Start ] Omhoog ]

'Ik vind het voor mezelf iets wat noodzakelijk was' 

Vroege seksuele ervaringen in Nederlands Indië 

door drs. Titus Rivas 

Op zoek naar herinneringen aan vrijwillige pedofiele contacten, kwam ik mei 2007 aan het e-mail adres van ene Kadoedel (pseudoniem) die als kind in Nederlands Indië een bonafide relatie zou hebben beleefd. 
Kadoedel reageerde positief toen ik hem benaderde en mailde me vrijwel direct een aantal autobiografische notities uit een concept voor een boek over zijn leven. We spraken af om elkaar eind juni in zijn woonplaats te ontmoeten. Dit artikel is gebaseerd op het uitvoerige gesprek dat we daarbij hadden en gecorrigeerd en aangevuld door Kadoedel zelf.

Achtergronden 

Kadoedel is een gepensioneerde ingenieur, geboren in 1924 te Batavia (Nederlands Indië). Hij woonde jarenlang samen met zijn inmiddels overleden vriend. Oorspronkelijk komt hij uit een uitgebreide Nederlandse rooms-katholieke familie met bekrompen opvattingen over homoseksualiteit. Een broer heeft om die reden zelfs met hem gebroken. Inmiddels is Kadoedel geen katholiek meer, maar hij houdt er nog wel een vrijzinnig soort spiritualiteit op na die vooral draait om de natuur. Hij is bovendien overtuigd naturist. 

Kadoedel omschrijft zichzelf als een 'heet jongetje' met een sterke seksuele oerdrift die zich uitte in hevige erecties. Zijn erotische gevoelens ontwaakten al vroeg in contacten met andere jongens. Bij zogeheten 'trek- en pijpvriendjes' vond hij al vroeg bevrediging, met name terwijl ze samen ravotten in een rivier. Het was speels contact en ging gepaard met veel humor. 

'Uit mezelf zocht ik alleen seksueel contact met jongens, maar ik ben ook een keer door een meisje bevredigd. Wie de hand had die me bevredigde was niet zo belangrijk.' 

Met één van de jongens, Jantje, had hij een band die verder ging dan 'neutrale onderlinge hulp'. Ze waren echte boezemvrienden en Kadoedel betreurt het dat deze vriendschap beëindigd werd doordat zijn gezin verhuisde. Er was sprake van een hechte emotionele band. 

De baas van de pottenbakkerij 

Toen zijn contacten met een volwassen man begonnen, was Kadoedel rond de 11 à 12 jaar oud. Hij zat in een klas waarin hij veel moeite had met andere kinderen en in feite helemaal alleen stond. Kadoedel was beduidend fijngevoeliger dan de andere jongens. Hij was bijvoorbeeld veel bevattelijker voor de schoonheid van de natuur en voor muziek en vond op die punten weinig weerklank. Ook werd hij achteraf beschouwd in zekere zin emotioneel verwaarloosd door zijn ouders, die namelijk erg druk bezig waren met hun zaak. Hij voelde zich helemaal geïsoleerd. 

Bovendien ervoer hij in die periode een sterke inwendige strijd rond zijn geloof. 

'Ik moest een lieve God overboord zetten en een strenge God aannemen'. 

Hij was misdienaar, maar kreeg altijd hevige erecties tijdens de mis. Uiteraard waren er ook geen 'pijp'- en 'trekvriendjes' meer.

In deze moeilijke, eenzame tijd leerde Kadoedel Emiel, de baas van een pottenbakkerij in Bandoeng, kennen. Kadoedel had een katje van een rechterhand van deze baas gered uit een waterput, waardoor hij langzamerhand geaccepteerd werd in de pottenbakkerij. In zijn autobiografische notities schrijft Kadoedel over Emiel: 

'De eigenaar bleek achteraf niet eens zo'n kwaje, een beetje eenzelvig, gesteld om "met rust gelaten te worden", vooral als hij schilderde. Hij gedoogde mijn aanwezigheid, vooral toen hij merkte dat ik werkelijk geïnteresseerd was, en voorzag welke penseel of kwast hij nu nodig had, of schoongemaakt moest worden, later vertelde hij ook het waarom en hoe, en dus dorst ik te vragen: waarom dit zus en dat zo, tot ik tenslotte ook zelf mocht proberen.' 

Kadoedel kon zich op die manier enigszins artistiek ontwikkelen en hij herinnert zich onder andere Emiels waardering voor een speciale vaas die hij had vervaardigd. Daarbij had de jongen een methode ontwikkeld om zwarte glazuur die tot dan toe onbruikbaar leek toch goed te benutten. 

Emiel was waarschijnlijk tussen de 30 en 40 jaar oud en kind van een Europese vader en een halfbloed moeder. Hij stond bij de inlanders bekend als 'lieve oude meneer'. Emiel woonde alleen en was voor zover bekend vrijgezel. Kadoedel ging regelmatig na schooltijd bij hem op bezoek en nam dan zelfs zijn huiswerk mee. Hij kreeg langzamerhand steeds meer vertrouwen in de baas van de pottenbakkerij.

'Ik kan hem heel moeilijk beschrijven. Hij was vrijgezel, ik heb een tijdje het idee gehad dat hij homoseksueel was. Want de jongeman die er als tweede in de zaak was, is al als jonge jongen bij hem in de leer gekomen. Ze waren erg close.'

Een opmerkelijke seksuele relatie 

Na verloop van tijd nam Kadoedel het initiatief tot seksueel contact. Hij schat dat hij ongeveer een jaar of 13 was toen de seksuele relatie begon. Dit contact draaide uitsluitend om Kadoedel zelf. 

'Ik nam dus mijn huiswerk mee. In Indië lig je dikwijls gemakkelijk op een grote bank, zo in een hoek en dan zat hij in zijn stoel ernaast. Ik kreeg daarbij hoe langer hoe meer last van een stijve. Er moest iets gebeuren. Er kwamen warme, drukkende dagen en mede daarom deed ik schaarse kleding aan, maar ook om aan hem te laten zien dat ik een stijve had. 

Op een bepaalde dag voelde ik me extra hopeloos en ik vertelde hem van school, dat het weer zo vervelend was geweest. Dat was de eerste keer dat hij me aanraakte op mijn been, vlak bij de knie. En dat was dus direct bij mij: "Nou moet het gebeuren”, maar dat gebeurde nog niet. De tweede keer nog niet. 

En de keer daarop legde hij zijn hand op mijn binnendij en toen schoof ik mijn onderlijf naar voren zodat zijn hand dichter bij mijn kruis kwam. En vervolgens schoof ik mijn onderlijf nog verder naar voren zodat hij mijn ondertussen al pijnlijke stijve aanraakte. Ik heb hém dus verleid en niet andersom. Hij heeft toen duidelijk gemerkt dat ik bij die erectie vastgehouden wilde worden en wilde dat het verder ging. Maar dat heeft hij toen nog niet gedaan. Hij hield zijn hand stil om die erectie heen. Dat gaf wel een verlossend gevoel, maar die erectie bleef. 

De volgende dag ben ik weer teruggekomen. De man had de eerste dag bezwaar gemaakt tegen het contact. Maar deze dag was het gemakkelijker om er hem toe te bewegen. Ik heb het zo verklaard dat hij toch wel iets om me gaf en dat hij me daardoor dat genot gunde. 

Zo is het seksuele contact begonnen. Hij heeft me aangeraakt en bracht me uiteindelijk ook tot ejaculatie tot ik klaarkwam, maar hij deed bij zichzelf niets en hij vroeg ook niet om het bij hem te doen. Maar hij deed het wel bij mij. Elke keer dat ik het wou, deed hij het zonder morren. Ik nam altijd het initiatief wat dat betreft. 

Er is nooit contact geweest tussen zijn geslachtsdeel en mijn lichaam en zeker niet met mijn geslachtsdeel, ook niet anaal. Ik heb nooit aan zijn gezicht of ademhaling kunnen merken dat hij zelf seksueel opgewonden raakte. Hij kwam nooit klaar voor zover ik weet. Voelen of betasten liet hij ook niet toe.' 

Het werd Kadoedel mede hierdoor eigenlijk niet goed duidelijk in hoeverre de man echt pedofiele gevoelens voor hem koesterde. Emiel had hem wel eens bewonderend aangekeken, bijvoorbeeld, in verband met die vaas, maar niet zo dat Kadoedel zelf een link legde met erotiek, maar alleen met zijn prestatie. 

'Is het pedofiel of is het toegeven aan de zinnen van een jongen die overmatig in de problemen zit, een soort gunst? Ik heb hem pas jaren later gezien met heel weinig kleren aan - een blauw onderhemd, maar zonder onderbroek; er was wel iets te zien, maar heel weinig. Ik denk eerder dat hij niet meer 'man' was op de een of andere manier, doordat hij in de oorlog was geweest en oorlogsinvalide. Dat heb ik nooit kunnen zien en het is nooit ter sprake gekomen, want ik heb de geslachtsdelen nooit gezien Ik heb dus nooit gezien of er een penis ontbrak of testikels.' 

In die zin vindt Kadoedel zijn relatie 'nog altijd een heel vreemde verhouding.'

Ontwikkeling van de relatie

Kadoedel voelde zich overigens niet in erotische zin aangetrokken tot de baas van de pottenbakkerij. 

'Ik vond hem ook een beetje stil, een beetje vreemd, maar een erg aardige man. Ik voelde me heel sterk op mijn gemak bij hem. Het was een soortement vriend voor me, je voelde je thuis. Maar het was gewoon geen liefdesrelatie. Ik vind het voor mezelf iets wat noodzakelijk was. Het moest gebeuren, het moest door een tweede persoon gebeuren en niet alleen stilletjes in een hoekje. En dat was opgelost. 

Als er toen een vrouw was geweest was ik daar eerder naar getrokken, terwijl ik absoluut niet naar vrouwen keek. In die levensfase was het nog minder belangrijk of het door een man of een vrouw zou zijn gebeurd. 

Het was geen onsympathieke relatie. Er waren ook normale aanrakingen met Emiel, maar er was verder geen sprake van lichamelijke warmte. Niet dat ik dat gemist heb, want ik wist niet beter. In mijn familie thuis zoenden we elkaar bijvoorbeeld nooit. Er was ook weinig lichaamscontact, zoals bij omarmen of knuffelen. Het was mij dus ook niet aangeleerd om de behoefte aan tederheid te hebben. Daarom heb ik me ook helemaal moeten aanpassen aan deze Nederlandse samenleving, waarin zelfs kennissen elkaar nog zoenen en daarbij omarmen. 

Er hebben zich voor zover ik me kan herinneren ook geen nare of frustrerende ervaringen met Emiel voorgedaan. De relatie was als een dood water zonder rimpels op de oppervlakte en zeker zonder golven.'

Kadoedel was blij met de 'ontlasting' die het contact met Emiel hem bood, maar hij was verder niet stapelgek op hem. 

'De meeste emoties die ik voelde, deden zich voor als ik over de muur van de pottenbakkerij klom en naar beneden sprong, met de gedachte: "Dat vuur dat hier zit, gaat nu verlost worden." Maar ik voelde geen enthousiasme om hem persoonlijk weer te zien. Hij was daar te stil voor. Hij was wel sympathiek.
Emiel was teruggetrokken op zichzelf; hij wou met rust gelaten worden. Ik praat zelf ook niet gauw, ben ook best gesloten. Maar we hadden dus geen diepere, geestelijke band. Emiel was nog wel geslotener dan ikzelf. Ik ben niet iemand die een gesprek begint, maar als het over huis-, tuin- en keukenonderwerpen gaat, kan ik wel meepraten. Als je te dichtbij komt, klap ik dicht. Ik was niet wat je noemt een kwebbelaar.'

Er werden overigens nooit seksuele voorstellen gedaan door Kadoedel. Eigenlijk praatten ze heel weinig met elkaar. Kadoedel liet gewoon door de manier waarop hij ging liggen zien dat hij behoefte voelde aan seksueel contact. Er was ook geen anale gemeenschap of zo. 

Hoewel Emiel in het begin even had geprotesteerd, drukte hij Kadoedel niet op het hart het contact voor zich te houden. Hij heeft ook nooit dreigementen geuit daaromtrent.
Kadoedel vindt het overigens opvallend dat hijzelf op seksueel gebied bijna altijd wel zin heeft gehad had in contact met andere jongens, maar doorgaans geen initiatief heeft genomen. Zijn relatie met Emiel wijkt af van dit patroon, maar dat kan verklaard worden doordat het primair ging om het bevredigen van een bepaalde oerdrift; er moest echt iets gebeuren. 

Het voorgaande betekent nogmaals niet dat het contact alleen 'instrumenteel' was. 

'Ik had geen overwicht over hem – ik was niet dominant, want ik vroeg altijd of het mocht. Mijn broekje was zo uit, maar daarna wachtte ik geduldig tot ik geholpen werd. Ik had alleen maar mijn broekje uit en het was zichtbaar dat ik behoefte had. Dus ik pakte zijn hand niet, noch bracht ik hem naar mijn penis toe; ik kwam niet tegen hem aan. 
Ik was een heel heet jongetje en vooral als het al een tijdje geleden was dat ik was klaargekomen dan hoefde ik maar eventjes aangeraakt te worden of ik kwam al.' 

De jaren '40

'Er moet wel genegenheid in het spel zijn geweest, want hij deed veel voor me. Ik vermoed ook dat een pakje dat ik heb ontvangen, met twee zwempakken, toegangskaarten voor het zwembad en twee soorten zwemlessen erin, van hem afkomstig was, want mijn moeder wist zelf niet wat er in het pakket zat. 

Toen de oorlog was begonnen heb ik een vol schooljaar in Batavia gezeten en nog een gedeelte van het tweede jaar. Vast staat dat Emiel mij, toen we naar Batavia verhuisd waren, anderhalf jaar lang om de veertien dagen uitnodigde om bij hem te logeren in Bandoeng. Ik heb veel plezier beleefd aan jachtpartijen die hij daarbij organiseerde. Dat was: een auto huren en een flink eind wegrijden en soms zat ik zelf ook achter het stuur. Daarbij hield hij mij niet altijd bij zich. Ik kon met iedereen meegaan, maar ook met hem. Ik heb de liefde toen eerlijk verdeeld, maar niet seksueel. Tijdens de jachtpartijen heb ik juist 'honger geleden' wat dat betreft. Er stond geen enkele tegenprestatie tegenover.'

Wel was er nog steeds sprake van seksuele bevrediging voordat ze op jacht gingen.

'Ik kwam zaterdagmiddag aan en ik had het broekje zo uit. Je weet waar je het kunt krijgen en dan ga je het ook halen.'

De reisjes naar Bandoeng duurden tot de oorlog vlak bij Java kwam, tot eind 1941, want in die tijd was het moeilijker geworden om met de trein te reizen. Kadoedel belandde achtereenvolgens in diverse Jappenkampen. 

'Na de oorlog heb ik Emiel nog één keer gezien. Ik ben naar hem toegegaan en ik heb 's nachts bij hem geslapen. Natuurlijk kwam er ook seks bij en ik ben twee keer klaargekomen. Een derde keer lukte niet meer, omdat ik in de oorlog jarenlang helemaal niets had gehad.'

Kadoedel ging weer terug naar Batavia en zocht Emiel daarna niet meer op. 

'Ik had het veel te goed in Batavia. Ik dwong mezelf om veel contacten te leggen met meisjes, omdat ik mijn homoseksuele gevoelens onvoldoende accepteerde. Het werden trouwens geen seksuele contacten. De kennismaking ging van mij uit, maar de seksuele benadering kwam meer van de meisjes af. Vlak voor de bezetting was ik me er al van bewust geworden dat ik absoluut niets voor vrouwen of meisjes voelde. Maar mijn gevoelens mochten niet van de Kerk, van de opvattingen van de familie, van de Wet. Ik was toen 17 á 18 jaar oud. 

Emiel heb ik nooit meer teruggezien. De belangstelling voor hem was eerlijk gezegd ook volledig bekoeld. Dat merkte ik die laatste nacht, het was lichamelijk wel ontlastend, bevredigend, maar niet in zijn totaliteit bevredigend. De seksuele vertrouwdheid was volkomen verdwenen. We waren van elkaar vervreemd.'

Gevolgen voor de verdere ontwikkeling

Volgens Kadoedel heeft de relatie met Emiel geen nadelige gevolgen gehad voor zijn emotionele ontwikkeling of zijn beroepsleven. Hij betreurt het alleen dat de band met zijn boezemvriendje Jantje zich toen niet verder ontwikkelde, maar dat lag niet aan zijn relatie met Emiel. 

'Ik heb de relatie met Emiel toen meer ondergaan, maar de pleziertjes die ik met Jantje had waren eigenlijk veel groter dan de pleziertjes die ik met Emiel had. Er was bij Jantje ook sprake van een echte emotionele band. Het contact met Emiel was veel oppervlakkiger en eenzijdiger dan de vriendschap met Jantje, maar Jantje was nu eenmaal niet meer in mijn leven. 

Ik heb nooit weerzin gevoeld als Emiel me aanraakte. Wel heb ik wel eens lopen fantaseren: "Wat zou er gebeuren als er nou een soort Jantje zat?" Op de een of andere manier vond ik de contacten met leeftijdgenootjes zoveel aangenamer. Dat ging om een soort spelletjes met wederzijdse bevrediging erbij. Er was meer humor, het was speelser. Het waren rijkere ervaringen dan wat ik met Emiel had. '

Gevraagd naar een eventuele invloed van de relatie met Emiel, zegt Kadoedel dat hij niet goed weet wat het voor gevolgen kan hebben gehad. 

'Nee, het had geen duidelijke invloed, in elk geval weinig nadelige gevolgen, want anders zou ik dat direct weten.' 

Ondanks zijn grote fijngevoeligheid koos Kadoedel voor een technisch beroep; hij werd ingenieur. Uiteindelijk was hij zestien jaar beroepsofficier en later werkte hij jarenlang bij Fokker. 

Kadoedels houding tegenover pedofilie 

Kadoedel leefde lange tijd samen met zijn volwassen vriend, maar hij erkent dat hij zelf ook sensuele gevoelens heeft voor jongens, vooral rond de 17, 18 jaar. Maar daar deed hij bewust niets mee. 

'Vergeet niet, mijn homoseksuele relatie was een enorme overwinning op mijn geloof en familieopvattingen, als ik in plaats van een relatie met een leeftijdgenoot een relatie met een jongen had gehad, zou naar mijn verwachting, de te overwinnen tegenstand veel en veel groter zijn geweest. Misschien dat ik zo samengeweven was met mijn partner dat een soort behoefte aan iets anders niet in me opkwam, zeker aan iets wat in mijn beleving abnormaal was.'

Bovendien heeft hij al vroeg gemerkt dat hij een grote aantrekkingskracht had op dieren (bijvoorbeeld honden) en kleine kinderen. In zijn autobiografie gaat hij onder andere in op een hechte platonische band die hij in het Jappenkamp met een jongere jongen had. Overigens voelt hij zich niet seksueel aangetrokken tot jongere kinderen, maar wel emotioneel. Het gaat meer om een soort vader-kind gevoelens dan om jongensvriendschappen. 

Zijn erotische gevoelens voor oudere jongens komen volgens Kadoedel niet voort uit zijn relatie met Emiel. Wel kon hij door die relatie 

'vrijwel vanaf het begin dat ik in aanraking kwam met pedofilie aannemen dat het kind bijna altijd in de eerste periode het initiatief neemt. Ik weet uit eigen ervaring hoe onstuimig je als jongen kunt zijn. 

Een vrijwillige pedofiele relatie is een enorm ideale situatie voor beide partijen. Ik beveel het voor elke jongen aan dat hij behalve een huis ook een relatie heeft. Dat hij iemand heeft die werkelijk van hem houdt. Omdat er idealiter, dus anders dan tussen Emiel en mij, veel meer dingen bepraat kunnen worden en ook echt worden dan er thuis ooit gebeurt. Dat bevordert het opgroeien. Het gaat niet alleen maar om seksuele bevrediging, maar het voegt ook iets toe.' 

Kadoedel vindt het funest dat bonafide pedofielen worden afgeschilderd als kinderverkrachters die gecastreerd moeten worden. 

'Dan moet je ook alle ouders vermoorden, omdat sommigen hun kinderen mishandelen.'

Start ] Omhoog ]