Vorige ] Omhoog ] Volgende ]

~    [Home]    ~

HET ONTSTAAN VAN DE LIJSTEN MET GEDRAGSINDICATIES

[Blz. 256]

Aan het eind van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw bestond er veel aandacht voor het verschijnsel masturbatie van kinderen, een gewoonte die schadelijke en verwoestende gevolgen zou hebben. De campagne om dit verschijnsel uit te roeien was onderdeel van een beweging die zich richtte op het propageren onder de bevolking van een gezondere levensstijl. Men was van mening dat men als gevolg van masturberen blind of zwakzinnig kon worden, er allerlei ziekten door kon oplopen, kortom dat het een verwoestende uitwerking op het kind had.

De anti-masturbatiecampagne had een aantal extreme reacties tot gevolg. Bij meisjes werd de clitoris weggenomen en jongetjes moesten soms jarenlang een soort handboeien of kruisgordel dragen. Tegenwoordig is men het algemeen eens over de dwaasheid van deze campagne, die kinderen alleen maar heeft geschaad.  

Onder andere J. Kellogg, M.D., oprichter van de Kerk der Adventisten en de man die de cornflakes ontwikkelde, stelde voor ouders een aantal handboeken met richtlijnen op om hen te helpen het kwaad van de masturbatie uit te roeien. In zijn boeken gaf hij een lijst van

negenendertig gedragskenmerken

die voor de ouders een signaal zouden zijn dat het kind masturbeerde [*41]. Het ging om onder andere de volgende symptomen

(de huidige gedragsindicaties voor seksueel misbruik staan er cursief gedrukt, tussen haakjes, onder):  

  • 1. Algemene zwakte, waaronder uitputting

    • (klachten van vermoeidheid of lichamelijke problemen, hetgeen op depressiviteit kan duiden).

  • 2. Plotselinge karakterverandering

    • (regressief gedrag).

  • 3. Ongeïnteresseerdheid, lusteloosheid, geen zin in spelen

    • (teruggetrokken en overmatig dagdromen).

  • 4. Slaapproblemen

    • (nachtmerries, slaapwandelen).

  • 5. Achteruitgang van het geestelijk vermogen

    • (plotselinge achteruitgang in leer prestaties; slechte concentratie op school; plotseling verminderde prestatie op school).  

[Blz. 257]

  • 6. Onbetrouwbaar

    • (slechte relatie met leeftijdsgenoten; maakt moeilijk vrienden; openlijk agressief gedrag; weinig vertrouwen in voor hem/haar belangrijke personen).

  • 7. Is graag alleen

    • (teruggetrokken gedrag; veelvuldig dagdromen).

  • 8. Schuwheid

    • (angstig of fobisch, met name tegenover volwassenen).

  • 9. Onnatuurlijk brutaal

    • (openlijk agressief gedrag; veelvuldig en onbehoorlijk seksueel spel met leeftijdsgenoten, speelgoed of hem! haarzelf; promiscue neiging).

  • 10. Snel bang

    • (angstig of fobisch, met name voor volwassenen).

  • 11. Verward

    • (waaronder vulgaire grappen)

    • verward, toespelingen op seksuele activiteiten).

  • 12. Veranderlijke eetlust

    • (plotselinge, enorme gewichtstoename).

  • 13. Onnatuurlijk bleek uiterlijk

    • (ongezond uiterlijk, klachten van vermoeidheid of lichamelijke problemen, hetgeen op depressiviteit kan duiden).

  • 14. Bedplassen

    • (bedplassen en!of onvrijwillige uitscheiding van ontlasting; plast uitzonderlijk vaak).

  • 15. Vulgair taalgebruik, voorliefde voor obscene verhalen

    • (toespelingen op seksuele activiteiten, speelt veelvuldig seksuele spelletjes).

  • 16. Eerste symptomen van longontsteking of wat daar op duidt, waaronder hoesten, kortademigheid of pijn in de longen

    • (ziekten als longontsteking of ziekte van Pfeiffer).  

De gedragsindicaties die destijds voor ouders aanwijzingen waren dat hun kind masturbeerde, zijn dezelfde als die in onze tijd worden gebruikt om vast te stellen dat een kind seksueel is misbruikt. Joho Money zegt hierover:  

"Kellogg's lijst van verdachte signalen wordt in onze tijd door speurders naar seksueel misbruik nieuw leven ingeblazen. Zij hebben niets van het verleden geleerd. De geschiedenis is gedoemd zich te herhalen, met alle afschuwelijke gevolgen van dien [*42].

De waarschuwing met betrekking tot het gebruik van de gedragsindicaties betekent echter niet dat de volwassene een kind dat problemen lijkt te hebben niet zou moeten helpen en niet zou moeten trachten achter de oorzaak ervan te komen. Een meevoelende en zorgzame volwassene die probleemgedrag bij een kind vaststelt, zal zijn best doen uit te vinden wat het kind mankeert. Echter, hij dient vooropgezette ideeën uit te schakelen, zijn vragen zorgvuldig te formuleren, niet te snel een oordeel te vormen en niet voortijdig de conclusie te trekken dat seksueel misbruik de oorzaak van het probleemgedrag is. Op die manier vermijdt hij het risico van een onjuiste diagnose.

Vorige ] Omhoog ] Volgende ]