|
[ Vorige ] [ Start ] [ Omhoog ]
Een sociologische
kijk op pedofilie
Ken Plummer,
universiteit van Sussex,
uit het Engels vertaald door Edward Brongersma
Deel 3: Mensen
met afwijkend gedrag tot normale wezens maken
Ken Plummer
bespreekt drie sociologische stellingen, die een " wezenlijk element
vormden in de discussies over homoseksualiteit in de samenleving en kijkt in
hoeverre diezelfde stellingen van toepassing zijn op pedofilie. Hier volgt de
laatste stelling en het slotbetoog.
In de discussie
tussen onderzoekers van homosexualiteit is in de loop van de laatste twintig
jaar een van de belangrijkste vraagpunten geweest, of homosexualiteit een ziekte
is (zoals sommige artsen stellen), dan wel een manier van leven die een
rechtmatige plaats naast andere heeft (zoals de meeste sociologen stellen). Het
debat kwam tot een hoogtepunt in 1,73, met de historische beslissing van de
Amerikaanse Psychiatrische Vereniging, homosexualiteit. van de ziekten-lijst af
te voeren.
Afgezien van
logische en normale argumenten, heeft de sociologie op dit gebied (dus de
ontkenning dat homosexualiteit een ziekte is) vooral op twee fronten .haar
aanval gelanceerd. In de eerste plaats heeft zij aangetoond (via
persoonlijkheidstesten of het onderzoek in gemeenschappen) dat veel homosexuelen
psychologisch goed aangepaste mensen zijn, en sommigen onder hen zelfs wel
"gezonder dan niet-homosexuelen", In de tweede plaats heeft zij
gesteld dat, wanneer' er soms storingen of ziekelijke verschijnselen bij
homosexu8len voorkomen, deze gewoonlijk dan toch eerder voortspruiten uit de
vijandige reacties van de samenleving dan dat ze verbonden zijn aan een storing
van de geslachtsdrift zelf: de ziekte heeft eerder een maatschappelijke dan een
psychische oorsprong. De veronderstelling is wel eens geuit, dat ziekelijke
verschijnselen in sterkere mate zouden voorkomen bij homosexuelen die buiten
enig groepsverband leven, dan bij hen die in een. groepsverband leven.
Net zoals eens de
homosexualiteit, wordt de pedofilie dikwijls of' zelfs meestal beschouwd als een
ziekelijke toestand. Tot dusver beschikken we nog niet over voldoende, door
onderzoek.gestaafde gegevens, om de juistheid van die bewering te bevestigen of
te ontkennen. De gegevens over pedofilie, die op het ogenblik tot onze
beschikking staan, komen meestal hetzij uit de kliniek, hetzij uit de
gevangenis. Bij de bestudering van homosexualiteit zijn de onderzoekers tot:de
vaste conclusie gekomen, dat de gegevens, die we op die manier krijgen, niet
kenmerkend zijn voor de onderzochte mensengroep, want ze betreffen enkel de
.zogenaamde mislukkelingen onder de personen met afwijkend gedrag.
Naar de
persoonlijkheid van pedofielen is - bij mijn weten - nog geen vergelijkend
onderzoek ingesteld op soortgelijke manier als Hooker dat bij homosexuelen deed.
Omdat pedofielen gewoonlijk geen subcultuur vormen, is het ook niet mogelijk,
groepsonderzoek te doen zoals dat bij homosexuelen is verricht. Pedofielen
hebben gewoonlijk geen enkele eigen organisatie, die hun steun biedt, zoals
homosexuelen die kennen; daarom is het aannemelijk, dat gestoordheid in heviger
mate bij pedofielen zal voorkomen dan bij homosexuelen, want bij hen moet ieder
voor zich de strijd aanbinden tegen het probleem van de stigmatisering.
Nu we op dit gebied
over zo weinig gegevens beschikken, is het voorbarig betogen te houden over het
al dan niet gestoord zijn van pedofielen. In het voorbijgaan mag ik alleen wel
even opmerken dat, voorzover ik op mijn indrukken kan afgaan, ik bij de
pedofielen, die ik ken, niet meer symptomen van gestoordheid heb waargenomen dan
ik dit doe bij onze bevolking in het algemeen. Om die reden wil ik hier graag
nog iets zeggen over het soort moeilijkheden, dat pedofielen allicht op hun weg
vinden, en een poging doen de oorzaken daarvan aan te wijzen.
Pedofielen
vinden voornamelijk drie soorten moeilijkheden op hun weg.
-
In de eerste
plaats zijn er de problemen die ze met alle mensen gemeen hebben.
-
In de tweede
plaats zijn er de problemen die uit de eigen aard van de pedofiele neigingen
voortvloeien.
-
En in de derde
plaats zijn er de problemen die uit de stigmatisatie, aan deze handelingen
verbonden.
In hun pogingen de
situatie te begrijpen, zijn sociologen geneigd het meest aandacht te besteden
aan de problemen van het laatste soort. Maar ik wil hier, heel in het kort, een
voorbeeld van alle drie gaven.
1.
De algemene
problemen zijn niet kenmerkend voor pedofielen, maar komen bij iedereen voor. Zo
zal het probleem van een verbroken liefdesverhouding of een onbeantwoorde liefde
zich misschien bij pedofielen wel veelvuldiger voordoen, maar in beginsel kan
zoiets aan iedereen overkomen. Een heterosexuele pedofiel schreef zo eens:
"Hoe zullen
we het de mensen ooit duidelijk kunnen maken, dat we net zo als normale
minnaars gepijnigd kunnen worden door jaloezie en uit ons evenwicht kunnen
raken wanneer we van een geliefd wezen gescheiden worden, en dat we net zoals
zij aanvechtingen kunnen hebben om zelfmoord te plegen wanneer het kind, dat
het voorwerp van onze genegenheid is, voor altijd verdwenen lijkt.
Zullen ze ooit
begrijpen hoe verschrikkelijk eenzaam je kunt zijn in een kamer vol mensen,
omdat zij er niet bij is? Je voelt je hulpeloos en eenzaam, je leeft in
een wereld van hopeloze frustratie, omdat degenen van wie je houdt voortdurend
afwezig is; en toch is ze aldoor bij je in je dromen, of je nu wakker bent of
slaapt. Hoe kunnen,we hun iets duidelijk maken van tranen, die vergoten worden
omdat een klein meisje van zeven jaar er niet meer.is."
Afgezien van die
verwijzing naar een zevenjarig meisje zou zo'n situatie zich kunnen voordoen in
het leven van veel mensen. Hetzelfde geldt van de volgende:
"Ik:word zo
hopeloos verliefd op ze. Op hen allemaal, weet je. Wanneer ik op,de een of
andere manier: met iemand omga, dan betekent dit in de eerste plaats dat ik
die persoon aardig vind. Anders zou ik het niet doen. Maar bij mij komt dan
een bezitsdrang daarbij, die niemand prettig aandoet. Ik wou dat ik niet zo'n
sterke bezitsdrang had. Niemand vindt mensen met bezitsdrang aardig. Maar als
je nu eenmaal van nature zo'n bezitsdrang hebt, kun je het ook niet helpen. Ik
wordt altijd erg verliefd op ze. Het klinkt dwaas als je dit verliefd zijn
noemt. Maar weet je, ik wil dan zo iemand de hele tijd bij me hebben, en dit
soort mensen is er volgens mij niet veel."
Ik zou veel
voorbeelden kunnen noemen van zulke problemen. Het is belangrijk ze te
onderkennen, want sommige mensen met bepaalde sexuele neigingen zitten hun hele
leven vol met dergelijke problemen en denken dan, dat zij de enigen zijn die
ermee zitten. In werkelijkheid komen zulke problemen veelvuldig voor in allerlei
kringen van de samenleving. Het is dus belangrijk, zulke algemeen voorkomende
problemen goed te onderscheiden van de problemen, de meer in het bijzonder
voortkomen. uit het pedofiel-zijn.
2
Want er zijn
inderdaad problemen, die speciaal hun oorsprong vinden in de pedofiele relatie
als zodanig. "Het ongelukkige gevoel dat vastzit aan mijn geaardheid."
Zou iemand willen volhouden, dat pedofilie in wezen,verwringing betekent, dan
zou hij naar dit soort problemen moeten kijken. Intussen kan ik bij dieper
inzicht eigenlijk maar één probleem vindon, dat volledig verbonden is met
de pedofiele relatie, namelijk het probleem dat het kind groter wordt. hert kind
waar de pedofiel van houdt groeit onvermijdelijk boven de leeftijd uit,
onvermijdelijk boven de leeftijd uit, waaronder de jongen of het meisje voorwerp
van liefde kan zijn.
Zo zegt Murray van
zijn vriendje: "Het scheermes laat op zijn gezicht de sporen, die zijn
jeugdig schoon vorstoren." In gelijke trant merkte een homosexuele pedofiel
eens, wat meer prozaïsch, tegen mij op: "Ik verlies mijn sexuele
belangstelling voor een jongen, zodra er stoppels komen op zijn kin."
(Vrije weergave van zijn woorden.) Hij bedoelde hier niet mee, dat hij de jongen
dan liet schieten; in tegendeel, de pedofiel verklaarde heel stellig, dat zulke
verhoudingen dan kunnen blijven doorbloeien in de vorm van een vriendschap. Maar
het betekende wel, dat het erotische element dan uit de relatie verdween. Zover
ik het kan zien, is dit dan het enige probleem dat wezenlijk eigen is aan het
pedofiel-zijn. De meeste problemen, waarvoor pedofielen zich gesteld zien,
behoren tot de volgende groep.
3
Want de meeste
moeilijkheden, die pedofielen ontmoeten, komen voort uit het: feit, dat wat ze
doen gebeurt temidden van een vijandige en op de scheiding van leeftijdsgroepen
gebouwde maatschappij. De vijandige houding van de maatschappij brengt de hele
reeks van bekende moeilijkheden voort: subjectief roept ze schuldgevoelens op in
het individu,
dwingt ze het tot
geheimdoenerij en brengt zo teweeg, dat de pedofiele belevingen een steeds
grotere plaats in zijn denken gaan innemen; objectief schept ze de mogelijkheid
van veroordeling tot gevangenisstraf, het verlies van je betrekking en de
uitstoting en verbanning uit de groep waartoe je behoort.
Natuurlijk ervaren
homosexuelen precies diezelfde moeilijkheden. Maar voor de pedofiel wegen ze
waarschijnlijk zwaarder; voor een deel doordat de schandvlek nog meer verachting
oproept, voor een deel ook, doordat hij minder kans heeft, steun te vindon bij een
groep van zijns gelijken, dan de homosexueel.
Enkele van de
moeilijkheden, die voor pedofielen voortvloeien uit het hun opgedrukte
brandmerk, vinden we terug in de volgende aanhaling:
"Wat me kwelt
is vooral de frustratie en de angst. Wanneer je nooit de wet overtreedt en
altijd aan de verleiding weerstand biedt, kun je als pederast door het leven
gaan en je alleen gefrustreerd voelen. Je gaat dan vooral gebukt onder die
frustratie, maar je hoeft je nooit gedrukt te voelen door angst. Maar wanner
je zo zwak bent, van tijd tot tijd je begeerte te volgen en je valt, dan blijf
je nog altijd zitten met dat voortdurend gevoel van frustratie, maar heb je
bovendien daarbij dan de angst voor de inbreuken op de wet, waaraan je je
schuldig hebt gemaakt. Op straat durf je nauwelijks te kijken naar een
politieagent; je bent bang voor ze geworden."
Bij deze
moeilijkheden, die voortspruiten uit de vijandige houding van de maatschappij,
komt dan nog een ander soort problemen, vanwege het feit dat onze maatschappij
uit leeftijdsgroepen is opgebouwd. Juist bij het nadenken over een onderwerp als
pedofilie wordt het ons erg duidelijk, dat onze maatschappij strak gelaagd is
naar leeftijdsgroepen.
Het valt jonge
mensen moeilijk, contact te hebben met ouderen. Mensen plegen bijeen te
hokken in verschillende groeperingen naar gelang hun leeftijd. Voor een oudere
man wordt het daardoor dikwijls heel moeilijk, als men hem in het gezelschap
ziet van een jong meisje of een jonge jongen. Ze kunnen, bijvoorbeeld,
niet,samen naar een feestje gaan, of naar de schouwburg, of naar een restaurant.
Er zijn een hele hoop dingen in onze maatschappij, waaraan of de kinderen, of de
oudere mensen "niet kunnen meedoen".
Dit maakt het nog
moeilijker voor pedofielen, in contact te komen met een kind en er een relatie
mee op te bouwen. Het is dus niet verwonderlijk, dat menige pedofiele relatie
tot stand komt binnen de familiekring, waar immers de grenzen tussen de
leeftijdsgroepen wegvallen, of binnen jeugdorganisaties, scholen en dergelijke
instituten, waar volwassenen kinderen en jongeren kunnen ontmoeten en er mee
omgaan, ook al is het vrij oppervlakkig. Maar in het algemeen maakt onze
maatschappij zulk een omgang erg lastig en dit vergroot weer de moeilijkheden
van de pedofiel.
Er zit nog een
belangrijke kant aan die verdeling in leeftijdsgroepen. Meestal wijdt men er
geen aandacht aan bij een gesprek over pedofielen en het punt geldt ook enkel
voor de ouderen ondor hen. De seksualiteit van oude mensen ploegt in het
algemeen laag te worden aangeslagen. Het zijn niet alleen de kinderen, waarvan
men aanneemt dat ze a-sexueel zijn, voor oude mensen geldt hetzelfde. Wanneer
nu in één geval de sexualiteit van een kind en de sexualiteit van een
bejaarde samengaan, dan ervaart men dit als een aantasting van de twee
overheersende voorstellingen omtrent menselijke sexualiteit. Ten onrechte, want
net zo goed als nu behoorlijk is vastgesteld, dat kinderen al heel jong sexueel
gedrag vertonen, is het evenzeer vastgesteld, dat sex op hogere leeftijd
voortduurt. En een maatschappij, die aan de ene kant hoog opgeeft, dat
sexualiteit zo belangrijk is, terwijl ze aan de andere kant sex boven zestig
merkwaardig vindt, is hard bezig het leven van veel oudere mensen onder spanning
te zetten.
In deze paragraaf
heb ik dus getracht, wat van de problematiek te laten zien, die storingen bij
pedofielen kan veroorzaken, en er de bron van aan te duiden. Naar mijn mening
berusten de meeste moeilijkheden, waarvoor pedofielen zich gesteld zien, veel
meer op het feit dat de maatschappij hen brandmerkt en veroordeelt, alsook dat
ze in leeftijdsgroepen opgesplitst is, dan dat deze uit het pedofiel-zijn zelf
voortvloeien. Maar dit zou alles veel dieper moeten worden onderzocht.
CONCLUSIE
Dit artikel berust
op een hele reeks van veronderstellingen op een terrein, dat nog veel te weinig
is onderzocht. Terwijl het er met homosexualiteit misschien wat beter voorstaat,
blijft pedofilie nog een maatschappelijk schrikbeeld. Meer dan welke andere
sexuele variatie ook, pleegt ze onder benamingen als
"kinderverkrachting" en "sexuele ontaarding" de hoogste
morele verontwaardiging op te wekken bij het grote publiek, en bij mensen
van de "wetenschap".
Sommige critici
zullen misschien beweren, dat in dit artikel "een pleidooi is gehouden voor
het misbruiken van kinderen". Dat heb ik niet gedaan. Wat ik gedaan heb is
veel eerder: nagaan of een aantal algemene sociologische redeneringen ook
toepasselijk is op pedofilie. Mijn conclusies gaan dus niet verder dan een
eerste poging, maar ze wijzen in de richting dat doe toepasselijkheid er
inderdaad is. Wanneer we sociologisch denken toepassen op het gebied van
de pedofilie, kunnen we pedofilie voor een deel relativeren, vermenselijken en
normaliseren.
Met dit soort
academische betogen kun je evenwel nog geen einde maken aan de moeilijke
situatie, waarin de pedofiel of het kind verkeert. Net zo min als sociologisch
onderzoek van homosexualiteit een eind heeft gemaakt aan de moeilijke situatie
van de homosexueel. Het is. meen ik, vooral te danken aan het werk van Gay
Libaration en Homophile Movement, dat homosexualiteit er nu in Engeland wat
menselijker voorstaat. Maar die "bevrijding van homosexualiteit" is
niet in de eerste plaats te danken aan de argumenten, die de voorvechters hebben
aangevoerd.
Van veel meer
betekenis was het enkele feit, dat er een beweging van homofielen bestond, die
in de openbaarheid bracht en organiseerde wat zich voorheen in het geheim en
het verborgene afspeelde. Zolang de homosexuelen zich voor hun omgeving
afschermden en elk op zich bleven staan, kon niemand hen zien, en daardoor
konden de mythen en de afkeer welig blijven tieren. Maar toen de
homosexuelen zich eenmaal begonnen te organiseren en "te voorschijn
kwamen", kon het langzamerhand tot de mensen doordringen, dat die rnythen
volkomen onjuist waren en homosexuelen precies zulke wezens als u en ik.
Hetzelfde geldt voor
pedofilie. Tenslotte zal er ook daar alleen een einde komen aan de moeilijke
situatie van pedofielen, wanneer pedofielen en kinderen tot actie overgaan.
Zonder dat kan zelfs geen stortvloed van geleerde theorieën de zaak van
de pedofielen of de kinderen vooruit helpen.
Maar het verschil
tussen pedofielen en homosexuelen is, dat het juist voor pedofielen zo moeilijk
is, tot organisatie te komen en zich als zodanig aan het publiek bekend te
maken. Het eerste is natuurlijk grotendeels te wijten aan het laatste. Wie een
groepering van pedofielen opricht, loopt het gevaar hevige woede op te wekken,
lastig gevallen te worden door de politie en misschien zelfs in de gevangenis te
belanden. De heel kleine pedofiele organisaties in Engeland (PIE en PAL) zijn op
grote vijandigheid in de pers gestoten - volgens een zondagsblad waren het
"de smerigste kerels in het land der Britten" - en ook elders. Maar de
rnythen, die ik in dit artikel besprak, zullen blijven voortwoekeren en ze
zullen in hoogdravende betogen worden uitgebuit om de morele verontwaardiging en
de haat tegen zondebokken aan te wakkeren, zolang de pedofielen niet in het
openbaar als zodanig naar voren komen. Dat is de ironie van het geval. We hebben
hier te maken met een gevoelig en teer vraagstuk.
Voor degenen, die
het maatschappelijk leven onderzoeken, is het net zo moeilijk als voor het
publiek in het algemeen, zich te ontdoen van moraliserende vooroordelen. Maar
het minste wat van hen verlangd kan worden is wel, dat ze koel en zonder
hartstocht luisteren. naar de stem van de pedofielen en ... die van de kinderen.
[ Vorige ] [ Start ] [ Omhoog ]
|