|
[ Start ] [ Omhoog ]
Onderzoek
Inhoud
Over de
onderzoeken van Rind, Bauserman & Tromovitch
Deze artikelen staan op een aparte pagina
|
Andriette,
B., Rossen, B. & Schuijer, J., Het
seksuele gevaar
|
In: 'Het
seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin
Rossen en Jan Schuijer, Amsterdam, 1992.
|
|
De hier[...]beschreven
gebeurtenissen speelden zich af tegen de achtergrond van een meer algemene
discussie over seksuele contacten tussen volwassenen en jeugdigen die onder
de bevolking, in de wetenschappelijke wereld en de bij de overheid werd
gevoerd. Deze discussie leverde verklaringen voor de gedane beweringen over
seksueel misbruik en bood tevens een basis voor overheidsoptreden.
Het ging in deze discussie over de frequentie van genoemde
contacten
(deze zouden veel en wellicht zelfs steeds meer voorkomen), de gevolgen voor de jeugdige
(steevast zwaar traumatiserend en leidend tot levenslange psychische
handicap) en de aard van de betrokken
volwassenen (een onmiskenbaar pathologisch type, de "pedofiel",
een begrip dat in de Amerikaanse verbeelding een buitengewoon
huiveringwekkende strekking kreeg). |
|
Bernard,
Frits, Vooroordelen in sexualibus
|
Info,
RVSH,1997
|
|
De mens neigt
er van nature toe vooroordelen te ontwikkelen. Het vooroordeel krijgt een
gemakkelijke kans, ook of juist in sexualibus. De mens heeft immers
de neiging te generaliseren en zogenaamde stereotypieën, of anders
gezegd, ongedifferentieerde categorieën, te vormen; bijvoorbeeld:
'de jeugd van tegenwoordig Is gemakzuchtig'. De werkelijkheid wordt
vereenvoudigd en in een soort foto samengevat. Heel algemeen zou men
kunnen zeggen, dat een vooroordeel een oordeel Is dat men velt zonder objectieve
criteria en dat later niet geverifieerd en gecorrigeerd wordt. Het Is
een schijnoordeel dat meestal negatief is.
|
|
Bernard,
Frits, Pedofilie - psychiatrische
aspecten
|
Info,
RVSH, 1997
|
|
Meer dan
twintig jaar geleden publiceerde ik in het Duitse vakbad SEXUAL- MEDIZIN,
Medical Tribune, nummer 4, 1975, een uitgebreider verslag naar aanleiding
van een door mij verricht empirisch onderzoek. In dat artikel [...]
waarschuwde ik toen al voor de mogelijke gevolgen van vervolging en
onderdrukking. Nu, anno 1997, [...] is deze waarschuwing actueler dan ooit.
Vandaar dat ik hieronder nog eens een korte samenvatting geef van de
destijds door mij opgestelde thesen.
|
|
Gieles,
Frans, Over
recidive gesproken
|
OK Magazine 70, okt. 1999
|
|
Een meta-analyse besproken.
13,4% Recidiveert, niet dus 30 of 90% zoals werd beweerd.
|
|
Gieles,
Frans, Recidive: mythe en cijfers
|
VN 23
oktober 2004
|
Joshua Livestro schrijft in VN van 16 oktober jl:
"Cijfers uit de verenigde Staten leren dat meer dan negentig procent
van alle veroordeelde pedoseksuelen vroeg of laat voor een pedoseksueel
incident veroordeeld zal worden. Bijna zes op de tien gaan tijdens hun
proefverlof opnieuw in de fout."
Dit is niet wel erg politiek correct,
maar het is alleen niet waar, het is een harnekkige mythe die tot in de
psychiatrische rapporten en de rechtszalen doorgedrongen is. Cijfers uit
Nederland, de VS en vele andere landen leren anders.
|
|
Gieles,
Frans, Wat
bezielt die mensen?
|
2002
|
|
Er huizen, naaste vele andere, pedofiele gevoelens in mijn
ziel:
kinderen trekken mij aan en soms duikt daarbij ook een erotisch
gevoel op.
Hoe komen die er?
Waarom is dit nu een probleem?
Hoe kun je daar goed mee leven? Hoe kan de samenleving er mee leven?
|
|
Gieles,
Frans, Een Doorbraak in het Denken? Is
pedofilie een ziekte? Discussie in Archives
of Sexual Behavior - Een Verslag
|
Vertaald
uit: Ipce Newsletter E15, March 2003.
|
|
Het
december 2002 nummer van Archives of Sexual Behavior is een
themanummer over pedofilie.
Richard Green houdt een pleidooi om pedofilie te schrappen uit het DSM,
het Diagnostic & Statistical Manual - het Diagnostisch en
Statistisch Handboek) het bekende handboek dat psychische ziekten
definieert. Daaronder is ook pedofilie, zij het onder zekere voorwaarden.
Gunter Schmidt schrijft dat niet alle pedofielen per se gewetenloze
aanranders zijn; eerder hebben mensen met pedofiele gevoelens een
gewetensprobleem, een moreel dilemma. Zij verdienen eerder respect dan
veroordeling. Dan volgen 21 commentaren van andere auteurs, waarna Green en
Schmidt weer reageren.
In dit artikel geef ik een verslag van deze discussie. Een doorbraak ik het
denken? Of op zijn minst in de manier van discussiëren? |
|
Kerkhof,
Martijn P.N. 'Seksuele
ervaring maakt jongeren liberaler' , Interview met Jany Rademakers
over kinderseksualiteit.
|
0-25, oktober 1999, p 18 ev.
|
|
Kinderen hebben
ontegenzeglijk seksuele gevoelens. Mensen willen daar vaak niet aan. Maar de
drie grondelementen van seksualiteit - gender, intimiteit en lichamelijkheid -
blijken ook van groot belang in het leven van kinderen,' stelt Rademakers,
onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek
(NISSO).
|
|
Krivackska,
James, Evaluatie van het project
preventie seksuele kindermishandeling
|
In: 'Het
seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin
Rossen en Jan Schuijer, Amsterdam, 1992.
|
|
[...] Er
bestaat toenemende bezorgdheid dat de programma's kinderen een misplaatste
afkeer van aanraking en lichamelijke intimiteit bijbrengen in een
leeftijdsfase waarin zulke intimiteit van essentieel belang is voor een
normale psycho-sociale ontwikkeling.
[...] In
de haast om seksueel misbruik van kinderen te voorkomen is onvoldoende
aandacht geschonken aan de uitwerking die preventie-programma's hebben op de
ontwikkeling van kinderen en op hun begrip van affectie, aanraking en
seksualiteit. Evenmin is voldoende aandacht gegeven aan de gevolgen voor hun
relaties met anderen en voor de wijze waarop zij lichamelijk contact met
anderen beoordelen.
In
het onderhavige onderzoek is een poging gedaan om dergelijke gevolgen te
onderzoeken voor een in brede kring gebruikt programma: het Child Assault
Prevention Project (CAPP).
|
|
Okami,
Paul, , Hoe in de Amerikaanse
wetenschappelijke literatuur seksuele contacten tussen volwassenen en
kinderen worden vertekend,
|
In: 'Het
seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin
Rossen en Jan Schuijer, Amsterdam, 1992.
|
|
In dit hoofdstuk
wordt ingegaan op bepaalde tendensen in dat deel van de victimologische
literatuur dat ook wel wordt aangeduid als het nieuwe onderzoek van incest en
seksueel misbruik van kinderen. Typerend voor de auteurs van dit soort
artikelen waaronder onderzoekers en klinisch psychologen, maar ook politieke
activisten en populaire schrijvers is dat zij polemische kunstgrepen en
onderzoeksmethoden hanteren die de grens tussen sociale wetenschap en
maatschappijkritiek doen vervagen.
|
|
Palmen, Désiré,
Pedofilie,
het niet te accepteren 'anders' zijn?
Een
ethische beschouwing op grond van wetenschappelijke gegevens; (Student)
Begeleider: Prof. Dr. E. Brugmans |
Paper
in het kader van de éénjarige beurs filosofie van de Radboudstichting
. Juni 2001
|
|
Via
dit paper is gepoogd om meer inzicht te geven in de verschillende ideeën die
er heersen over pedofilie. Zowel aan de kant van de maatschappij, als aan de
kant van de pedofiel zelf. Beide visies zijn beschreven, geanalyseerd en waar
nodig weerlegd en genuanceerd. Na het lezen van dit stuk zouden beide 'kampen'
moeten inzien dat zij samen, met de overheid, collectief verantwoordelijk zijn
voor in ethisch opzicht, de best mogelijke omgang met het thema
pedofilie.
Binnen deze 'ideale' omgang moeten steeds twee aspecten in de weegschaal
worden gelegd:
|
|
Plummer, Ken, Een
sociologische kijk op pedofilie,
|
Uit het
Engels vertaald door Edward Brongersma
|
|
Ik
wil drie van de stellingen die sociologen hebben toegepast op gegevens over
homosexualiteit, uiteenzetten, en kijken of die nu ook toegepast kunnen
worden op pedofilie:
-
het
afwijkend gedrag tot iets betrekkelijks maken, (deel
1)
-
het
afwijkend gedrag vermenselijken, (deel
2)
-
het
afwijkend gedrag als iets normaals afschilderen. (deel
3)
|
|
Prescott, James A., Lichamelijk
genot en de oorsprong van geweld |
The
Bulletin of The Atomic Scientists, november 1975, pagina's 10-20
|
|
Als we ernaar streven het genot in ons leven te
verhogen, zal dit ook een effect hebben op de manier waarop we onze agressie
en vijandigheid uiten. De wisselwerking tussen genot en geweld bestaat eruit
dat het ene het ander verhindert. Is er veel lichamelijk genot, dan is er
weinig lichamelijk geweld. Is er veel geweld, dan is er weinig genot. Deze
basispremisse van de somatosensorische theorie geeft ons de middelen om een
wereld te scheppen van vreedzame, affectieve en samenwerkende individuen.
|
|
Recidive - enkele
cijfers
|
JON
|
|
Kamervragen en antwoorden over recidive; recente
cijfers en artikelen hierover.
|
|
Rivas, Titus, Is "pedofilie" een synoniem voor "kindermisbruik"?
|
JON
|
|
Uit dit alles blijkt ondubbelzinnig dat kinderen (zowel minderjarige jongens als wel degelijk ook meisjes) positieve erotische relaties kunnen hebben met volwassenen. "Pedofiele" relaties zijn daarmee niet per definitie onvrijwillig en ze gaan niet per definitie gepaard met dwang, verleiding of claimen van het kind.
|
|
Schuijer, Jan, Rossen, Benjamin & Andriette,
Bill, De constructie van de
volksduivel
|
In: 'Het
seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin
Rossen en Jan Schuijer, Amsterdam, 1992.
|
|
Nederland
heeft een lange traditie in de bestrijding van discriminatie en het verbod op
ongerechtvaardigd onderscheid wordt vermeld in artikel van de Grondwet. Dat
voor "pedofielen" geen gelijke rechten en plichten zouden gelden als
voor andere burgers was niettemin voor een grote Kamermeerderheid
vanzelfsprekend.
Waar wetsvoorstellen oorspronkelijk een
verbod op discriminatie wegens "seksuele gerichtheid" beoogden, werd
dit laatste al snel veranderd in "homoseksualiteit" of "hetero-
of homoseksuele gerichtheid", met al; bedoeling, discriminatie op grond
van pedofilie mogelijk te blijven maken.
|
|
Sikking, Ingrid, Tieners
vrijen eerder;
|
AD 6 november 2002
|
|
Jongeren zijn steeds eerder seksueel actief, zo
blijkt uit een onderzoek van de Rutgers Nisso Groep onder ruim 1500 scholieren
van het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Van de 11- tot
13-jarigen heeft bijna tien procent al seks gehad, terwijl dat in 1995 nog
vier procent was. Van jongeren van 14 en 15 jaar heeft een kwart
geslachtsgemeenschap gehad, tegen een vijfde zeven jaar geleden.
Het onderzoek `Lang leve de liefde' is de eerste grote studie die naar
jongeren en seksualiteit is gedaan sinds 1995
|
|
Wakefield, H., Underwager, R., Rossen, B. &
Legrand, R., Ondervraging van
kinderen
|
In: 'Het
seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin
Rossen en Jan Schuijer, Amsterdam, 1992.
|
|
De wijze van
ondervragen van een kind bij vermoedens van seksueel misbruik volgt in de
gehele Verenigde Staten en in Nederland hetzelfde patroon. Er bestaan algemeen
gebruikte technieken om misbruik te onderzoeken en het kind te ondervragen. De
wijze waarop het kind wordt ondervraagd impliceert dat de kans op fouten, die
de betrouwbaarheid van de door het kind afgelegde verklaring aantasten, groot
is. Het kind dat op suggestieve wijze wordt benaderd door een volwassene die
onwetend is van zijn eigen invloed, ondergaat een leerproces. Men dient daarom
ernstig rekening te houden met de mogelijke rol van de invloed van de
volwassene op het gedrag van het kind. Bij gebrek aan steunbewijs of
bekentenis van de veronderstelde dader dient men uiterst voorzichtig te zijn
met het afgaan op een op zichzelf staande verklaring van het kind.
|
[ Start ] [ Omhoog ]
|