[ Start ]     [ Omhoog ]

Luisteren kun je leren

Rick Pullens, in: Trouw, De Tijdgeest, 21 februari 2026

Luisteren is geen wondermiddel, wel een kunst die je kunt leren Luisteren naar elkaar zou dé oplossing tegen polarisatie zijn. Open je oren voor andersdenkenden en tegenstellingen verzachten. Mooie woorden, maar hoe doe je dat dan, goed luisteren, vraagt Rick Pullens zich af.

Ben ik een goede luisteraar? Om eerlijk te zijn: ik durf deze vraag niet met een volmondig ‘ja’ te beantwoorden. Al had ik die neiging tot voor kort wel. Interviewen is een belangrijk deel van mijn vak, en doorgaans lijkt de persoon tegenover mij zich begrepen te voelen, dus ja, natuurlijk ben ik een goede luisteraar!

Er is ook dat andere stemmetje. Het stemmetje van de vroegere kleuterjuf van mijn inmiddels 17-jarige dochter. Niet zomaar een juf, nee, een antroposofische kleuterjuf die vol overgave de tradities van de vrijeschool uitdroeg. En dat was even wennen. Want waarom moesten de hoekjes van een tekenvel per se worden afgerond? En zo bespeurde ik meer dogmatische trekjes. Het eerste oudergesprek liep volledig mis, omdat zij lang van stof was en ik haar regelmatig onderbrak. Waarop ze me halverwege met een terechtwijzende blik aankeek. “Als jij al denkt te weten wat ik ga zeggen, dan kunnen we beter stoppen met dit gesprek.” Bij thuiskomst zei ik tegen mijn vriendin: jij gaat voortaan.

Wat maakt iemand tot een goede luisteraar? Wanneer beheers je deze aloude kunst?

Al in de baarmoeder luisteren we. Rond de 24ste week van een zwangerschap blijkt ons gehoor bijna volledig ontwikkeld. Toch is luisteren later in ons leven vaak een opgave. ‘Een zeldzame vaardigheid, die veel mensen zijn kwijtgeraakt of misschien wel nooit hebben geleerd’, stelt filosoof Miriam Rasch in Luisteroefeningen; over aandacht en ontvankelijkheid.

De samenleving is sinds de Verlichting meer afgestemd op spreken dan op luisteren. Mondigheid en meningsuiting overheersen, want spreken impliceert weten. Er wordt vooral gezonden.

Toch is luisteren hip, merkt Rasch op. Tijdens het schrijven van haar boek werd vaak instemmend gereageerd op de mededeling dat ze bezig was met dit onderwerp ‘in tijden van polarisatie’. ‘Het doet een belofte aan wat miskend zou zijn en wekt daarmee een hoffelijke indruk.’

Ondertussen lijken we steeds minder naar elkaar te luisteren. Het Malieveld staat regelmatig vol mensen die vinden dat ze ‘niet gehoord worden’, oordopjes met noise cancelling behoren tot onze standaarduitrusting en politici gaan bekvechtend de dag door. “We zijn de kunst van het luisteren verleerd”, concludeerde de Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel in tv-programma Buitenhof. “We hebben vooral gepolariseerde schreeuwwedstrijden.”

De voortschrijdende digitalisering versterkt deze ‘luistercrisis’. Sociale media zijn vooral op zenden gericht, niet op een aandachtige ontvangst. ‘Op X is het makkelijk praten, maar wordt het heel moeilijk gemaakt om te luisteren’, aldus Rasch.

Uitzondering op de regel

Dat de kleuterjuf me geen prettige gesprekspartner vond, wil natuurlijk niet zeggen dat ik nooit een goede luisteraar ben. Soms botert het gewoon niet tussen mensen. Dat vervelende oudergesprek was een uitzondering op de regel, houd ik mezelf voor.

Die redenatie wordt thuis op een avond hard onderuit gehaald door mijn vriendin. Als ze op tafel het boek van Miriam Rasch ziet liggen, mompelt ze ‘interessant’. Gevolgd door: “Dat lijkt me nou echt een boek voor jou.” Op mijn verontwaardigde ‘hoezo?’ antwoordt ze: “Soms ben je zo ongeduldig. Dan laat je me mijn zin niet eens afmaken en doe je zo.” Ze draait snelle rondjes met haar hand, alsof het een wiel is; iets wat ik inderdaad doe als ik wil dat iemand ‘to the point’ komt. “Zo irritant.”

Ook de Amerikaanse journalist Kate Murphy geeft in Je luistert niet; wat je niet hoort maar wel wilt weten toe dat ze als ‘beroepsluisteraar’ weleens tekortschiet. Neurologisch gezien is dit niet vreemd, merkt ze op. Mensen denken vier keer zo snel dan dat ze praten. Terwijl de ander spreekt, is er volop hersencapaciteit over voor mentale uitstapjes, een verschijnsel dat het spreek-/denk-differentieel heet.

En dat maakt aandachtig luisteren lastig. Veel mensen zijn, terwijl iemand tegen ze praat, vooral bezig met wat ze zelf gaan zeggen of hun boodschappenlijstje. Murphy: ‘Slimme mensen zijn vaak nog slechtere luisteraars, want ze verzinnen nog meer andere dingen om over na te denken en gaan er waarschijnlijk nog meer vanuit dat ze toch al weten wat de ander gaat zeggen.’

Wat maakt iemand wél tot een goede luisteraar? Een simpel stappenplan bestaat niet. Maar over één ding zijn de experts het eens: luisteren begint met aandacht. De Amerikaan Ralph Nichols (1907-2005), de ‘aartsvader van het luisteronderzoek’, benadrukte dit al. Volgens hem houdt goed luisteren in dat je je mentale bandbreedte niet inzet om uitstapjes te maken, maar je inspanningen verdubbelt om iemand zo goed mogelijk te begrijpen.

Volgens Nichols – die zich al in 1948 met het onderwerp bezighield – is luisteren van grote waarde: ‘De meest fundamentele van alle menselijke behoeften is de behoefte om te begrijpen en begrepen te worden. De beste manier om mensen te begrijpen is door naar hen te luisteren.’

Actieve daad

Wie luistert, gaat een relatie aan met de ander, benadrukt ze. Het is een actieve daad. “Daarbij gaat het niet meer over het ‘ik’, maar over het ‘jij’.” Een aandachtig luisteraar komt niks halen, maar wil iets geven. Of zoals de Franse filosofe Simone Weil ooit zei: ‘Aandacht is de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.’

Je moet jezelf kortom actief openstellen voor iemand; een mooi streven, maar hoe doe je dat in de praktijk? Het antwoord is verrassend concreet, blijkt als ik me verdiep in het werk van de Israëlische hoogleraar Avi Kluger, een belangrijke hedendaagse stem in het luisteronderzoek. Volgens hem is luisteren in zijn puurste vorm een staat van volledige aanwezigheid, waarin je eigen oordelen wijken voor een gezamenlijke verkenning van de ander.

Het parkeren van je eigen oordeel noemt ook Jansen als een van de belangrijkste luister-ingrediënten. Je zet jezelf even op stand-by. Wat niet betekent dat je geen oordeel mág hebben. “Er zijn mensen die zeggen dat ze ‘oordeelloos’ luisteren – staat mooi op LinkedIn. Maar het gaat om oordeelbewust luisteren. Er is geen mens op deze aardbodem die géén oordeel heeft over anderen. De vraag is vooral: kun je ruimte laten bestaan voor de ander zonder die op te vullen met jouw oordeel?”

Goed luisteren is dus een balans tussen jezelf wegcijferen én beseffen dat jij ondertussen wel mede bepaalt wat je hoort, waar je ontvankelijk voor bent en hoe je iemands woorden interpreteert.

Ook belangrijk voor een goede luisteraar, volgens Jansen: “Schort je neiging op om meteen te duiden, te fixen of te verklaren.” En samenvatten? “Niet als standaard trucje. Als jij mijn woorden nét verkeerd samenvat, ben ik uit mijn verhaal en ga ik jou corrigeren. Niet doen. Verduidelijken is iets anders: je zei net dit, wat bedoel je daar precies mee?”

Ik moet denken aan de film Der Himmel über Berlin (1987) van Wim Wenders, waarin de engelen Damiel en Cassiel niets anders doen dan luisteren naar de innerlijke stemmen van de Berlijners. Luisteren is in deze film niet zomaar een handeling, maar de essentie van compassie.

Luisteren vraagt om ontvankelijkheid en vereist dat je je eigen ego opzijzet, net als de drang tot ‘problemen oplossen’. De engelen grijpen niet in en oordelen niet. Zij laten zien dat luisteren een vorm van erkenning is die de eenzaamheid van de ander verzacht.

Dat gevoel van erkenning is cruciaal bij het betere luisterwerk. En dat vraagt om een empathische houding. In de woorden van de invloedrijke psycholoog en therapeut Carl Rogers (1902-1987): een goede luisteraar probeert zich zo goed mogelijk te verplaatsen in een ander. ‘Wie luistert, zegt: ik ben in je geïnteresseerd en ik denk dat wat je voelt belangrijk is. Ik respecteer je mening, en zelfs als ik het er niet mee eens ben, weet ik wat je belangrijk vindt’, aldus Rogers.

Luisteren is dus niet hetzelfde als instemmen. Jansen. “Stel dat iemand tegen mij zegt: ik vind het fantastisch wat Trump doet. Dan ga ik met die ander mee om te kijken: waar komt dit vandaan, wat raakt je hierin? Zonder dat mijn oordeel doorklinkt in mijn woorden.”

Vermijd tot slot ook (veelvoorkomende) reacties als ‘dat heb ik ook!’ of ‘ja, dat ken ik wel’. Dergelijke uitspraken lijken empathisch. Het tegendeel is waar. Je vestigt de aandacht op jezelf, want je stopt met luisteren en begint te spreken. Gespreksnarcisme heet dat.

Schiet nou op

Wie denkt dat je beter luistert naar een dierbare dan naar een onbekende, heeft het mis. Het is precies andersom. In de psychologie wordt dit de ‘closeness-communication bias’ genoemd. Door de vertrouwdheid van communicatie maak je aannames over iemands gedachten en dwaal je sneller af, omdat je denkt te weten wat iemand gaat zeggen. Juist in relaties hoor je daarom vaak: je luistert niet.

Eenzelfde soort verwijt klinkt tegenwoordig ook in de samenleving. Zijn betere luistervaardigheden ook een manier om polarisatie tegen te gaan?

Het is verleidelijk om te vallen voor dit luister-ideaal, waarschuwt Rasch, omdat het een illusie is dat beter luisteren via een rechte weg naar vrede en voorspoed leidt. Het kan de verharding doorbreken, maar is geen wondermiddel. Sterker nog, luisteren kan ook leiden tot volkomen onbegrip. Je weet van tevoren nooit waar een gesprek naartoe gaat.

Onder alle omstandigheden blijven luisteren is bovendien geen morele plicht. Het houdt op waar wederzijds respect ontbreekt, bijvoorbeeld als iemand persoonlijk wordt beledigd. Niet elke stem vraagt om ontvangst, niet elke boodschap om een empathische houding.

Extreem rechtse demonstrant

Dat het opschorten van je eigen oordeel kan lonen, liet Trouw-columnist Saman Amini onlangs zien. De cabaretier, als kind gevlucht uit Iran, verbleef jaren in azc’s. Hij ging het gesprek aan met een extreemrechtse demonstrant die in september op het Malieveld huishield. Hij vroeg zich af: wie is deze ‘nazi’ en waarom denkt hij zo over migratie? Door in gesprek te gaan en naar elkaar te luisteren kregen ze wederzijds respect, schreef hij in een column. Nog altijd hebben hij en ‘Jim’ contact.

Kun je ook als maatschappij je luistervaardigheid trainen? Ja, stelt Noëlle Aarts, emeritus hoogleraar socio-ecologische interacties aan de universiteit in Nijmegen, en eerder werkzaam bij Wageningen University. Ze deed onderzoek naar de manier waarop groepen andersdenkenden met elkaar communiceren over natuurkwesties.

De toenemende polarisatie is volgens haar grotendeels het resultaat van hoe mensen met elkaar praten. Zo bleek het contact tussen boeren, natuurbeheerders en overheden telkens eenzelfde patroon te volgen. “Pogingen om de ander voor ons te winnen hebben vooral als resultaat dat de relaties verslechteren.” Omdat er niet goed geluisterd wordt.

Aarts: “We wachten tot iemand klaar is met praten om het gesprek over te nemen en iemand onmiddellijk te willen overtuigen van ons gelijk. We dragen nog meer argumenten aan om ons eigen standpunt kracht bij te zetten of laten wetenschappers ‘de feiten’ vertellen. Het probleem is dat die alleen indruk maken op de mensen die het er toch al mee eens waren.”

Duidelijk is dat het bij controversiële kwesties waar mensen zich emotioneel bij betrokken voelen niet helpt om zo te praten, stelt Aarts. Mensen voelen zich niet gehoord. “Ondertussen vindt vanuit elke bubbel stigmatisering plaats van de andere groep: boeren ‘letten enkel op de centen’, natuurbeschermers zijn ‘wereldvreemd’ en overheden ‘niet te vertrouwen’.”

Zij pleit voor een andere benadering: stel de dialoog centraal – een ‘sleets woord’ dat ze liever mijdt. Aarts noemt het ‘gesprekken met dialogische momenten’, waarin je elkaars perspectief leert begrijpen en elkaars aannames, normen, waarden en zorgen onderzoekt.

Daarbij gaat het niet om winnen, benadrukt ze. “Het gaat om de kunst van het luisteren, waarbij verschil, het anders denken, het uitgangspunt is.” Dat kan leiden tot meer wederzijds respect. “Niet omdat mensen het opeens met elkaar eens worden, maar omdat je de ander en diens perspectief erkent en begrijpt.”

Aarts stelde richtlijnen en spelregels op, zoals de Grieken ook protocollen hadden voor hun socratische gesprekken. “Het klinkt misschien allemaal wat soft. Maar wat is het alternatief? Elkaar blijven bevechten? Filosoof Hannah Arendt zei al: de democratie is niets waard als het gesprek tussen andersdenkenden niet ook in de samenleving zelf plaatsvindt.”

Een belangrijke sleutel tot beter luisteren ligt volgens haar bij het onderwijs. “Openstaan voor de ander, je oordeel opschorten, empathisch luisteren; het zijn vaardigheden die al op de basisschool moeten worden aangeleerd omdat ze horen bij goed burgerschap. Leer al jong omgaan met het feit dat we verschillen.”

Vertraging

Luisteren is als beeldhouwen, bedenk ik me op een avond als ik mijn vriendin in haar atelier bezig zie. Je begint eraan, met overgave en nieuwsgierigheid, je reageert op wat er ontstaat en beweegt mee. Tot er een beeld ontstaat van de persoon tegenover je. Een vaardigheid die het leren waard is, maar een lange adem vergt.

Het is een ambacht dat dwingt tot vertraging, in een wereld vol snelle algoritmes en technologie. Misschien is luisteren wel de mooiste daad van hedendaags verzet, merkt Rasch op. ‘De ideologie van big tech is dat je geen innerlijk hebt, omdat alles van de buitenkant afgelezen kan worden. Luisteren kan alleen maar als je uitgaat van een innerlijk.’

Ik denk terug aan dat ene oudergesprek. De kleuterjuf van mijn dochter hield me destijds een spiegel voor; ik luisterde niet, ik had mijn oordeel klaar. Dat juist zij zo scherp hierop was, stemt me nu eigenlijk vrolijk. Want de kans is groot dat ze ook de kleuters die ze al die jaren lesgaf spelenderwijs heeft meegegeven wat het behelst een goede luisteraar te zijn. Wat ben ik blij dat mijn dochter bij haar in de klas zat.

[ Start ]     [ Omhoog ]