BoekbesprekingCharlene Lunnon & Lisa Hoodless: Het gebeurde op een dinsdagAmsterdam, De Boekerij, 2010. ISBN 9-789022-553282. Door Titus Rivas In het boek Het gebeurde op een dinsdag doen de inmiddels volwassen vriendinnen hun verhaal, daarbij geholpen door Gill Paul. Het is een geloofwaardige kroniek geworden van de gruwelijke gebeurtenissen zelf, maar ook van de nasleep daarvan en van de gevolgen voor de vriendschap tussen de twee meisjes. Daarbij krijgt de lezer telkens een wisseling van perspectief voorgeschoteld zonder dat er te veel onnodige overlapping in de afzonderlijke verhalen optreedt. Charlene blijkt al eerder het slachtoffer te zijn geworden van kindermisbruik doordat ze keer op keer werd lastig gevallen door een bekende, met name in de vorm van ongewenste betasting en seksuele spelletjes. Ze vindt dit misbruik zelfs nog erger dan de mechanische, brute verkrachtingen door de ontvoerder. Ook al deden die verkrachtingen fysiek veel meer pijn, er was in ieder geval geen sprake van een vertrouwensbreuk. Ze doet uiteindelijk aangifte van het vroegere misbruik maar dit leidt niet tot een veroordeling, wat haar bijzonder aangrijpt. Het boek leest als een spannende, maar gruwelijke detective hoewel er gelukkig geen moord in gepleegd wordt. Het blinkt uit door de psychologische zelf-analyse van de auteurs. Opvallend is onder meer dat de kinderen wel enigszins getraumatiseerd lijken door hun ontvoering maar dat het effect ervan minder allesverlammend is dan hun omgeving aanneemt. De dader bij deze zaak is een recidivist met een duidelijke psychiatrische problematiek. Hij lijkt bij vlagen de waan te hebben een soort relatie op te kunnen bouwen met de meisjes, maar springt in de praktijk telkens weer gewelddadig en gevoelloos met hen om. Hij vindt het al heel wat dat hij vaseline gebruikt om te voorkomen dat de meisjes helemaal uitscheuren. Dat ze nog steeds keihard gillen en huilen tijdens de verkrachtingen doet hem op het moment zelf verder niets. Er zijn tijdens de gevangenschap van de vriendinnen echter ook momenten dat hij schuldgevoelens uit en zichzelf als slecht mens blijkt te zien. Hij wil zelfs dat de kinderen hem in zijn gezicht slaan om hem zo te straffen voor zijn misdaden. In dit boek is minder sprake van een aanklacht tegen elke vorm van pedofilie dan men in andere werken over misbruik kan aantreffen. Dat aantrekking tot kinderen een stoornis zou zijn, lijkt echter wel een vanzelfsprekende onderliggende aanname te zijn. Maar hoe kan men dit uitgerekend misbruikslachtoffers kwalijk nemen? Lisa zegt overigens wel dat ze haar zoontje Kyle natuurlijk wil beschermen tegen misdadigers, maar zonder “zijn leven te verwoesten”. Ze wil zijn vrijheid niet te veel gaan inperken. Een wijs besluit, waar beleidsmakers nog wat van zouden kunnen leren. |