NOTEN    [Hoofdstuk]

 

1.
Helen Benedict, Safe,' Strong and Streetwise, Little, Brown and Co., Boston, 1987,blz. 25-26.

 

2.

Ibidem.

 

3.

Newsweek, 1984, nr. 3.

 

4.

Janine Anderson, "Pedophiles Of ten Are Men Trusted by Their Communities", Orange County Register, 28 september 1987, blz. B4.

 

5.

Ibidem.

 

6.

Handelingen Tweede Kamer, 9 april 1986.

 

7.

Handelingen Tweede Kamer, 26 juni 1990, blz. 82-4597.

 

8.

J. Crewdson, By Silence Betrayed, Little, Brown and Co., Boston, 1988.

 

9.

West' s Revised Code of Washington Annotated (1991 Cumulative Annual Pocket Part), Criminal Code, Chapter 71.09 "Sexually Violent predators", blz. 416 e.v.

 

10.

 Tom Regan, "Why child pornography is wrong", in: Geoffrey Scarre, Children, Parents and Politics, Cambridge University Press, New York, 1989.

 

11.

R. Ferdinandusse, "Neem een videocamera of een Polaroid en je hebt handel", Vrij Nederland, 20 juni 1987.

 

12.

Kennetb V. Lanning, Child Molesters: A Behavioral Analysis forLaw Enforcement Officers Investigating Cases of Child Sexual Exploitation, National Center for Missing and Exploited Children/FBI, Washington DC, 2e druk, april 1987.

 

13.

Een van hen, mr. J.M.C.M. Heesters, hoofdinspecteur van de Gemeentepolitie Amsterdam en chef van de jeugd- en zedenpolitie, gaf als oordeel: "Wat Lanning ons vertelde was uitzonderlijk interessant en is ons in ons werk hier goed van pas gekomen, met name waar het gaat om zijn inzicht in de manier waarop degenen die kinderen seksueel misbruiken kinderporno verzamelen en verspreiden. Wanneer we nu huiszoeking doen, weten we waarnaar we moeten zoeken."

Zie: David Hebditch & Nick Anning, Porn Gold, lnside the Pornography Business, Faber & Faber, London, Boston, 1988, blz. 323.

 

14.

Lanning (1987), hoofdstuk 4: ldentifying Pedophiles.

 

15.

P. Burger & T. Luckmann, The Social Construction of Reality, Viking Penguin, New York, 1966.

 

16.

B. Malinowski, The sexuallife of savages, Routledge and Kegan Paul, London, 1929; C.S. Ford & F.A. Beach, Patterns of sexual behavior, Harper & Row, New York, 1951; L.L. Constantine & F.L. Martinson, Children and sex: New findings, new perspectives, Little, Brown and Company, Boston, 1981.

 

17.

The use of computers to transmit material inciting crime, Hearing before tbe Subcommittee on Security and Terrorism of tbe Committee on tbe Judiciary, United States Senate, 99th Congress, First session, S. Hrg. 99-230, 11 juni 1985.

Computer Pornography and Child Exploitation Prevention Act, Hearing before tbe Subcommittee on Juvenile Justice of tbe Committee on tbe Judiciary, United States Senate, 99tb Congress, First session, S. Hrg. 99-536, 1 oktober 1985.

De wet beoogde een verbod op het overdragen per computer van aanstotelijk materiaal over de staatsgrenzen en van berichten die seks met kinderen of de vervaardiging van kinderporno aanmoedigen of vergemakkelijken.

 

18.

Verslag hoorzitting 11 juni 1985, blz. 3-4.

 

19.

Waarom dit zo zou zijn bleef onduidelijk, te meer daar de prikborden juist door undercover-agenten werden gebruikt om personen in de val te lokken;

zie Child Pornography and Pedophilia, Report made by the Permanent Subcommittee on Investigations of the Committee on Governmental Affairs, United States Senate, Report 99-537, 9 oktober 1986 (Rapport-Roth), blz. 13-15.

 

20.

Rapport-Roth, blz. 13-15.

Er werd gesproken over "minderjarigen", hetgeen uiteraard ruimer is dan "kinderen", of zelfs "adolescenten".

 

21.

Freke Vuijst, "De jacht op de Kinsey-rapporten over seks in Amerika is wéér open", Vrij Nederland, 13 april 1991.

 

22.

Het ging hier om de Encyclopedia of crime and justice, New York, Free Press, 1983;

zie Lanning (1987), blz. 5 en 53.

 

23.

Uitvoeriger behandeld in: Benjamin Rossen, Zedenangst; het verhaal van Oude Pekela, Swets en Zeitlinger, Lisse, 1989.

 

24.

T. Charlier & S. Downing, "Justice Abused: A 1980'8 Witch-Hunt", The Commercial Appeal, Memphis, TN, januari 1988.

 

25.

D. Symons, The Evolution of Human Sexuality, Oxford University Press, Oxford, 1979.

 

26.

Vertaling van "paranoid survivalists"; het is niet zeker wat daarmee wordt bedoeld. Mogelijkerwijze bedoelt Lanning dat de betreffende personen paranoïde zijn omdat de maatschappij tegen hen is en zij strategieën bedenken om desondanks te overleven.

 

27.

Zie Rossen (1989).

28.

De Heksenhamer werd in 1487 gepubliceerd door Heinrich Institoris en Jakob Sprenger. Deze publikatie vormde het startsein voor de heksenjachten die zeker drie eeuwen zouden aanhouden (en die, anders dan veelal wordt aangenomen, in de middeleeuwen niet voorkwamen). In het boek kon men lezen aan welke eigenschappen men heksen - normaal niet als zodanig onderkend - kon herkennen.