Start ] Omhoog ]

Weiger cliënt niet om seksuele oriëntatie

Over het verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit en het werken met deze cliënten in de praktijk 

H. Bogers, 2018

“Wat ik het liefste zou doen hè, dat mag niet. Nee, want dan zou ik ze beschadigen. Geestelijk en misschien lichamelijk en dat wil ik niet. Dat is het laatste wat ik wil want ik vind ze zó lief. Zó lief. Het laatste wat ik wil is ze op wat voor manier dan ook pijn doen. (…) Ik stuur dat kind weg. Ik wijs dat kind af. (…) ik kan nooit eens… snapje? Ik kan nooit eens…” (Teeuwen, Dat Dan Weer Wel, 2001).

Hans Teeuwen vertelt hier over de worsteling waar veel mensen met pedofiele gevoelens mee kampen. Nooit iets mogen doen met de je verlangens, begrijpelijk maar daarom niet makkelijker.

  • "Kanker pedo op muur gekalkt bij woninginbraak” (van Es, 2017)
    en recent in het nieuws
  • “Gevaarlijk pedohandboek ongestoord verspreid via internet, politiek wil verbod” (RTLNieuws, 2018)

... zijn krantenkoppen die ervoor zorgen dat de maatschappij angstig en wantrouwend wordt tegenover niet alleen mensen die pedoseksueel handelen, maar ook mensen met alleen pedofiele gevoelens. Er is een taboe op deze mensen met pedofiele gevoelens en het stigma dat alle pedofielen kindermisbruikers zijn, met als gevolg voor deze cliënten onder andere isolement, uitstoting en depressie.

Dit artikel heeft als doel om (beginnende) sociaal werkers te infomeren over het verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit en de sociaal werker aan te zetten tot nadenken hierover. Er wordt informatie gegeven over pedofilie en pedoseksualiteit. Ook wordt ingegaan op vragen als: hoe kijken beginnend professionals naar deze cliënten? En wat kunnen sociaal werkers doen met deze cliënten? Er wordt ingegaan op een aantal hulpverleningsorganisaties die er zijn voor cliënten met pedofiele gevoelens en kritiek op het normaliseren van pedofilie. Tot slot moedig ik u aan om voor uzelf te denken omtrent de cliënten met pedofiele gevoelens.

Pedofilie - feiten en cijfers 

De Quay (2016) beschrijft de andere kant. De kant van het ervaren van pedofiele gevoelens maar dit niet willen. “Bidden om niet pedofiel te zijn” zo staat in het artikel. Minimaal een tot drie procent van de wereldbevolking zou pedofiele gevoelens hebben (de Quay, 2016). Dat zijn 170 tot 510 duizend Nederlanders. Echter wordt de andere kant vrijwel nooit belicht.

Een pedofiel is niet per definitie iemand die pedoseksuele handelingen verricht maar gewoon iemand die misschien wel geboren of opgegroeid is met een andere aanleg, die later kan leiden tot een andere seksuele oriëntatie dan wat wij, als maatschappij, ‘normaal’ of ‘gezond’ achten.

Het verschil tussen een pedofiel en een pedoseksueel is volgens de website stopitnow.nl (2018) dat een pedofiel seksuele gevoelens heeft voor kinderen onder de dertien. Een pedoseksueel is iemand die kinderporno bekijkt. Het verschil tussen beiden zit in het wel of juist niet handelen vanuit de seksuele gevoelens en verlangens.

Afbeelding 1 laat zien hoe het verschil en de overlapping van pedofilie en pedoseksualiteit eruit kan zien (Gieles, 2018).

In gesprek met mensen met pedofiele gevoelens, op de chat-app van pedofilie.nl (2018) heb ik vragen kunnen stellen over hun ervaring met hulpverlening en hun oriëntatie, door hen zelf vaak ‘geaardheid’ genoemd. Hier werd mij verteld dat ze pedofilie ervaren als een hetero- of homoseksuele ‘geaardheid’.

In het artikel dat Zarembo (2013) voor de Los Angeles Times schreef, staat dat onderzoekers ook op deze manier naar pedofilie kijken. Zij zeggen dat het een diepgewortelde geaardheid is waar de persoon niets aan kan doen en dat niet kan veranderen. Studies hebben volgens Zarembo (2013) aangetoond dat pedofielen vaak geweld verafschuwen en kinderen juist als romantische partners zien.

In gesprek met deze pedofiele mensen werd snel duidelijk dat ze, net als ieder ander mens, nooit een kind pijn zouden willen doen. Het is verschrikkelijk voor hen dat de maatschappij op hen neerkijkt alsof het kindermisbruikers zijn.

Uiteraard zullen er soms mensen met pedofiele gevoelens zijn die overgaan tot pedoseksueel handelen, maar dit is niet de meerderheid. In het rapport van Nationaal rapporteur genaamd Op goede grond: De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen (Nationaal Rapporteur, 2014) wordt dit deels bevestigd. Dit rapport geeft aan dat, in alle geregistreerde gevallen van kindermisbruik, er bij 20% van de daders sprake is van een pedofiele oriëntatie. Dit betekent dus dat 80% van de geregistreerde kindermisbruikers geen pedofiele oriëntatie heeft. Deze resultaten zijn voortgekomen uit psychodiagnostisch onderzoek dat onder deze daders is uitgevoerd (Op goede grond, 2014).

In het artikel van Rogers en Pallenberg (2017), staat dat er in een studie shockerende cijfers naar boven zijn gekomen. Zo bleek dat de helft van de kijkers van kinderporno geen pedofiele oriëntatie heeft (Rogers & Pallenberg, 2017). Toch heerst er in onze maatschappij een beeld bij pedofilie dat dit hand in hand gaat met kindermisbruik. Doordat dit verschil niet erkend wordt, zullen veel mensen met pedofiele gevoelens hier nooit voor uit durven komen. In gesprek met mensen met pedofiele gevoelens op de chat-app van pedofilie.nl (2018) heb ik gevraagd hoe deze dagelijkse worsteling voor hen is.

Een heer gaf aan:

“Ik was van plan nooit uit de kast te komen, omdat ik dacht dat het door niemand geaccepteerd zou worden. Ik was bang voor afwijzing en eenzaamheid”.

Ik heb gevraagd wat het resultaat was voor hem toen hij niet over zijn gevoelens kon spreken. Hij vertelde:

“Stress. Onzekerheid en minder zelfvertrouwen. Sommige periodes een minderwaardigheidsgevoel en in dramatische tijden paniek en weinig levenslust”.

Toen ik vroeg wat ervoor zorgde dat hij uiteindelijk de keuze maakte om bij enkele familieleden en vrienden uit de kast te komen, gaf hij aan dat hij zodanig vastliep dat hij zich depressief voelde en niet meer naar zijn werk ging: “Ik was volledig leeg”.

Willis (2016) haalt in zijn artikel over pedofilie een onderzoek van de universiteit van Minnesota aan. Dit onderzoek is uitgevoerd onder veroordeelde pedoseksuelen in 1999. Hierin kwam naar voren dat 76 procent lijdt aan een zware depressie en dat nog eens negen procent voldeed aan de criteria voor een milde depressie. Buiten de depressies om gaven veel respondenten aan dat ze zelfmoord zouden willen plegen of hiertoe een poging gedaan hadden. Dit geeft een beeld van hoe ook ‘pedofiele’ cliënten kampen met hun gevoelens. Zo zegt Ronda: pedofilie is immers geen keuze (Ronda, 2014).

Sociaal werk en pedofiele cliënten

Als beginnend sociaal werker zie ik het als belangrijke taak om helder te hebben wat er van mij verwacht wordt. Het beroepsprofiel en de beroepscode van de sociaal werker bieden handvatten hiervoor (NVMW,2012). Sociaal werk is een normatief beroep. Dit wil zeggen dat je opstelling nooit neutraal kan zijn.

“Hij is in gelijke mate betrokken op de mensen met wie hij werkt, ongeacht ‘wat er met hen is’.” (NVMW, 2012, p.29).

Je mag altijd een mening hebben maar als hulpverlener moet je professioneel te werk kunnen gaan. Dit betekent dat je je in je werk niet altijd kan laten beïnvloeden door jouw mening over een bepaalde kwestie. Er kan niet vastgesteld worden hoe een sociaal werker moet handelen in bepaalde ethische kwesties.

Er zijn meerdere onderdelen in het beroepsprofiel die op pedofiele cliënten van toepassing zijn. Het signaleren van bepaalde problemen of tekortkomingen in de maatschappij is een taak van de sociaal werker. Depressies en andere psychosociale problemen bij pedofiele cliënten, kunnen als signaal gezien worden. Ook “Waar nodig vormt de maatschappelijk werker een brug tussen cliënt en omgeving” (NVMW, 2012, p.41) sluit aan op het taboe dat in de maatschappij op pedofilie ligt.

Ik vind het belangrijk dat een sociaal werker voor zichzelf nadenkt en zich niet aansluit bij de grootste groepen in de maatschappij. Hoe moeilijk het ook kan zijn, vooral bij dit soort vraagstukken, toch moeten wij voor onszelf durven nadenken. Omdat cliënten met pedofiele gevoelens het moeilijk vinden om te spreken over hun gevoelens, kan dit ervoor zorgen dat deze gevoelens en gedachten opkroppen. Ik moet zeggen dat ik juist dit opkroppen, als ongezond en gevaarlijk zie.

Ik ben in gesprek gegaan met dr. Frans Gieles, forensisch orthopedagoog en coördinator van de zelfhulpgroepen JON en JORis West. Hij gaf aan dat het opkroppen van pedofiele gevoelens desastreus is.

“Het komt vroeg of laat terug, maar dan als een vulkaan die uitbarst” vertelt hij “Een blijvend gebrek aan zelfrespect / zelfacceptatie; schuld en schaamte, gedachten als: “Er zit een monster in mij” en, vooral bij de tieners en twintigers: “Ben ik een Dutroux? Een Robert M.?”.

In gesprek op de chat-app van pedofilie.nl (2018) gaf een heer aan dat het voor hem positief werkte om met zijn familie en vrienden in gesprek te gaan over zijn geaardheid. Een andere heer had echter een slechte ervaring. Hij heeft zijn hulpverlener verteld waar hij tegenaan liep met zijn pedofiele gevoelens.

“Toen ik hem vertelde dat ik mogelijk pedofiele gevoelens had was het klaar en uit. Er is weinig hulp voor pedofielen, dat heb ik wel gemerkt“ zo ervaart deze heer.

De hulpverlener wou niet met deze heer verder werker.

"Ik heb een afkeer gekregen van hulpverlening juist door mijn eigen hulpverlener” vertelt hij “dat heeft mij doen besluiten "hetero" te worden, te trouwen en kinderen te krijgen. Een ramp in de maak”.

Waar de mensen die ik sprak op de chat-app pedofilie.nl (2018) het wel eens over lijken te zijn, is een ding: Het is erg prettig om in gesprek te gaan met andere gevoelsgenoten over hun pedofiele gevoelens.

Het opkroppen van gevoelens resulteert in stress, depressies en misschien ook wel in verkeerd handelen. Door pedofilie bespreekbaar te maken zullen pedofiele mensen zich durven uit te spreken over hun gevoelens en daardoor om hulp durven vragen. Zodra een cliënt met pedofiele gevoelens zichtbaar is kan ermee gewerkt worden waardoor het risico op ‘kindermisbruik’ nóg kleiner wordt dan dit al is.

Kritiek

Pedofilie is een gevoelig onderwerp en er is ook sprake van kritiek op het geven van aandacht aan pedofilie. Is het wel nodig om hier zo bij stil te staan? We moeten pedofilie als maatschappij niet normaliseren voordat het er zo meteen voor zorgt dat meer pedofiele cliënten erover durven te praten. Misschien zullen deze mensen sneller over gaan tot verkeerd handelen. Mensen hebben het idee dat het niet voor niets is dat de maatschappij het als een verschrikkelijk iets ziet. Echter is het belangrijk om over de juiste informatie te beschikken voordat je, als professional, een mening kan vormen over deze cliënten. Hierin blijft terug komen dat het idee van vele mensen is dat een pedofiel altijd een pedoseksuele kindermisbruiker is. Dit beeld klopt niet.

Zoals Mill (Brabander, 2014) beschrijft, komt vrijheid van denken en spreken de waarheid ten goede. Individuele vrijheid dient ons allemaal. Zelfs als iedereen dezelfde mening heeft, behalve één persoon, heeft de meerderheid niet meer recht om die ene het zwijgen op te leggen. Dit omdat ook een enkeling de waarheid kan vertellen, ook als deze ongemakkelijk is.

Deze uitspraak van Mill interpreteer ik als volgt: ‘pedofiele’ cliënten hebben er niet voor gekozen om de gevoelens te hebben die zij hebben. Het is goed om ook te luisteren naar deze mensen en te horen dat ze geen kind pijn zouden willen doen maar juist houden van kinderen. Kan dit gehoord worden zonder hier een oordeel aan vast te koppelen als maatschappij of als sociaal werkers? Zwijgen is nooit de juiste optie bij moeilijke onderwerpen.

De beginnende sociale professional

Ik heb gesproken met zes studenten van de Hogeschool Utrecht en Arnhem & Nijmegen. In gesprek met andere beginnende professionals, heb ik gevraagd hoe zij kijken naar het werken met pedofiele cliënten. Ik heb verschillende vragen gesteld die voornamelijk gericht waren op de problemen die zij eventueel ervaren in het werken met cliënten met pedofiele gevoelens en de oorzaak van hun beeldvorming hierover. Hierin was ik in het bijzonder benieuwd naar in hoeverre de beginnende professional het idee heeft dat de media en/of maatschappij invloed hebben (gehad) op hun beeldvorming over pedofiele cliënten. Ik wilde weten of de media/maatschappij ervoor zorgt dat de meesten niet wilden werken met cliënten met pedofiele gevoelens. Welk beeld hebben de studenten van pedofilie en staan ze open voor informatie?

Alle beginnende professionals gaven aan pedofilie een moeilijk onderwerp te vinden. De meeste wilden er wel mee werken, onder het motto ‘werk en privé gescheiden houden’. Beginnende professionals die geen ervaring hadden met cliënten met pedofiele gevoelens, gaven aan moeilijk in te kunnen schatten hoe het zou zijn om met hen te werken. “Ik zou niet weten hoe ik daarmee om moet gaan, het gaat immers wel om kinderen” geeft een studente aan. “Als ik met een pedofiele cliënt te maken zou hebben zou ik hem wel willen vertellen dat het echt niet kan wat hij doet. Ik weet niet hoe ik dit wil zeggen maar ik zou het wel graag zeggen” zegt ze. Deze student lijkt aan iemand die pedoseksueel heeft gehandeld te denken.

Een andere studente geeft juist aan niet te kunnen werken met pedofiele cliënten

“Ik zou de cliënt niet los kunnen zien van zijn oriëntatie en ben bang dat ik hem minder goed kan ondersteunen in zijn hulpvraag dan dat ik een andere cliënt zou kunnen ondersteunen”.

Over het algemeen kwam naar voren dat de meeste beginnende professionals wel zouden willen en kunnen werken met pedofiele cliënten ook al lijkt het ze moeilijk. Ze lijken het erover eens dat je als professional in het contact met je cliënten niet bevooroordeeld moet zijn

De vraag: “In hoeverre hebben media en maatschappij invloed op jouw beeldvorming over pedofilie?”, beantwoordt een studente van de Hogeschool Arnhem & Nijmegen als volgt:

“Ik denk dat ik mij daar niet toe laat verleiden. Als je overal in mee moet gaan met de media deugt niemand meer”.

Ook een student aan de Hogeschool Utrecht heeft het idee dat de media geen grote invloed hebben op zijn beeldvorming van pedofilie.

“Ik denk dat de afkeer die de maatschappij ervoor heeft niet voor niets is, het is een walgelijk iets om aan kinderen te zitten” vertelt hij “Ik lees er wel over in de media maar heb niet het idee dat het mijn beeldvorming beïnvloedt”.

Ook deze student lijkt hier aan pedoseksualiteit te denken.

In het boek Media And Society: Critical Perspectives (Burton, 2010) wordt ingegaan op de invloed die media hebben op de maatschappij. Zo schrijft Burton:

“On the other hand, the freedom of institutions of produce what they like does not fit other ideological imperatives - to endorse a particular system of social morality and to protect certain social groups, for instance” (Burton, 2010, p.45)

wat zou betekenen dat selectief bepaalde groepen wel of juist niet beschermd worden in de media.

Van alle beginnende professionals was er een die wél het idee had dat media en maatschappij haar beïnvloedden in haar beeld over pedofiele cliënten:

“Ik lees in de krant en op internet eigenlijk alleen maar op een negatieve manier over pedofilie” vertelt ze “Het is vaak een of ander schandaal over een trainer die ergens kinderen heeft misbruikt”.

Dit sluit aan bij wat Burton (2010) ons eerder duidelijk maakte. De media produceren selectieve informatie, in dit geval over pedofilie, wat de beeldvorming voornamelijk negatief stimuleert. Dit heeft er bij haar voor gezorgd dat ze persoon en pedofiele oriëntatie moeilijk los kan zien van elkaar:

“Ik heb in mijn vrije tijd nooit verder gekeken naar dit onderwerp waardoor alle informatie die ik heb hierover, uit de media komen” zo ervaart ze.

Wat mij opviel was dat, buiten deze studente om, alle ondervraagden het idee hadden dat media en maatschappij geen invloed op hen hadden in hun beeldvorming over pedofilie.

In gesprek met de beginnende professionals heb ik verteld dat het mij opviel dat er veel emotie vrij kwam als het ging over pedofilie. “Het gaat wel om kinderen” is iets dat vaak terug kwam.

Echter heb ik het over ‘pedofiele’ en niet ‘pedoseksuele’ cliënten. Toen ik vertelde dat hier een verschil in zat, bleek dat niemand dit wist.

“Ik dacht dat een pedofiel per definitie een kindermisbruiker was” en:
“Eigenlijk heeft alleen wat de media zeggen dan toch mijn beeld gevormd. Tijdens de studie kwam het ook niet echt voorbij” hoorde ik vaak.

Geen van de beginnende professionals wist het verschil tussen ‘pedofiele’ en ‘pedoseksuele’ cliënte, in ieders ogen was het allemaal een pot nat.

De ‘pedofiele’ cliënt en hulpverlening

De ervaring die Dr. Gieles heeft met sociaal werkers en reclasseringsmedewerkers, is zelden goed geweest.

“Het gewone maatschappelijk werk verwijst al snel naar de arts, maar dit geldt ook voor de huisartsen en de GGZ. Deze verwijzen door naar de (ambulante) forensisch-psychiatrische instellingen. Daar loopt de cliënt snel weg omdat hij zich slechts als ‘potentiele crimineel’ behandeld voelt.” vertelt hij.
“Problematisch is ook: de noodzaak van een diagnose voor de zorgverzekeraar. Men krijgt labels opgeplakt, vaak zonder uitleg – en gaat zich identificeren met die labels”.

Het ergst denkbare is volgens dr. Gieles tbs:

“De tijd in de tbs kan oplopen tot 10, 12 jaar – en ‘levenslang’ in de long stay”.

Maar waar kan een sociaal werker dan wél een beroep op doen als die te maken heeft met een cliënt met pedofiele gevoelens?

Meerdere mensen met pedofiele gevoelens gaven op de chat-app van pedofilie.nl (2018) aan het idee te hebben dat er geen hulpverlening voor ze is. Echter is deze er wel.
Dr. Gieles vertelde mij over de werkgroepen JON en JORis west, Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. Dit zijn zelfhulpgroepen voor gevoelsgenoten "die pedofiele gevoelens hebben en die deze niet of niet meer willen omzetten in pedoseksuele daden". Op de website www.jorisoost.nl (2018), kan meer informatie worden opgedaan over de werkgroepen en kan een gevoelsgenoot zich aanmelden.

In de groepen wordt gevraagd het persoonlijke en echte verhaal te vertellen en hier aandachtig naar te luisteren zonder te oordelen of ongevraagd adviezen te geven. Eindelijk kan dit verhaal eens verteld worden en wordt er geluisterd. Vanuit die verhalen komen als vanzelf verschillende thema’s naar voren waaronder zelfacceptatie. Het resultaat van het in gesprek gaan hierover met gevoelsgenoten is dan ook opluchting. Op langere termijn zelfs zelfacceptatie.

“Ze ervaren het doorbreken van isolement, minder stress en minder kans op delict of recidive” Zo vertelt dr. Gieles “Mensen zijn vaak tevreden jarenlang lid. Als mensen wél er voor kiezen om uit de groep stappen omdat het te zwaar wordt, is het mogelijk om individueel contact te onderhouden met een groepslid, coördinator of therapeut”.

Het doorbreken van het isolement en leren leven met je gevoelens staat centraal.

Niet alleen de Werkgroepen van JORis, JON en West, maar ook op de website van pedofilie.nl (2018) is veel informatie te vinden, ze hebben een forum en een chat-app voor gevoelsgenoten. Op www.stopitnow.nl (2018) kan zowel een cliënt met pedofiele gevoelens als een sociaal werker, een beroep doen. Ze hebben een gratis en anoniem nummer waarmee gebeld kan worden voor informatie, ondersteuning, doorverwijzing of een luisterend oor.

Sociaal werkers zouden hun cliënten met pedofiele gevoelens kunnen wijzen op het bestaan van deze website en deze zelfhulpgroepen. Maar een sociaal werker kan meer doen dan dit. Het belangrijkste is: rustig en aandachtig luisteren naar wat de cliënt te vertellen heeft en hem hiertoe ook aanmoedigen; vervolgens: meeleven, begrijpen en niet oordelen. Vragen naar wat hij als praktische en sociale problemen tegenkomt en hem hiermee op weg helpen.

Conclusie

Ik hoop dat u, na het lezen van dit artikel, begrijpt dat er een verschil is tussen pedofilie en pedoseksualiteit, dus tussen de verschillende cliënten. Het doel is het bespreekbaar maken van pedofilie als oriëntatie wat niet per definitie om kindermisbruik gaat.

Het bespreekbaar maken van pedofilie resulteert, in mijn ogen, in een maatschappij waarin we met elkaar een beter beeld hebben bij de verschillen tussen pedofilie en pedoseksualiteit. Deze kennis draagt bij aan het in gesprek kunnen gaan over allerlei opvattingen en ideeën hierover. Door hierover te spreken, als maatschappij en professional, zullen mensen met pedofiele gevoelens eerder durven vragen om hulp bij de gevoelens die ze ervaren. Deze informatie draagt tevens aan het vormen van een juist beeld over pedofiele cliënten. Dit zal er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat pedofilie cliënten eerder een beroep durven te doen op hulpverlening en sneller geholpen kunnen worden met hun pedofiele gevoelens en dus minder snel over zullen gaan tot daderschap. Voor cliënten met pedofiele gevoelens zijn er verschillende websites en werkgroepen waar ze in gesprek kunnen gaan over hun oriëntatie.

Ofwel, sociaal werkers:

  • Ga, als professionals onder elkaar, in gesprek over het verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit.
  • Sta open voor het opdoen van kennis over deze twee verschillende type cliënten.
  • Durf een eigen mening te hebben over het taboe pedofilie in de maatschappij.
  • Ga niet alleen uit van wat de media hierover zeggen.
  • En tot slot, weet wat je kan doen voor een cliënt met pedofiele gevoelens als je deze tegenkomt in de praktijk: luisteren zonder te oordelen en helpen goed met deze gevoelens te kunnen leven zonder (weer) de fout in te gaan.

[Literatuurlijst]

Start ] Omhoog ]