Omhoog ] Volgende ]

~    DE "PEDOFIEL" ALS HET NIEUWE GEVAAR  ~

[Blz. 59]

De tweede golf 

van verontrusting over seksueel gevaar voor kinderen beleefde een hoogtepunt in de verhalen over massaal seksueel misbruik, gepleegd door internationale ondergrondse netwerken waarin kinderen werden ontvoerd en verhandeld, kinderporno werd vervaardigd en Satan werd aanbeden. Bij deze golf waren in de eerste plaats deskundigen en officiële instanties, en niet zozeer particuliere actiegroepen, de gangmakers. Overheid en wetenschap namen de fakkel over van de actievoerders. Om te begrijpen hoe dat laatste in zijn werk ging, moeten we bezien hoe de overheid zelf de seksuele dreigingen voor kinderen van een nieuwe omschrijving ging voorzien en op grond daarvan tegenmaatregelen ging formuleren.

Het patroon van de massahysterie als gevolg van zedenangst is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met dat van de massahysterie na een natuurramp: de dagelijkse gang van zaken is verstoord door een plotseling opdoemend gevaar. 

  • De eerste reactie daarop is verwarring en paniek. 

  • Vervolgens probeert men een overzicht te krijgen van de aangerichte schade, van de oorzaken van het gebeurde en wordt actie ondernomen om de schade te herstellen. 

  • Ten slotte beraadt men zich op methoden om soortgelijke voorvallen in de toekomst te voorkomen of ten minste de gevolgen ervan te beperken. 

 

[Blz 60]

In geval van zedenangst echter is het gevaar, althans de omvang daarvan, veeleer een fictie. Daardoor is er bovendien niet direct een oorzaak aan te wijzen waartegen preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Anders dan aardbevingen en wervelstormen, worden de veronderstelde gevaren die tot zedenangst leiden gezien als doelbewust door mensen veroorzaakt. Naarmate de zedenangst voortduurt, wordt de verantwoordelijkheid voor de "crisis" toegeschreven aan een bepaalde groep, die dan ook op de korrel wordt genomen. 

  • Eerst wordt er een groep gedefinieerd. Dat gebeurt door bepaalde eigenschappen van sommige mensen te omschrijven als waren het typische groepskenmerken: eigenschappen waardoor men zich als groep onderscheidt van andere leden van de samenleving. 

  • Zulke eigenschappen worden gezien als bepalend voor de persoonlijkheid; er worden andere, secundaire kenmerken aan gekoppeld en er worden verklaringen opgesteld waarom deze groep iets heeft dat anderen niet zouden hebben. 

  • Ten slotte worden deze kenmerken aangegrepen als handvat om de groep te bestrijden. 

Dit proces is de creatie van de "volksduivel".

Een voorbeeld hiervan, 

oorspronkelijk daterend uit de negentiende eeuw, waren de homoseksuelen. Aanvankelijk werd het hebben of verlangen van seksuele contacten met personen van hetzelfde geslacht gezien als iets dat in principe bij iedereen kon voorkomen: wie zich hieraan "schuldig" maakte was "sodomiet", maar die term drukte niet méér uit dan dat men zich inderdaad zo gedragen had. 

In genoemde tijd begon echter het idee te dagen dat zulk gedrag uiting was van een onveranderlijke psychische gesteldheid: het ging om een bepaalde groep lieden, de "homoseksuelen", die iets hadden dat anderen niet hadden. Daarvoor moest een verklaring zijn: waarom was het met deze mensen "mis" gegaan? 

De verklaring werd gezocht in de verhouding tussen hen en hun ouders in de jeugdjaren. Als afwijkend van de maatschappelijke norm vormde deze groep een bedreiging voor die norm en dus een sociaal gevaar dat bestreden diende te worden. 

Aan de groep werden secundaire en doorgaans pejoratieve kenmerken toegeschreven: 

  • ten eerste om het "gevaar" te herkennen en aldus zichtbaar te maken; 

  • ten tweede als uiting van de afkeer die men voor deze groep had. 

Bij de "homoseksuelen" ging het daarbij onder meer om verwijfdheid, maatschappelijke onaangepastheid, dwangmatige promiscuïteit of neiging tot verleiding van kinderen. Wanneer zulke eigenschappen ooit bij de desbetreffende personen werden aangetroffen, werd deze (slechts anekdotische) aanwijzing gezien als het "bewijs" dat de karakterisering inderdaad klopte.

In de Amerikaanse zedenangst 

werden personen die zich seksueel tot kinderen of adolescenten voelden aangetrokken op die manier apart gezet: zij waren verantwoordelijk voor de "crisis" rond kinderporno, seksueel misbruik en ontvoering waarvan de media gewag maakten. 

Met name in de latere fasen van de massahysterie werden er theorieën ontwikkeld ter verklaring van dergelijke erotische neigingen en werden instellingen in het leven geroepen ter bestrijding en behandeling daarvan. 

Dit werk was geconcentreerd rond het begrip "pedofiel", een term uit de psychiatrie waarmee mensen werden bedoeld die zich seksueel tot kinderen voor de puberteitsjaren voelen aangetrokken. Hoewel de term reeds in het begin van deze eeuw door Krafft Ebing was ingevoerd, kwam ze pas in de 

[Blz. 61]

jaren zeventig ook bij het grote publiek in zwang en begon ze in de wetenschappelijke literatuur de term child molester te vervangen. Ondanks de technische definitie, werd "pedofiel" in de publieke discussie gebruikt om elke persoon aan te duiden die strafbare seksuele handelingen met een minderjarige pleegde, ook als deze allang geslachtsrijp was. 

Van pedofilie werd gezegd dat het een diep in de geest gewortelde hoedanigheid was die niet genezen kon worden en bijna alleen bij mannen voorkwam. Hoewel er vrouwen, vooral leidsters van kinderdagverblijven, werden vervolgd op verdenking van seks met kinderen, ontstond er nooit een karikatuur van de vrouwelijke pedofiel.

De vervanging van de term child molester door "pedofiel" staat model voor de wijze waarop zedenangst afwijkend gedrag van een etiket kan voorzien en daarmee de kloof die dat gedrag scheidt van het normale vergroot. Een term die een feitelijke handeling aanduidt waartoe in principe iedereen in staat is, wordt vervangen door een andere, die aangeeft hoe iemand onontkoombaar en blijvend in elkaar zit, zoals de "sodomiet" had plaatsgemaakt voor de "homoseksueel". 

"Pedofiel" was daarnaast als wetenschappelijke term gezaghebbender dan child molester. De beide termen worden in de praktijk overigens vaak door elkaar gehaald; ook in het hieronder te bespreken FBI-rapport van Kenneth Lanning wordt het onderscheid soms niet strak gehanteerd.

Er werden in de populaire literatuur 

verklaringen aangedragen voor het karakter van deze groep, die soms tegenstrijdig waren. Ze werden omschreven als pathologische zwakkelingen die kinderen uitzochten om de dreigende verantwoordelijkheid voor een relatie met een volwassene te ontlopen [*1]. 

Anderzijds, en wellicht om deze zwakheid te compenseren, waren zij geneigd tot sadisme: 

"Hij krijgt er een kick van, iemand te kwetsen of te overheersen, en bij kinderen is dat gemakkelijker dan bij volwassenen." [*2] 

"Een pedofiel kan een kind voor enkele dagen of uren ontvoeren, maar hij kan het ook voor altijd houden, en het vermoorden wanneer het naar huis wil", aldus Newsweek [*3]. 

Zijn gebrek aan schuldgevoel wees daarnaast op zijn morele onverschilligheid. 

"Ze beschouwen wat ze doen niet als seksueel misbruik", stelde een politieman vast [*4].

"De meesten lijken innemende, normale persoonlijkheden die vaak vertrouwensposities in de samenleving innemen", aldus de Orange County Register [*5]. "Maar in plaats daarvan zijn ze manipuleerders en geestelijk gestoorden en behoren ze tot de minst zichtbare misdadigers die er bestaan." 

Dergelijke tegenstrijdige beelden van een volksduivel zijn vaker te zien: men ziet bij voorbeeld dat antisemitische vertogen de Joden vaak beschrijven als arrogante machtswellustelingen, maar tegelijkertijd als gemakkelijke slachtoffers.

In Nederland 

bleek de pejoratieve strekking van het begrip "pedofiel" onder meer uit de politieke discussie rond de discriminatiebestrijding. 

Nederland heeft een lange traditie in de bestrijding van discriminatie en het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid wordt vermeld in artikel van de Grondwet. Dat voor "pedofielen" geen gelijke rechten en plichten zouden gelden als voor andere burgers was niettemin voor een grote Kamermeerderheid vanzelfsprekend. 

[Blz. 62]

Waar wetsvoorstellen oorspronkelijk een verbod op discriminatie wegens "seksuele gerichtheid" beoogden, werd dit laatste al snel veranderd in "homoseksualiteit" of "hetero- of homoseksuele gerichtheid", met al; bedoeling, discriminatie op grond van pedofilie mogelijk te blijven maken. 

De aanzet daartoe kwam bij de behandeling van het wetsvoorstel uitkering vervolgingsslachtoffers [*6]. Het ging hier om het geven van uitkeringen aan slachtoffers van Nazi-slachtoffers, vervolgd om hun seksuele "geaardheid". De PvdA had een amendement ingediend om ook deze groep uitkeringsgerechtigd te maken. Op verzoek van het CDA werd in dat amendement echter de term seksuele geaardheid vervangen door "homoseksualiteit".

Het Kamerlid Comelissen (CDA):

"Onder seksuele geaardheid kunnen ook andere uitingen worden verstaan die op ons een 'negatieve' indruk maken. Dat is wellicht wat grof uitgedrukt. Ik denk in dit verband onder andere aan de pedofilie. Dat zouden wij zeker niet willen zien als een grondslag voor een uitkering."

Worrell (PvdA):

"Op verzoek van de CDA-fractie, met wie wij altijd zeer coöperatief samenwerken hebben wij (de term 'seksuele geaardheid') gewijzigd, omdat ik het ook eens ben met mevrouw Comelissen. Wij vinden dat bij voorbeeld pedofilie er niet in zou moeten."

Lucassen-Stautner (VVD):

"Als de staatssecretaris duidelijk zegt dat hij geen bezwaar heeft tegen de term 'seksuele geaardheid' en dat de pedofilie daar niet onder valt, zijn wij vast wel bereid dat te wijzigen in de zin die hij aangeeft."

Dat het hier uitsluitend ging om Nazi-slachtoffers en dat de vraag of deze wel of niet het verbod op seks met kinderen hadden overtreden met aan de orde was, werd door geen der Kamerleden opgemerkt. 

Bij de behandeling van de strafbaarstelling van discriminatie, in 1990, ging het evenzo. Dat een discriminatieverbod sancties wegens strafbare seksuele contacten met kinderen uiteraard niet in de weg staat (immers, de strafwet maakt geen onderscheid naar seksuele voorkeur van de dader), deed daaraan niet af. Bij behandeling van een wetsvoorstel tot strafbaarstelling van discriminatie op grond van onder meer "hetero- en homoseksuele gerichtheid" verwierf een amendement van D66 om deze term te vervangen door "seksuele gerichtheid" slechts zestien stemmen [*7].

Het beeld van "pedofielen" als volksduivels maakte hen tot een legitiem voorwerp van haat. Crewdson [*8] beklaagt zich erover dat zij na gevangenisstraf weer op vrije voeten worden gesteld. In de staat Washington gebeurt dat momenteel dan ook niet meer: deze staat kent sinds 1990 nieuwe bepalingen voor wat wordt genoemd "sexually violent predators" (letterlijk: "seksueel gewelddadige roofdieren".

[Blz. 63]

Hieronder valt onder meer iedereen die wegens seksueel contact met een persoon beneden veertien jaar is veroordeeld en die wegens een "geestelijke afwijking" (daaronder valt zeker pedofilie) zulke daden opnieuw zou kunnen plegen en ten minste drie jaar ouder is dan de minderjarige. Deze "roofdieren" worden voor onbepaalde tijd opgesloten in een psychiatrische inrichting, totdat ze geen "roofdier" meer zijn [*9]. 

In een televisieshow in Detroit verwierf een vrouw die uitriep dat ze twee daarin optredende leden van NAMBLA (North-American Men-Boy Love Association) wilde castreren en verbranden stormachtig applaus van het publiek. 

Geweld en eigenrichting tegen pedofielen werden gebagatelliseerd. Volwassenen die seksueel contact met kinderen of adolescenten hebben vormen een schoolvoorbeeld van het kwaad en zijn in moreel opzicht gelijk aan terroristen, zo schreef een filosoof [*10]. 

Hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse van Vrij Nederland schreef waarderend over de Amerikaanse schrijver van misdaadromans Andrew Vachss, die stelde dat het neerschieten van wat hij "kiddie pimps" noemde tot een gewone overtreding gemaakt zou moeten worden, "hetzelfde als jagen zonder vergunning." [*11]

Omhoog ] Volgende ]