Vorige ] Start ] Omhoog ] Volgende ]

Interview met Peter (20) op 13 maart 1990 


[Blz. 448] 

B. Ik wil je eerst een aantal vragen stellen over jouw contact met Ferdi; daarna over de fotosessies van Fred V. en daarna jouw contact met de politie. Als er dingen zijn die je je niet kunt herinneren, dan kun je dat rustig zeggen. En als je een antwoord niet wilt geven dan zeg je dat ook maar. 

P. Goed. 

B. Hoe heb je Ferdi voor het eerst ontmoet? 

P. Op een eest je. 

B. Kun je dat uitleggen? 

[Blz. 449] 

P. Vóór Ferdi kende ik al iemand anders: George. Ik ben een keer met hem naar een feestje geweest en daar heb ik Ferdi ontmoet. Ik weet niet meer wat voor feestje dat was. 

B. Hoe is dat verder gegaan? Heeft hij jou uitgenodigd of kwam het van jou? 

P. Van George. George had iets van: maak ook contact met hem en maak een afspraak. 

B. Vond je dat goed? 

P. Ja. 

B. Hoe oud was je toen? 

P. Negen of tien. 

B. Welke verschillende dingen heb je met Ferdi gedaan? 

P. Een hele hoop dingen. 

B. Vertel eens. 

P. Met hem op vakantie geweest. Heel vaak gezwommen. Vaak met andere vrienden van Ferdi gekampeerd en zo. 

B. Heb je bij Ferdi gelogeerd? 

P. Ja, ook. Ik heb bijna elk weekend bij Ferdi gelogeerd toen ik die relatie met Ferdi had. 

B. Was er dan een relatie-periode? 

P. Ja. 

B. Hoe lang? 

P. Vanaf mijn negende. 

B. Vanaf je negende tot wanneer? 

P. Elfde, twaalfde. 

B. Je heb ook seks met Ferdi gehad? 

P. Ja, natuurlijk. 

B. Kun je je meer dingen herinneren? 

P. Nee. Niet echt. 

B. Ik wil niet alleen dingen weten over je relatie-periode toen, maar ook over je contact met Ferdi tot op heden. 

P. Tot op heden? Ja, dat is er nog altijd want ik kom nog steeds vaak bij Ferdi. Zwemmen... 

B. Wat zijn de positieve aspecten van je contact met Ferdi? 

P. Wij kunnen wel goed met elkaar praten. Toen en nu. Ik kan heel goed met Ferdi praten. 

B. Goed. Wat zijn de negatieve aspecten van je contact met Ferdi? 

P. Die heb ik niet. 

B. Wat denken je ouders over je contact met Ferdi? 

P. Weet ik niet. 

B. Heb je met je ouders over Ferdi gesproken? 

P. Nou, ik weet wel, dat toen ik die seksuele relatie met Ferdi had waarbij we echt met elkaar omgingen, dat mijn moeder het toen niet zo leuk vond. Van mijn vader weet ik het niet, want ze waren gescheiden en dus was alleen de mening van mijn moeder belangrijk. 

B. En ze vond het goed? 

P. Nee. 

B. Wat heeft zij gedaan? 

[ Blz. 450] 

P. Niets. 

B. Zij liet het doorgaan? 

P. Ja. Ze liet merken dat ze het niet leuk vond maar ze heeft het nooit verboden. Het is mij nooit gelukt mijn moeder te overtuigen. Ze was het er niet mee eens en dat liet zij duidelijk merken. 
Op een gegeven moment, wanneer kan ik mij niet precies herinneren, denk ik dat zij mij psychisch gechanteerd heeft: Zij heeft mij in zo'n toestand gebracht dat ik Ferdi heb opgebeld om te zeggen dat ik hem niet meer wilde zien. 
Hij snapte er niets van toen ik dat aan hem vertelde. Zelf dacht ik toen: "er klopt iets niet." Ik deed het gewoon omdat mijn moeder mij vertelde dat ik het moest doen. 
Ik snapte het niet, hoewel ik toen al wel nadacht over dingen die ik deed, maar op dat moment niet. Ik deed gewoon wat zij zei. 
Toen kwam hij bij ons thuis; hij had geen moeite om mij over te halen om weer te komen. Met mijn moeder wel. 

B. Hoe oud was je toen? 

P. Het was... toen ik in Lelystad woonde, en ik was negen of tien, toen ik Ferdi belde om te zeggen dat ik hem niet meer wilde zien; maar dat was eigenlijk de boodschap van mijn moeder. 

B. Heb je je toen zelf gerealiseerd wat er aan de hand was? 

P. Ja! 

B. Heb je het tegen je moeder gezegd? 

P. Nee. Ik kon dat mijn moeder toch niet aan haar verstand brengen. Niet dat er ruzie was. Mijn moeder en ik zaten niet op dezelfde golflengte hierover. Hoe dat komt dat weet ik niet. Maar zo was het nu eenmaal. 
Zij vertelde mij dat zij het eigenlijk niets vond, mijn relatie met Ferdi. En op een of een andere manier ging er toen iets fout. Ik moest zeggen dat ik het niet meer wilde en dat deed ik ook; maar toch op hetzelfde moment dacht ik: "het klopt niet, wat ik nu zeg." 

B. Daarna heb je je contact met Ferdi weer kunnen opnemen? 

P. Hij kwam dezelfde avond langs om te vragen wat er was gebeurd. Want hij snapte het ook niet. Het was eigenlijk prima tussen ons. Ferdi kwam dezelfde dag, want hij wilde meteen weten waar die omslag van 180 graden vandaan kwam. Hij heeft met mijn moeder gesproken en later met mij. Ik denk dat hij met mij minder moeite had dan met mijn moeder. 
Mijn moeder heeft hem verteld dat hij mij moest overtuigen, dat het van mij kwam, maar eigenlijk was dat niet zo. 

B. Is dat geen emotionele chantage van Ferdi? 

P. Nee! Van mijn moeder! Hoezo van Ferdi? 

B. Dat hij moeite moest doen om jou terug te krijgen. 

P. Hij heeft mijn moeder niet gechanteerd. 

B. Ik bedoel, iou. 

P. Nee, ook niet! Dat weet ik wel zeker! Ik wilde die relatie met Ferdi. Die was toen allang aan de gang, hoor. Mijn moeder had het al een hele tijd laten doorgaan, zo van: bekijk het maar. Maar zij hanteerde twee meningen, denk ik. 
Als Ferdi er is dan is ze het met hem eens dat het moet kunnen en zo. Maar later tegen mij is het anders. Ze tolereert het wel maar zij deed er plotseling moeilijk over. Dat is met mij gebleven, die tweeslachtigheid. Toen Ferdi in de gevangenis zat haalde ik 

[Blz. 451] 

dan dat stukje nog terug en ik heb hem geschreven dat ik niet meer met pedofielen wilde te maken hebben. Niet alleen dat Ferdi op dat moment in de gevangenis moest zitten, maar omdat de hele maatschappij tegen ons was. Ik dacht: "ik moet toch in die maatschappij leven." Op dat moment werd het rmj gewoon te veel. 

B. Zie je je vader wel eens? 

P. Heel vaak. 

B. Hoe vaak? 

P. Het is niet geregeld. Soms zie ik hem wekenlang niet. 

B. W at denken je vrienden op school van je contact met Ferdi? 

P. Ze wisten het niet en ze weten het niet. Ik heb pas wel een vriendinnetje van school opgebeld en die weet het nu wel. Haar heb ik het verteld. Ze is een oud-klasgenootje van mij. Ik heb het haar verteld, want ik vond het wel nodig, omdat ik van plan ben met haar te gaan samenwonen. 

B. En hoe vond zij het? 

P. Zij vond het heel leuk. Ze vond het stom dat er straf op staat. Maar ja, zij is wel onbevooroordeeld, want zij weet er ook niets vanaf.

B. Geen details dus? 

P. Nee. Ik bedoel van: zij is heel naïef op dat gebied. Ja, ze weet natuurlijk wel dat het iemand is die van kinderen houdt en er ook seks mee heeft, maar voor de rest weet zij niets van het hele verhaal. Ik heb het haar verteld met de bedoeling van: ik wil niet alleen dat je weet dat ik het meegemaakt heb, maar ook dat je weet wat het is. Dat vond ik belangrijk als je met iemand gaat samenwonen. 

B. Wat kun je me vertellen over de fotosessies bij Fred? 

P. Fred; ik heb hem voor het eerst ontmoet op vakantie in Joegoslavië, met Ferdi. Toen maakte hij veel foto's van zijn vriendje daar. En nadat ik hem daar had ontmoet, zijn wij nog vaak naar een bungalowpark geweest en daar zijn ook veel foto's gemaakt van degenen die mee gingen. 

B. Wie zijn dat? 

P. Er waren Fred's vriendjes en er waren twee Belgen en Fred en Ferdi dus. En er werden ook nog wel andere kinderen daar, die ook gefotografeerd werden. 

B. Wat zijn de positieve aspecten van de fotosessies? 

P. Geen. Ik denk wel dat als je die foto's in je eigen kring houdt, of voor jezelf houdt, dat het dan wel iets vast kan leggen wat er na een tijdje niet meer zou zijn. Zoals hij het nu gebruikt heeft is het alleen maar negatief. Ik bedoel niet alleen dat Ferdi daardoor in de gevangenis had moeten komen, maar dat ik sta zelf nu nog in bladen waar ik niets van af weet. Dat zijn allemaal seksbladen en daar hou ik niet van. Dat heeft hij mij nooit gevraagd. 

B. Mijn volgende vraag was: wat zijn de negatieve aspecten van de fotosessies? Maar je heb daar al een antwoord op gegeven. Het waren alleen negatieve. Kun je me vertellen hoe je in aanraking kwam met de politie? 

P. Gewoon. Toen ik een keer uit school kwam waren ze aanwezig. Thuis. 

[Blz. 452] 

B. Wat gebeurde er? 

P. Ze wilden eventjes met mij praten. 

B. Kun je mij er iets van vertellen? 

P. Ja. Ze wilden met mij praten; nou ja, willen... ze moesten me gewoon spreken of ik dat wilde of niet. 

B. En wat is er toen gebeurd? 

P. Ik heb ze mee naar mijn kamer genomen. En daar hebben ze een aantal dingen gevraagd. 

B. Was je moeder er bij? 

P. Nee. 

B. Hoe ervaarde je dat? 

P. Ik vond het niet zo leuk. Ze waren er gewoon... ik moest tijd voor hen maken. Ik vond het niet leuk dat ze geen afspraak maakten met mij. En de manier waarop ze zich gedroegen... Als je pedofiel bent mag je geen machtsmisbruik maken, maar de politie doet het wel. Ze lieten gewoon blijken dat ze van de politie waren en ze vroegen dingen, maar de manier... 

B. Heb je antwoord gegeven? 

P. Ik heb overal antwoord op gegeven, ja. 

B. Heb je verder nog contact met de politie gehad? 

P. Ze kwamen niet terug. 

B. Wat zijn de positieve aspecten van je contact met de politie? 

P. Die heb ik niet.

B. Geen een? 

P. Nee! 

B. Maar het was toch kinderpolitie, jeugdpolitie? Die zijn er toch voor jouw belangen? 

P. Ze waren niet aardig. Ja, voor mijn belang! Mijn belang was helemaal niet dat zij onze relatie kapot wilden maken. Ik bedoel mijn relatie met Ferdi, Op dat moment hebben ze onze relatie verstoord. 

B. Wat hebben ze kapot gemaakt? 

P. Nou, hun belang is om kinderen te beschermen, maar er viel helemaal niets te beschermen. 

B. Wat zijn.de negatieve aspecten van je contact met de politie? 

P. Nou dat ze gewoon binnen kwamen zonder een afspraak van te voren te maken waardoor je je voor zo'n gesprek helemaal niet kunt voorbereiden. Ik moest daar gewoon onvoorbereid aan meewerken. 

B. Wat vond je moeder daarvan? 

P. Ik heb er met haar niet over gepraat. 

B. Maar zij was er bij? 

P. Bij het gesprek met de politie niet. Het gesprek met de politie was in mijn kamer. 

B. Maar zij was thuis, dus zij wist dat je met de politie moest spreken. 

P. Ja. 

B. En je hebt helemaal niet met haar gepraat? Niets over verteld? 

P. Ze vroeg wel van: waar hebben jullie over gesproken? Ik zei: Ze vroegen mij een hele hoop dingen die ik gewoon beantwoord heb. Zij was net zo verbaasd en misschien net zo geprikkeld als ik. 

[Blz. 453] 

B. Waarom ben je doorgegaan met brieven schrijven en telefoneren naar Ferdi terwijl hij in de gevangenis moest zitten? 

P. Je vraag slaat niet op mij. Ik heb hem één keer een brief geschreven. 

B. Waarom heb je die brief geschreven? 

P. Waarom ik dat deed? Een gewone brief? Ik vond dat hij daar een beetje onschuldig vast werd gehouden. Niet eens echt zijn eigen schuld. Ik moest toch op de een of andere manier laten blijken dat ik met hem meevoelde. Ik vind het een beetje een vreemde vraag. Het is toch logisch dat je zoiets doet. 

B. Goed. Ik kan me dat wel voorstellen. Ik sta hier een beetje sceptisch tegenover. Als je mijn vraag niet goed vindt dan kun je mij rustig corrigeren. 

P. Wat ik hem schreef was eigenlijk mijn eigen probleem ook. Het werd me op dat moment gewoon te veel. 

B. Je komt nu nog op bezoek bij Ferdi. 

P. Ja. 

B. Hoe heb je je vriendschap met Ferdi kunnen voortzetten na zijn vrijlating? 

P. Het was niet onderbroken geweest. Wij gingen gewoon verder waar we gebleven waren. Wij hebben het er wel verder over gehad, over die tijd dat hij in de gevangenis zat. Er was niets veranderd eigenlijk. Hij was meer veranderd dan ik. 

B. Heeft jouw contact met de politie jouw ideeën over de politie veranderd? 

P. Nee. Wel over dat soort politiemensen. Maar over het hele politiewezen niet. 

B. Kun je dat verder uitleggen? 

P. Uh. De mensen die bij mij kwamen, de kinderpolitie, die waren niet zo aardig. Ik denk ook dat ze de verkeerde manier van werken hebben. Als ze dat bij mij zo doen dan zullen ze dat bij die anderen ook wel gedaan hebben; dat is niet zo goed. Met andere soorten politie heb ik niet zo veel moeite. Ik ben nou niet bevooroordeeld over hoe de politie werkt. 

P. (logeren) Ik vond het heel leuk en bij hem voelde ik mij veilig. Ik was wel behoorlijk vrij, hoewel wij besloten altijd samen wat wij gingen doen. 

P. (seks) Ik vond het altijd heel leuk. Ik voelde mij veilig. Tevreden was ik ook. Vrij was ik ook want er gebeurde nooit iets wat ik niet wilde. Ik voelde mij ook beschermd. 

P. (samen praten) Wij zitten altijd op dezelfde golflengte. Als ik het niet met hem eens ben dan zeg ik dat gewoon. 

P. (foto's) Dat ongevraagd en ongewild verspreiden van foto's dat slaat op Fred? 

B. Ja. 

P. De foto's maken vond ik wel heel leuk. Het verspreiden van foto's... Ik neem aan dat het Fred was. Ik weet het natuurlijk niet zeker. Dan moet ik dat er wel bij zeggen. 

B. Is het mogelijk dat Ferdi de foto's verspreid heeft? 

[Blz 454] 

P. Nee, dat niet. Maar ik bedoel, er konden natuurlijk meer mensen zijn die kopieën van Fred misschien hebben. Ik voelde mij in het begin wel gevleid. Dat vond ik in het begin, maar daarna, als ik er over nadacht, vond ik het behoorlijk brutaal dat hij dat heeft gedaan. 

B. Het verspreiden van de foto's? 

P. Ja. En ik voelde mij wel een beetje verraden, want hij heeft mij nooit gevraagd of hij dat mocht doen. Maar een hekel aan hem heb ik niet. Daar moet meer voor gebeuren. Ik ken hem ook niet zo goed, hoor. 

P. (politie-gesprek) Ik voelde mij er wel behoorlijk alleen bij. Er was niemand die achter mij stond om te zeggen wat ik wel moet zeggen en wat niet. Ik stond er echt helemaal alleen voor. Ik wist niet precies of ze nou voor of tegen Ferdi waren. Ze deden alsof ze voor Ferdi waren. Naderhand was ik welongerust. Bij dat gesprek was ik ook wel boos dat ze geen afspraak hadden gemaakt. Ik was ook bang. Ze deden op een gegeven moment alsof ik de crimineel was. Ze lieten mij niet uitpraten, ze vroegen alleen maar.

Vorige ] Start ] Omhoog ] Volgende ]