Start ] Omhoog ]


Boekbespreking

Virginia Madeira & Brigitte Vital-Durand, 

Ik heb gelogen

Amsterdam: Arena, 2007; ISBN 978-90-6974-880-1

Het aantal valse aangiften van seksueel misbruik schijnt relatief hoog te zijn, maar autobiografische boeken over dit onderwerp zijn dun gezaaid. Ik heb gelogen van Virginie Madeira, een dochter die haar vader ten onrechte heeft beschuldigd van incest, is alleen daarom al opmerkelijk. Het voorwoord is overigens geschreven door de advocate van haar vader, wat mooi aansluit bij het bizarre karakter van haar verhaal. 

De aangifte lijkt te het gevolg te zijn van een problematische psychologische ontwikkeling in combinatie met vooronderstellingen bij hulpverleners, politie en justitie.  Virginie is ten tijde van haar aangifte een gesloten, geďsoleerd meisje dat nooit echt vriendinnen heeft gehad en het moeilijk vindt om contact te maken. 

Op een kwade dag krijgt ze als veertienjarige tiener toch wat aandacht van de oudere Mélanie. Om haar te imponeren komt de het geďsoleerde meisje met het verzinsel dat ze jarenlang misbruikt is door haar vader. Eén van de hoofdpersonen in een TV-serie waar Virginie vaak naar keek kreeg namelijk extra veel aandacht nadat ze iemand van verkrachting had beschuldigd. 

Heel snel na haar 'onthulling' bemoeien allerlei hulpverleners zich met Virginie. Ze zetten haar onder druk om nog gedetailleerder in te gaan op het misbruik en aangifte te doen. Door haar zwakke persoonlijkheid is het meisje niet in staat om haar leugens terug te nemen, zodat haar vader tot maar liefst 12 jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld. 

Niemand buiten de directe familie trekt haar verhaal serieus in twijfel en het wordt steeds moeilijker voor de tiener om haar verklaringen in te trekken. Een politieagent legt haar zelfs woorden in de mond waardoor het vermeende misbruik er nog schokkender uit komt te zien. Haar moeder wordt overigens niet eens gehoord door de politie. Bovendien wordt haar verlegen en geremde persoonlijkheid verklaard vanuit het vermeende misbruik. Alleen haar moeder en haar schizofrene broer Frederico hebben door dat Virginie het verhaal heeft verzonnen om indruk te maken op een nieuwe vriendin. 

Haar vader krijgt het advies van zijn advocaat om het misbruik te bekennen zodat hij in aanmerking komt voor strafvermindering en krankzinnig genoeg doet hij dat ook echt. 

Uiteraard wordt Virginie uit huis geplaatst en haar moeder mag alleen onder toezicht van een derde contact met haar zoeken. Overigens mijdt de tiener zelf ook elk contact met haar, omdat zij immers weet dat haar dochter heeft gelogen. 

Aanvankelijk ontwikkelt het meisje een eetstoornis - ze is afwisselend anorectisch en boulimisch - maar later verdringt ze de hele geschiedenis uit haar bewustzijn. In 2005 stelt een psychiater dat ze “een lange periode van depersonalisatie in een nagenoeg hypnotische toestand” heeft doorgemaakt, waar zij tegenwoordig mee instemt. 

Na de 'bekentenis' van haar vader werpt ze zich in zijn armen en vraagt hem om haar te vergeven, wat hij impliciet doet met de woorden: 'Je bent een flink meisje'. Pas na jaren herstelt ze het contact met haar moeder en besluit ze eindelijk uit te komen voor de waarheid. Dat blijkt bijzonder ingewikkeld, omdat men haar niet wil geloven en zelfs weigert de zaak te heropenen. Pas na zes jaar gevangenisstraf komt haar vader vrij. 

Dit boek is schokkend en deprimerend vanwege de absurde verwikkelingen, maar ook leerzaam omdat het (zonder iets af te doen aan echte incestgevallen) laat zien met welke factoren je zoal rekening dient te houden bij aangifte van seksueel misbruik. 

Bij veel vrijwillige pedofiele relaties zouden vergelijkbare factoren zeker een vertekenende rol kunnen spelen, mede gezien de vanzelfsprekendheid waarmee instanties tegenwoordig uitgaan van de gelijkstelling tussen zulke relaties en misbruik.

Titus Rivas

Start ] Omhoog ]