe dat ze Dutroux vraagt om een vriendinnetje, wat voor hem de aanleiding vormt nog een meisje, Laetitia Delhez, te ontvoeren en in de kelder op te sluiten. 

Sabine voelt zich hier naderhand erg schuldig over, omdat ze in haar verlatenheid niet aan dit risico had gedacht. Ze kon op dat moment niet weten dat Dutroux zich al eerder schuldig had gemaakt aan verkrachting, mishandeling en zelfs moord.

Het boek blijft steeds sober en zuiver van toon. Mensen die denken dat er (sensationeel of anderszins) veel te 'smullen' valt rond het misbruik van Sabine komen gelukkig bedrogen uit. Ze vermeldt op dit punt nauwelijks details en zegt ook meermalen expliciet dat ze dingen weglaat. Ook levert ze kritiek op de manier waarop de media in België met de zaak Dutroux om zijn gegaan.

Behalve van de ellende die de auteur heeft moeten doorstaan, getuigt het boek ook van haar grote overlevingsdrang en veerkracht. Dit maakt Ik was twaalf en fietste naar school bijzonder geschikte literatuur voor iedereen die geïnteresseerd is in de problematiek rond seksueel misbruik van kinderen.

 

Start ] Omhoog ]