Start ] Omhoog ]

Parafiele en hyperseksuele stoornissen

Passages uit De GGZ Zorgstandaard  

Dd 30 spril 2020.
Bron:
https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/parafiele-en-hyperseksuele-stoornissen/organisatie-van-zorg/kwaliteitsbeleid/deskundigheidsbevordering

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft vanuit het perspectief van de patiënt (vraaggericht) de organisatie van de behandeling, begeleiding en zorg voor iemand met een parafiele of hyperseksuele stoornis en beoogt kwalitatief goede, integrale en continue zorg op basis van interdisciplinaire samenwerking te faciliteren. Het gaat daarbij om de zorgstandaard onafhankelijke aspecten en de zorgstandaard afhankelijke aspecten. Een belangrijk onderdeel van dit hoofdstuk zijn ook de afspraken rondom het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van zorg (het kwaliteitsbeleid). Dit vereist een methodische benadering die structureel is ingebed in de organisatie van het zorgproces.

[... ... ... ...]

Toegankelijkheid

Voor elke patiënt in Nederland is goede (competente, respectvolle en empathische), betaalbare en toegankelijke zorg beschikbaar. Een basisvoorwaarde is dat de patiënt toegang heeft tot een goed en coherent netwerk van zorgvoorzieningen en zorgverleners voor de levering van de benodigde zorg. In acute situaties moet de patiënt kunnen rekenen op 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorgverleners. Daarnaast:

  • [...] is de zorglocatie/praktijk goed bereikbaar met auto en openbaar vervoer;
  • is de zorglocatie fysiek goed toegankelijk;
  • stemt de zorgverlener dag en tijdstip van afspraken af met de patiënt;
  • werkt de zorgverlener zo mogelijk samen met naasten en ondersteunt hen daar waar noodzakelijk;
  • is de wachttijd in de wachtkamer van de zorgverlener acceptabel;
  • informeert de zorgverlener de patiënt over klachten met de bekostiging van medicijnen of klachten met andere behandelingen die onderdeel zijn van de behandeling en begeleiding van de patiënt en zoekt, voor zover mogelijk, naar alternatieven;
  • is in het kader van transitie en toename Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) georganiseerde begeleiding is de juiste GGz-deskundigheid op wijkniveau, in de buurt van en bij de patiënt thuis nodig;
  • worden wachtlijsten voorkomen.

Ruimtelijke voorzieningen

De inrichting van de ruimtes en de faciliteiten van zorglocaties/praktijken sluiten aan bij de behoeften en mogelijkheden van de patiënt.

Keuzevrijheid

Informed consent

Een belangrijk uitgangspunt van het gezondheidsrecht is dat een patiënt toestemming geeft voor onderzoek en behandeling. Zonder toestemming is immers sprake van een ongeoorloofde inbreuk op de persoonlijke integriteit. Om rechtsgeldig toestemming te geven heeft de patiënt goede informatie nodig. Daarom moet een zorgverlener, alvorens toestemming te vragen, de patiënt eerst informatie geven over de voorgenomen behandeling of onderzoek. De informatieplicht van de zorgverlener en het toestemmingsvereiste vormen een twee-eenheid. Dit wordt ‘informed consent’ genoemd. Het naleven door zorgverleners van het beginsel van informed consent is niet alleen in juridisch opzicht van belang. Goede communicatie met de patiënt is goed voor het wederzijds vertrouwen en draagt bij aan eigen regie en zelfmanagement.

Informed consent betekent in de eerste plaats dat de zorgverlener de patiënt op een begrijpelijke en zo volledig mogelijke wijze informeert over de voorgestelde behandeling. Duidelijk moet zijn wat de aard en het doel zijn van de behandeling, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn en welke alternatieven mogelijk zijn. De zorgverlener mag pas met de behandeling starten als de patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven. Deze toestemming kan onder omstandigheden ook impliciet plaatsvinden. Daarbij kan gedacht worden aan een behandeling in een acute of noodsituatie.

Als het gaat om een minderjarige tot 16 jaar of wilsonbekwame meerderjarige patiënt dan is toestemming nodig van de wettelijk vertegenwoordiger. Naasten van de volwassen patiënt kunnen ook vertegenwoordiger zijn, maar zijn dat niet automatisch. Deze kunnen door de rechter worden benoemd of door de patiënt worden aangewezen. Bij ontbreken daarvan geldt op grond van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) een hiërarchie bij echtgenoot/partner, kinderen en broers en zussen.

Gezamenlijke besluitvorming

Gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) is ... van belang. Ook in de forensische zorg wordt daarnaar gestreefd, maar dit zal in de praktijk niet altijd mogelijk zijn.

[... ... ...]

Privacy

De zorg wordt zodanig georganiseerd dat het recht van patiënten op privacy is gewaarborgd [Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst en Wet bescherming persoonsgegevens] (vanaf 25 mei 2018 de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) en de Uitvoeringswet WVG). Bij het verzamelen, vastleggen en overdragen van gegevens respecteren zorgaanbieders de privacyregels, wetgeving en beroepsregels.

Zorgverleners hebben een beroepsgeheim [Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg]. Bij besluiten over behandeling en zorg en bij overdracht en opslag van gegevens uit het patiëntendossier is expliciete toestemming van de patiënt vereist. Hij heeft recht op inzage in en een kopie van het eigen dossier.

Recht op ruimtelijke privacy betekent dat de begeleiding, behandeling, zorg en communicatie slechts met toestemming van de patiënt door anderen dan de direct betrokkenen kan worden waargenomen of bijgewoond.

Wanneer een patiënt zijn naasten niet bij de zorg wil betrekken en de naasten wel vragen hebben kan de zorgverlener de volgende informatie geven zonder de privacy van de patiënt te schaden:

  • algemene, niet-patiënt-gebonden informatie over psychische aandoeningen en de impact daarvan op de naasten;
  • informatie over de zorgorganisatie, wet- en regelgeving;
  • indien aanwezig informatie over de familieraad en familievertrouwenspersoon;
  • informatie en/of aanbod voor ondersteuning aan naasten (intern en extern bij familie-organisaties of patiëntenorganisaties met aandacht voor familie).

Het zorgpad bij parafiele en hyperseksuele stoornissen

Voor mensen met een parafiele of hyperseksuele stoornis die als belangrijkste klacht hebben dat ze lijden onder hun parafilie of hyperseksualiteit, zal de huisarts meestal het eerste aanspreekpunt zijn. Ook personen die zich in eerste instantie hebben gewend tot het internet voor het zoeken van informatie kiezen vervolgens voor de huisarts als professioneel aanspreekpunt. De huisarts zal zich in het algemeen beperken tot het waar mogelijk normaliseren en mensen motiveren hulp te zoeken. Behandeling vindt plaats in de gespecialiseerde ggz (S GGZ). Een deel van de patiënten zal via de juridische weg verplicht worden doorverwezen naar de forensische zorg omdat ze een veroordeling hebben vanwege een zedendelict.

Gespecialiseerde GGZ

In de gespecialiseerde ggz (S GGZ) zijn zorgverleners werkzaam die zich hebben gespecialiseerd in de behandeling van parafiele en hyperseksuele stoornissen. Een deel van hen is werkzaam binnen een multidisciplinair seksuologisch team en heeft een registratie als seksuoloog NVVS.

De mogelijke vervolgstappen na het bezoek aan de huisarts zijn dan ook in de huidige situatie:

  • Via de huisarts naar een vrijgevestigde GZ-psycholoog, klinisch (neuro)psycholoog, psychotherapeut of psychiater in de gespecialiseerde ggz (bijvoorbeeld met de registratie seksuoloog NVVS) die gespecialiseerd is in de diagnostiek en behandeling van parafiele of hyperseksuele stoornissen.
  • Via de huisarts naar een multidisciplinair seksuologisch team in de gespecialiseerde ggz, dat onder andere is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van parafiele en hyperseksuele stoornissen, al dan niet gecombineerd met (complexe) andere psychiatrische problematiek. Aan dergelijke teams zijn diverse disciplines verbonden, waaronder BIG geregistreerde psychologen en psychiater, en seksuologen NVVS.
Voor sommige mensen is het belangrijk dat de zorginstelling aansluit bij de eigen culturele achtergrond. Voorbeelden van dergelijke instellingen zijn I-psy, Noagg en Eleos.

Forensische zorg

Forensische zorg wil zeggen geestelijke gezondheidszorg aan volwassenen die een strafrechtelijke veroordeling hebben opgelopen of verdacht worden van een strafwaardig delict, waarbij het delict in verband staat met een psychische stoornis, met inbegrip van verslavingszorg en zorg aan verstandelijk gehandicapten. De forensische psychiatrie richt zich op personen die zich omwille van een juridische maatregel moeten laten behandelen, als onderdeel van hun strafmaatregel.

In de forensische psychiatrie gaat de zorg gepaard met bescherming van de samenleving. Forensische zorg betekent het beveiligen van de samenleving en het behandelen van de betrokkene met het oog op een gefaseerde resocialisatie op voorwaarde dat het recidiverisico verantwoord is. Forensische zorg kan variëren van een behandeling en verblijf in zwaarbeveiligde tbs-klinieken (Forensische Psychiatrische Centra: hoogste beveiligingsniveau) wanneer er sprake is van een ernstig delict met een strafdreiging van tenminste 4 jaar en een grote behandelnoodzaak, tot een behandeling in poliklinische forensische voorzieningen. Tussen tbs- en poliklinische behandeling zijn er 3 tussenvormen van forensische behandeling voor lichtere vormen van stoornissen, zoals een behandeling in Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK) of behandeling in Forensische Psychiatrische Afdelingen (FPA).

Het is belangrijk te verwijzen naar het programma Continuïteit van zorg dat in januari 2016 van start is gegaan en is geëindigd op 1 juni 2017. Het programma richt zich op de verbetering van de overgang van de forensische zorg naar de reguliere ggz en verstandelijk gehandicaptenzorg. De meeste zorgverleners hebben een BIG-registratie en staan ingeschreven in een specialistenregister.

Patiëntperspectief

  • [Aan de onderstaande tekst hebben meerdere leden van de JORis zelfhulpgroepen meegewerkt - JON.]

Mensen met een parafiele of hyperseksuele stoornis vinden het over het algemeen moeilijk om hulp te zoeken. Het stigma op met name pedofilie is groot. Mensen met een dergelijke stoornis hebben twijfels over waarborging van de privacy. Men vindt het belangrijk dat men serieus wordt genomen en niet wordt bejegend als iemand die per definitie een zedendader is. Praten met lotgenoten wordt belangrijk gevonden.

De volgende aspecten worden belangrijk gevonden in de zorg:

  • Transparantie:
    • De anonimiteit en privacy van de patiënt wordt gewaarborgd;
    • Er worden afspraken gemaakt over wat er met gegevens wordt gedaan;
    • Er wordt niet per definitie van uitgegaan dat iemand risico loopt om zedendader te worden;
  • Bejegening:
    • De zorgverlener benadert de hulpvraag neutraal en luistert empathisch;
    • De zorgverlener focust op de feiten en de klachten;
  • Toegankelijkheid:
    • De informatie over de zorg is goed vindbaar en bevat duidelijke informatie;
    • Zorg moet ook beschikbaar zijn voor de directe omgeving;
    • De uitstraling en woordkeuze op de website/flyer moet uitnodigen om zorg te zoeken;
  • Toegang hulp:
    • Adequate doorverwijzing vanuit de eerste lijn (zoals de huisarts);
    • Meer plekken beschikbaar met 'gevoelsgenotencontact';
  • Kennis zorgverleners:
    • Over eventuele bijkomende psychische klachten;
    • Over mogelijke problemen in het persoonlijke leven van de patiënt;
    • Over de maatschappelijke mogelijkheden en knelpunten van de patiënt;
  • Hulp voor de persoonlijke situatie:
    • Hulp moet gericht zijn op acceptatie van jezelf als persoon die pedofiele gevoelens heeft en jezelf ruimte te geven om te zijn wie je bent;
    • Hulp gericht op de daadwerkelijke hulpvraag van de patiënt;
    • Hulp gericht op omgang met seksuele gevoelens, toekomstplannen en/of alternatieve emotionele en seksuele uitlaatkleppen;
    • Hulp gericht op het vinden van een maatschappelijk verantwoorde manier om met pedofiele gevoelens om te gaan;
  • Hulp voor de directe omgeving:
    • Hulp gericht op steun bij coming-out en verantwoord uiten van gevoelens;
    • Hulp gericht op de omgang met maatschappelijk stigma rond de parafilie;
    • Hulp gericht op de directe omgeving van de hulpzoekende.

Daarnaast is het belangrijk dat er meer voorlichting komt over parafilieën, om het taboe te doorbreken.

Het belangrijkste in het beginstadium van de zorg is goede vindbaarheid van de zorg en dat de zorg gericht is op zelfacceptatie. Tijdens de zorg is er behoefte aan de opbouw van een goede vertrouwensband met de behandelaar en kan er meer behoefte zijn aan ondersteuning bij het delen van de gevoelens met de directe omgeving van de hulpzoekende. Zelfacceptatie blijft een belangrijk thema. In de nazorg moet er ondersteuning blijven voor het willen delen van de gevoelens met de omgeving en met gevoelsgenoten.

[... ... ...]

Rechten van de patiënt

Aangezien het onderwerp seksualiteit voor veel patiënten waarschijnlijk gevoelig ligt, kan het geen kwaad patiënten expliciet te wijzen op de rechten die zij hebben, al zijn het geen andere rechten dan bij elk ander probleem. Bij voorkeur wordt hier in het intakegesprek aan gerefereerd. Onder andere kunnen zorgverlener en patiënt overeenkomen dat een zorgverlener alles mag vragen zolang de patiënt het recht heeft om een antwoord te weigeren. Ook kan de patiënt verzoeken om bepaalde details van de anamnese niet op te nemen in een schriftelijk dossier, of weigeren stagiairs bij het gesprek aanwezig te laten zijn. Privacy wordt gewaarborgd, ook ten opzichte van een eventuele partner die in het gesprek wordt betrokken. Expliciet moet worden gevraagd of een verwijsbrief mag worden gezonden naar de huisarts of andere verwijzer. Indien een patiënt zich onredelijk of onheus behandeld voelt is een klachtenprocedure mogelijk conform de afspraken binnen de instelling en/of de beroepsvereniging.

Competenties van de zorgverlener

Om op professionele en effectieve wijze met patiënten over seksualiteit te kunnen spreken en vragen of klachten te behandelen zijn een aantal basiscompetenties noodzakelijk. Alle zorgprofessionals dienen over deze basiscompetenties te beschikken. Het gaat hierbij over inhoudelijk handelen, communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit. Voldoende kennis over en aandacht voor de problematiek is een belangrijke voorwaarde voor (passende) doorverwijzing en behandeling. Zo dient de huisarts de problematiek te kunnen signaleren en (durven) uitvragen om tot een goede verwijzing te komen, en een zorgverlener in de ggz moet over voldoende kennis beschikken om te kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde zorg wanneer er sprake is van parafiele of hyperseksuele stoornissen.

Seksuologisch onderwijs en het aanleren van seksuologische vaardigheden is voor elke zorgverlener in de somatische en geestelijke gezondheidszorg van groot belang, evenals het aanleren van een open en zelfreflectieve attitude. Het thema seksualiteit raakt immers ook de eigen normen en waarden. Zich hiervan bewust zijn en dit kunnen hanteren is een belangrijke vaardigheid. Dit onderwijs ontbreekt vaak of is beperkt in zowel geestelijke-gezondheidszorgopleidingen als medische opleidingen. Het is noodzakelijk om meer aandacht te besteden aan seksualiteit en seksuele stoornissen in deze opleidingen.

Specifieke competenties worden verkregen in de praktijk, in symposia, via supervisie en intervisie en in cursussen en opleidingen in het kader van deskundigheidsbevordering in de (forensische) poliklinieken.

Kwaliteitsbeleid

[...] Voor de zorgverlener staat het verlenen van maximale kwaliteit van zorg in de interactie met elke patiënt centraal. De waardering van patiënten van de therapeutische relatie geeft essentieel inzicht in de kwaliteit van zorg. Hierop vindt bij voorkeur continu reflectie en feedback plaats (kort cyclisch), die met de zorgstandaard als hulpmiddel leidt tot zorg op maat voor de patiënt. [...]

Start ] Omhoog ]