[ Start ]     [ Omhoog ]
Citaten uit:
Verstoten en isoleren is vragen om problemen
Menno van Dongen, in De Volkskrant, 28 februari 2026
[...] Volgens psychologen is het onvcerstandig om pedofiele mannen te benaderen als monsters. Dan voelen ze zich minder vrij om hulp te zoeken.
[... een actuele strafzaak ...] maakt niet alleen veel emoties los, maar roept ook vragen op over wat mensen zulke misdrijven plegen en hoe het risico kan worden beperkt dat iemand als [...] over de schreef gaat.
Voor antwoorden op die vragen ging De Volkskrant naar Nederlands grootste centrum voor ambulante forensische geestelijke gezonheidszorg, De Waag. Dat is een polikliniek waar onder andere daders van kindermisbruik worden behandeld en pedofiele cliënten bij elkaar komen in gespreksgroepen. In zulke groepen, die wereldwijd uniek zijn, krijgen ze steun en advies en delen ze ervaringen met elkaar. Voor sommigen heeft dat een preventief effect.
Klinisch psycholoog Marc Verheij (49) werkt al achttien jaar bij De Waag, waar hij behandelaar is en programmamaker seksueel grensoverschrijdend gedrag voor alle twaalf vestigingen.
Fieke van der Meer (39) begon acht jaar geleden bij De Waag in Amsterdam en begeleidt onder meer een praatgroep voor pedofiele mensen.
De psychologen geven dit interview niet als belangenbehartiger van hun cliënten: ze praten seksuele delicten op geen enkele manier goed, het is juist hun missie om ze tegen te gaan. Maar hun werk biedt als geen ander inzicht in de psyche van kindermisbruikers en pedofiele mensen. Daarover bestaan misverstanden, zeggen ze, en die willen ze ophelderen.
Zo worden de woorden pedofiel en kindermisbruiker ten onrechte geregeld door elkaar gebruikt. Iemand met pedofilie heeft seksuele gevoelens voor kinderen die nog niet in de puberteit zijn gekomen, maar dat hoeft niet te betekenen dat hij of zij hen seksueel misbruikt. [...]
Zelf spreken ze liever niet van 'een pedofiel', omdat iemands seksuele oriëntatie slechts één kenmerk van de persoon is. Ze geven de voorkeur aan termen als 'pedofiele man' [...]
Nederland telt volgens Marc Verheij en Fieke van der Meer naar schatting 140- tot 180-duizend mannen die op minderjarigen vallen. Uit onderzoek blijkt dat 80 tot 90 procent van hen niets met deze gevoelens doet [...]. 'Ja, er is een overlap tussen pedofiele mannen en kindermisbruikers, maar veruit de meeste mannen met seksuele gevoelens voor kinderen handelen daar nooit naar.' [...] 'Veel kinderen worden misbruikt door mannen die geen seksuele voorkeur voor minderjarigen hebben. De helft tot drie-kwart van de plegers valt op volwassenen.'
'Zulke mannen slaan toe omdat zich een gelegenheid voordoet waarin ze hun seksuele behoeften kunnen bevredigen. Zij vinden bijvoorbeeld dat ze recht hebben op seks en zijn daar zo obsessief mee bezig dat het eigenlijk niet uitmaakt met wie ze dat hebben.'
Verheij: '[...] als plegers tegenover mij zitten word ik zelden boos, omdat ik dan de persoon achter het misdrijf zie, iemand met een verhaal [...]'.
'Iemand die iets schokkends heeft gedaan, of monsterlijk zo je wil, betekent niet dat hij als persoon een monster is.'
Verheij: '... Dikwijls nemen zij [pedofiele mannen] de beeldvorming over uit de samenleving. Zodra ze merken dat ze seksuele gevoelens voor kinderen hebben, worstelen ze daarmee en associëren ze dit met kindermisbruik, ook als ze zoiets nooit willen doen.'
Pedofilie is geen keuze, benadrukt Van der Meer. 'Er lijkt sprake van een combinatie van biologische, genetische, psychologische en sociale factoren, bij anderen speelt levenservaring een grote rol. Zo'n ervaring kan zijn dat iemand zelf is misbruikt, maar de meeste slachtoffers krijgen later geen seksuele gevoelens voor kinderen.'
Een op de drie peddofiele mannen denkt structureel na over zelfdoding. Ze zijn vaak somber en eenzaam, gebruiken drugs of drinken te veel. 'Voor zichtbare klachten worden ze soms wel behandeld', legt Van der Meer uit, 'maar niet voor het onderloggende probleem: dat ze gebukt gaan onder een groot geheim, ze vallen op kinderen.'
De drempel om hierover te praten met een huisarts of psycholoog is hoog. 'Ze zijn bang dat iemand hen veroordeelt vanwege hun gevoelens, dat het uitlekt en ze alles verliezen: hun werk, vrienden, hun familie. Een cliënt zei ooit tegen me: "Het moeilijkste dat ik ooit geb gedaan, is mijn huisarts vertellen dat ik op kinderen val.'
Hulpverleners weten zich doorgaans geen raad met dit onderwerp, stelt Verheij: ze schrikken zich bijvoorbeeld kapot als zo'n man hen in vertrouwen neemt, stralen uit pedofilie raar of vies te vinden, of vragen direct hoe gvaarlijk hij is. Het gevolg kan zijn dat de man in kwestie nooit meer praat over zijn gevoelens.
Dat veel kindermisbruikers meermaals de fout in gaan, is volgens hem een misvatting. 'Na een veroordeling pleegt over ene lange termijn 10 tot 15 procent van hen opnieuw een seksueel misdrijf. Vaak zeggen ze dat ze ongelooflijk stom zijn geweest en doen ze het nooit meer.'
[...]
Verheij en Van der Meerzijn de bedenkers van 'zelfhulpgroepen' in De Waag, voor mannen met pedofilie. Daariun krijgen ze steun en advies van elkaar en leren ze hun seksuele gevoelens te accepteren [..][*]
Verheij begeleidt een groep in Den Haag, Van der Meer in Amsterdam en er is er een in Amersfoort. Ze bestaan stuk voor stuk uit vijf à zes mannen met gevoelens voor kinderen tot 16 jaar die seks met kinderen afkeuren. Sommigen hebben niets gedaan, anderen proberen niet opnieuw over de schreef te gaan.
'We zijn hiermee begonnen in 2019', zegt Verheij. 'Ik kreeg steeds meer te maken met pedofiele mannen die zelf vroegen om behandeling en worstelden met hun zelfbeeld. Ze konden vaak nauwelijks geloven datr ze lang niet de enigen zijn die hiermee rondlopen. Zo ontstond het idee om hen bij elkaar te zetten.'
Van der Meer: [...] Inmiddels hebben ruim vijftig mannen deelgenomen aan een zelfacceptatiegroep. 'Uit een evaluatie blijkt dat de meesten blij zijn dat ze niet langer alles geheim hoeven te houden', zegt ze. 'Ook merken ze dat het hebben van gevoelens voor kinderen niet betekent dat je een vreselijk mens bent. De groep werkt als een spiegel; ze zien dat andere deelnemers heel normale mensen zijn en denken: misschien geldt dat ook wel voor mij.'
'Elke keer kiezen we een thema, op basis van wat de groepsleden neemaken of waar ze mee zitten. Zoals: hoe ga ik om met vrienden met kinderen, kan ik mijn partner vertellen over mijn pedofilie?'
Verheij: 'Als iemand dat doet met een persoon die heel dicht bij hem staat, zoals een partner, ouder of goede vriend, leidt dat vrijwel nooit tot het besluit om met hem te breken, omdat zo'n vertrouwenspersoon de man met pedofiie al heel goed kent, en weet: deze man is veel meer dan zijn seksuele gevoelens.' [...]
Volgens Van der Meer is het de bedoeling dat de deelnemers uiteindelijk tegen zichzelf zeggen: als ik iets seksueels voel voor kinderen is dat geen probleem, want ik ga er niks mee doen en doe er niemand kwaad mee. Dat neemt veel stress weg.'
Veel groepsleden vinden het wel lastig om te accepteren dat zulke gevoelens altijd onbeanmtwoord zullen blijven, mertkt ze. Ze hebben een soort liefdesverdriet, want pedofiele gevoelens gaan nooit weg. Wat er dan wel kan gebeuren, is dat hun seksualiteit minder op de voorgrond treedt: leuk werk, hobby's, een fijn netwerk: dat helpt.' [...]
[...] Verheij: [...] 'Er zullen altijd mannen zijn met seksuele gevoelens.' [...] De maatschappij heeft er volgens hem baat bij dat deze groep niet in een isolement raakt.
[...]
Ik hoop dat men beseft dat de meeste mannen met pedofile nooit een kind misbruiken. Zo iemand worstelt levenslang met gevoelens waar hij niet om heeft gevraagd. [...] De uitdaging is dan om het gedrag te veroordelen, niet de hele persoon. Zulke mannen verstoten en isoleren, in plaats van behandelen, is vragen om problemen.'