Start ] Omhoog ]

Onderzoek

Inhoud - Alfabetisch op auteur

Over de onderzoeken van Rind, Bauserman & Tromovitch 
Deze artikelen staan op een aparte pagina

Anoniem, Vriend of vijand? Over pedofilie en pedoseksualiteit; Scriptie, 2005 JON
Veel pedofielen gaan op maatschappelijk verantwoorde wijze met hun gevoelens om en zullen dan ook nooit een kind schade berokkenen. Helaas wordt er aan deze groep pedofielen nooit aandacht besteed in de media. Ik hoop dan ook met deze scriptie een ander beeld te hebben geschetst van de pedofiel en dat mensen zelf gaan nadenken in plaats van de media te volgen.
 

Andriette, B., Rossen, B. & Schuijer, J., Het seksuele gevaar 

In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

De hier[...]beschreven gebeurtenissen speelden zich af tegen de achtergrond van een meer algemene discussie over seksuele contacten tussen volwassenen en jeugdigen die onder de bevolking, in de wetenschappelijke wereld en de bij de overheid werd gevoerd. Deze discussie leverde verklaringen voor de gedane beweringen over seksueel misbruik en bood tevens een basis voor overheidsoptreden.
Het ging in deze discussie over de frequentie van genoemde contacten
(deze zouden veel en wellicht zelfs steeds meer voorkomen), de gevolgen voor de jeugdige
(steevast zwaar traumatiserend en leidend tot levenslange psychische handicap) en de aard van de betrokken volwassenen (een onmiskenbaar pathologisch type, de "pedofiel", een begrip dat in de Amerikaanse verbeelding een buitengewoon huiveringwekkende strekking kreeg).
 

Beek, Eric van & Dokkum, Nyke: 
Samenvatting onderzoek: Jongeren met pedofiele gevoelens;
November 2015

Behoeftepeiling rond informatievoorziening, voorlichting en hulpverlening voor jongeren met pedofiele gevoelens, onder pedofiele jongeren en enkele volwassen pedofielen  

JON

Wat jonge (en oudere) pedofielen vooral missen, is iets lezen over pedofilie dat neutraal of positief is. Ze willen niet steeds het gevoel krijgen een dader, gek of tikkende tijdbom te zijn. Bovendien willen ze meer lezen over het duidelijke verschil tussen pedofiel of pedoseksueel zijn: twee verschillende thema's die vaak onterecht door elkaar worden gebruikt. Dit creŽert niet alleen een verkeerd maatschappelijk beeld maar ook een negatief zelfbeeld, zeker bij een zichzelf ontdekkende pedofiel.   

Hulp en informatie uit lotgenotencontact, zowel online als fysiek, geeft ze het gevoel niet alleen te zijn, zichzelf en hun verhaal te herkennen en zichzelf te leren accepteren en te erkennen als persoon. Ze willen namelijk niet alleen als pedofiel maar vooral als mens (h)erkend worden.
  
Er bestaat behoefte aan zowel praten met lotgenoten als gedegen professionele hulp, iemand die je begrijpt als mens, je met praktische zaken helpt en praktische antwoorden geeft op identiteitsvragen. 
Een combinatie van beide (...) zou een goede optie zijn. Niet alleen voor jongere pedofielen, maar ook voor de al wat oudere. Overleg hierover tussen professionals en lotgenotenorganisaties is reeds gestart.
 

Bernard, Frits, Vooroordelen in sexualibus

Info, RVSH,1997 

De mens neigt er van nature toe vooroordelen te ontwikkelen. Het vooroordeel krijgt een gemakkelijke kans, ook of juist in sexualibus. De mens heeft immers de neiging te generaliseren en zogenaamde stereotypieŽn, of anders gezegd, ongedifferentieerde categorieŽn, te vormen; bijvoorbeeld: 'de jeugd van tegenwoordig Is gemakzuchtig'. De werkelijkheid wordt vereenvoudigd en in een soort foto samengevat. Heel algemeen zou men kunnen zeggen, dat een vooroordeel een oordeel Is dat men velt zonder objectieve criteria en dat later niet geverifieerd en gecorrigeerd wordt. Het Is een schijnoordeel dat meestal negatief is. 
 

Bernard, Frits, Pedofilie - psychiatrische aspecten

Info, RVSH, 1997

Meer dan twintig jaar geleden publiceerde ik in het Duitse vakbad SEXUAL- MEDIZIN, Medical Tribune, nummer 4, 1975, een uitgebreider verslag naar aanleiding van een door mij verricht empirisch onderzoek. In dat artikel [...]  waarschuwde ik toen al voor de mogelijke gevolgen van vervolging en onderdrukking. Nu, anno 1997, [...] is deze waarschuwing actueler dan ooit. Vandaar dat ik hieronder nog eens een korte samenvatting geef van de destijds door mij opgestelde thesen.     
 

F. Bruinsma: De pedofiele relatie  in: Handboek kinderen en adolescenten, 19 januari 1993
Als een hulpverlener wordt geconfronteerd met een pedofiele relatie, dan is het zijn eerste taak te luisteren naar alle betrokkenen: de pedofiel, de jongere en diens omgeving. De belangen van de partijen kunnen verschillend zijn. Daarom is in eerste instantie van belang welke betekenis de jongere zelf heeft gehecht en ook nu nog hecht aan het pedofiele contact. 

In vrijwel het gehele artikel wordt 'de pedofiele relatie' ingevuld als 'een seksuele relatie' Dat klopt niet: in relaties waarin de volwassene bij zichzelf pedofiele gevoelens erkent, is lang niet altijd sprake van seks. Beide begrippen vallen niet samen. Je hebt pedofiele relaties en contacten met en zonder seksualiteit, je hebt pedoseksuele relaties of contacten met of zonder pedofiele gevoelens. Bruinsma noemt het onderscheid wel even, maar schrijft het gehele artikel over 'pedoseksuele relaties' en wel onder de titel 'De pedofiele relatie'.

Citaten uit
Cash, Brian Martin; Zelfbeeld, seksuele ontwikkeling en welzijn van mensen die zich tot kinderen aangetrokken voelen - een oriŽnterend onderzoek. Master scriptie (thesis) - Augustus 2016
Faculty of the Graduate School of Cornell University
Het meeste onderzoek naar de seksuele voorkeur voor jonge kinderen en adolescenten is verricht vanuit de visie hierop als een pathologisch verschijnsel en heeft klinische en forensische groepen als steekproef gebruikt. Dit onderzoek wil voorkeur voor kinderen zien als een seksuele oriŽntatie. Het gebruikt dan ook als steekproef een groep mensen die zich aangetrokken voelen tot kinderen, verkregen via internet (N=160). Van de deelnemers is hun seksuele identiteit, hun seksuele voorkeur, hun openheid hierover en hun welzijn onderzocht.
De resultaten geven aan dat mensen die zich aangetrokken voelen tot kinderen heel verschillende ervaringen hebben, maar ook komen er gemeenschappelijke themaís naar boven en worden deze besproken. Ten aanzien van hun gevoel van welzijn: mensen die zich aangetrokken voelen tot kinderen ervaren in het algemeen meer eenzaamheid en een lager gevoel van eigenwaarde in vergelijking met van het algemeen gemiddelde. Positief ervaren openheid in deze en het tevens ervaren van een bepaald niveau van aantrekking tot volwassenen resulteren in minder eenzaamheid. Een relatief grotere acceptatie van seks tussen volwassenen en kinderen bleek samen te gaan met een hoger gevoel van eigenwaarde. In het algemeen gaven de bevindingen gegronde redenen om voorkeur voor kinderen te zien als seksuele oriŽntatie.
 
Enkele passages uit:
Deetman, Commissie -; Rapport 2011: 
Seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-katholieke kerk 
  • Opmerkingen vooraf - JON
  • Uit deel 1:
    • Uit de inleiding: definitie
    • Uit hoofdstuk 8: 
      Bevindingen en aanbevelingen
  • Uit deel 2: 
    • Hoofdstuk 3: 
      Schuivende panelen - Een achtergrondstudie naar wereldlijke en kerkelijke ontwikkelingen rond om seksueel misbruik van minderjarigen binnen de Rooms-Katholieke Kerkprovincie (1945-2010) - Dr. R.S.B. Kool 
    • Hoofdstuk 4:
      De ĎWoodstock-defenseí en seksueel misbruik van minderjarigen in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerkprovincie - dr. H.P.M. Kreemers 
    • Hoofdstuk 10: De consequenties van seksueel misbruik van minderjarigen - Drs. N.J. NicolaÔ 
Wim Deetman, Nel Drayer, Pieter Kalbfleish, Harald Merckelbacu, Marit Monteiro & Gerard de Vries 

Balans, 2011

[JON: ....] Het is een gedegen onderzoek, waarvan de bezoeker van deze site zeker kennis moet nemen. Het is niet alles goud wat er blinkt; er zijn overduidelijk ook misstanden te melden: contacten en relaties die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan, die niet hadden mogen voorkomen. Vooral van de vaak zeer negatieve gevolgen ervan, daar moet de lezer zeker kennis van nemen. [...] 
Gieles, Frans; Als pedofiel geboren? JON,  28 juni 2015  
Op 11 juni 2015 meldde het Algemeen Dagblad: 'Steeds meer bewijs dat pedofilie al in baarmoeder ontstaat' ... Hiervan blijkt niet veel te kloppen, evenmin als van het artikel in The Telegraph (UK), waarop het AD zich baseert. 
Dus kijken we eens naar het oorspronkelijke artikel. Hiervan wordt eerst een begrijpelijke samenvatting gegeven, gevolgd door links naar het oorspronkelijke artikel, waarna commentaar op het artikel, een onderzoeksrapport, dus op het onderzoek zelf, wordt gegeven. 
Hierover valt nogal iets te zeggen: over de veel te kleine en beslist niet aselecte steekproef, over het gebruik van begrippen, over het reductionisme enerzijds en de veel te brede conclusies anderzijds, en over het onderliggende model, te weten het gedragswetenschappelijke model. 
Met behulp van een bioloog wordt besproken wat er nu wel in aanleg gegeven kan zijn: vermogen tot en neiging tot sensitiviteit, maar later gedrag valt hieruit nooit te voorspellen. 
Een Epiloog besluit het artikel. De schrijver richt zich hierin tot de mensen met pedofiele gevoelens en tot de samenleving. 

Gieles, Frans, Over recidive gesproken 

OK Magazine 70, okt. 1999

Een meta-analyse besproken. 13,4% Recidiveert, niet dus 30 of 90% zoals werd beweerd. 
 

Gieles, Frans, Recidive: mythe en cijfers

VN 23 oktober 2004

Joshua Livestro schrijft in VN van 16 oktober jl: "Cijfers uit de verenigde Staten leren dat meer dan negentig procent van alle veroordeelde pedoseksuelen vroeg of laat voor een pedoseksueel incident veroordeeld zal worden. Bijna zes op de tien gaan tijdens hun proefverlof opnieuw in de fout."
Dit is niet wel erg politiek correct, maar het is alleen niet waar, het is een harnekkige mythe die tot in de psychiatrische rapporten en de rechtszalen doorgedrongen is. Cijfers uit Nederland, de VS en vele andere landen leren anders.  
 

Gieles, Frans, Wat bezielt die mensen? 

2002

Er huizen, naaste vele andere, pedofiele gevoelens in mijn ziel: kinderen trekken mij aan en soms duikt daarbij ook een erotisch gevoel op.
Hoe komen die er? Waarom is dit nu een probleem? Hoe kun je daar goed mee leven? Hoe kan de samenleving er mee leven? 
 

Gieles, Frans, Een Doorbraak in het Denken? Is pedofilie een ziekte? Discussie in Archives of Sexual Behavior - Een Verslag

Vertaald uit: Ipce Newsletter E15, March 2003.

 Het december 2002 nummer van Archives of Sexual Behavior is een themanummer over pedofilie.
Richard Green houdt een pleidooi om pedofilie te schrappen uit het DSM, het Diagnostic & Statistical Manual - het Diagnostisch en Statistisch Handboek) het bekende handboek dat psychische ziekten definieert. Daaronder is ook pedofilie, zij het onder zekere voorwaarden. 
Gunter Schmidt schrijft dat niet alle pedofielen per se gewetenloze aanranders zijn; eerder hebben mensen met pedofiele gevoelens een gewetensprobleem, een moreel dilemma. Zij verdienen eerder respect dan veroordeling. Dan volgen 21 commentaren van andere auteurs, waarna Green en Schmidt weer reageren.
In dit artikel geef ik een verslag van deze discussie. Een doorbraak ik het denken? Of op zijn minst in de manier van discussiŽren? 
 

Drie meta-analyses van Roberto Maniglio.
JON
Drie artikelen van Roberto Maniglio zoeken naar samenhang tussen 'seksueel misbruik in de kindertijd' (SMA/CSA - Child Sexual Abuse) en latere problemen. Er blijkt een samenhang, maar geen sterke: andere factoren spelen mee. 
 
Gieles, Frans E J, Leiden ongewenste seksuele ervaringen in de jeugd tot latere problemen met relaties? Bespreking van onderzoek uit Leuven en Londen:
 
Revell, Arlynn, Vansteenwegen Alfons, Nicholas Lionel, & Dumont Kitty; Oct 23 2008.
 Unwanted early sexual experiences (UESE) and relationship adjustment among students in committed relationships; 
JON

Universiteit van Leuven en van Fort Hare, Londen en Zuid Afrika.

Electronic Journal of Human Sexuality.

Onze resultaten ondersteunen niet die van het (gebruikelijke) onderzoek en de conclusie daarvan dat 'overlevers' van seksueel misbruik van kinderen meer problemen hebben met intieme relaties dan degenen die geen misbruik hebben meegemaakt.
 
Onze bevindingen ondersteunen die van Rind cs (1998 en 1997), die stellen dat er slechts een gering verband is tussen vroeg misbruik en latere psychopathologie.
Seksueel misbruik in de kindertijd (hier: ongewenste ervaringen) leiden niet onherroepelijk tot latere relatieproblemen.
 
Gieles, Frans E J, Sympathiek onderzoek in het verkeerde kader - 2016 - over het artikel van Houtepen cs 2015 (zie hier onder) JON
Een op zich vernieuwende kijk op mensen met pedofiele gevoelens die massaal bereid en in staat zijn om zichzelf te beheersen ... is hier bekeken door de bril, het kader, het frame van het meer beschreven en dus bekende en vertrouwde dader & slachtoffer model, dat nu net gaan over de mensen die zichzelf niet wisten te beheersen. 
 
Citaten uit: 
Houtepen, Jenny A.B.M.; Sijtsema, Jelle J. and Bogaerts, Stefan; 
Seksueel aangetrokken zijn tot minderjarigen -
Seksuele ontwikkeling, omgaan met verboden gevoelens en het ontladen van seksuele gevoelens bij zelfverklaarde pedofielen. 
- Department of Developmental Psychology, Tilburg University, Tilburg, The Netherlands

Vertaald uit: 
- Journal of Sex & Marital Therapy; 22 June 2015 -
- PDF File 

- Commentaar: JON

Dit artikel beoogt het geven van meer inzicht in pedofiele oriŽntatie, alsook in het risico en de beschermende factoren bij niet klinisch opgenomen pedofielen, om overtreding van de wet te voorkomen.
Vijftien deelnemers werden geÔnterviewd over seksualiteit, het omgaan problemen en over seksuele zelfbeheersing. Veel deelnemers worstelen met het erkennen van hun pedofiele gevoelens voor prepuberale kinderen, als gevolg waarvan zij psychische problemen ondervonden. Meerderen van hen hebben seksuele overtredingen begaan in hun tienerjaren, terwijl zij bezig nog waren hun gevoelens te ontdekken.
Het vroeg ontdekken van risicofactoren en een vroeg begin van interventie lijken noodzakelijk om wetsovertredingen te voorkomen. Dit te meer omdat resultaten veronderstellen dat risicoís voor wetsovertreding kunnen worden verminderd door het geven van meer openheid over pedofilie en het aanbieden aan pedofielen van sociale steun en toezicht.  
 
Jacobsen, David; Hulp voor pedofiele jongeren 
[* Hiermee komt u in de rubriek "Hulpverlening"]
Scriptie HvA 2015;
Ouders Online
Waar kunnen jongeren terecht als ze ontdekken dat ze pedofiele gevoelens hebben? David Jacobson deed er onderzoek naar, in opdracht van Ouders Online. Hij studeerde erop af (bij pedagogiek aan de HvA) en won er een prijs mee voor de beste scriptie. 
Steun van de ouders blijkt heel belangrijk te zijn voor een jongere, bij het accepteren van zijn geaardheid, en het leren ermee om te gaan. En omgekeerd: afwijzing of onbegrip van de ouders kan bijdragen aan een (sociaal) isolement van de jongere, wat tot depressies of andere psychische problemen kan leiden.
De respondenten zeiden bijna allemaal dat praten met gevoelsgenoten het beste helpt.
Herkenning op jonge leeftijd, samen met meer kennis en ondersteuning, kan een pedofiel en diens omgeving enorm helpen met deze gevoelens om te leren gaan, zich geen outcast te voelen, en mogelijk misbruik te voorkomen.
 

Kerkhof, Martijn P.N. 'Seksuele ervaring maakt jongeren liberaler' , Interview met Jany Rademakers over kinderseksualiteit.

0-25, oktober 1999, p 18 ev.

Kinderen hebben ontegenzeglijk seksuele gevoelens. Mensen willen daar vaak niet aan. Maar de drie grondelementen van seksualiteit - gender, intimiteit en lichamelijkheid - blijken ook van groot belang in het leven van kinderen,' stelt Rademakers, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO). 
 

Krivackska, James, Evaluatie van het project preventie seksuele kindermishandeling 

In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

[...] Er bestaat toenemende bezorgdheid dat de programma's kinderen een misplaatste afkeer van aanraking en lichamelijke intimiteit bijbrengen in een leeftijdsfase waarin zulke intimiteit van essentieel belang is voor een normale psycho-sociale ontwikkeling. 
[...] In de haast om seksueel misbruik van kinderen te voorkomen is onvoldoende aandacht geschonken aan de uitwerking die preventie-programma's hebben op de ontwikkeling van kinderen en op hun begrip van affectie, aanraking en seksualiteit. Evenmin is voldoende aandacht gegeven aan de gevolgen voor hun relaties met anderen en voor de wijze waarop zij lichamelijk contact met anderen beoordelen. 

In het onderhavige onderzoek is een poging gedaan om dergelijke gevolgen te onderzoeken voor een in brede kring gebruikt programma: het Child Assault Prevention Project (CAPP). 
 

Over:
Maniglio, Roberto:
Gieles, Frans E J, Leidt 'seksueel misbruik' in de jeugd tot latere problemen? 
Drie meta-analyses van Roberto Maniglio.
JON
Drie artikelen van Roberto Maniglio zoeken naar samenhang tussen 'seksueel misbruik in de kindertijd' (SMA/CSA - Child Sexual Abuse) en latere problemen. Er blijkt een samenhang, maar geen sterke: andere factoren spelen mee.  
 
Ministerie van Justitie: 
Seksueel misbruik van kinderen -
aard, omvang, signalen, aanpak. Brochure, 2001
Ministerie van Justitie
Onder seksueel misbruik van kinderen verstaan we seksuele contacten van (jong) volwassenen met kinderen jonger dan zestien jaar, die plaatsvinden tegen de zin van het kind of zonder dat het kind deze contacten kan weigeren. Daders zetten het kind emotioneel onder druk , dwingen het of weten door hun overwicht te bereiken dat het zich niet aan de seksuele toenaderingen kan onttrekken.
  • Vier reacties, door Petra de Geus in De Nieuwe Sekstent (NVSH)

Okami, Paul, , Hoe in de Amerikaanse wetenschappelijke literatuur seksuele contacten tussen volwassenen en kinderen worden vertekend, 

In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op bepaalde tendensen in dat deel van de victimologische literatuur dat ook wel wordt aangeduid als het nieuwe onderzoek van incest en seksueel misbruik van kinderen. Typerend voor de auteurs van dit soort artikelen waaronder onderzoekers en klinisch psychologen, maar ook politieke activisten en populaire schrijvers is dat zij polemische kunstgrepen en onderzoeksmethoden hanteren die de grens tussen sociale wetenschap en maatschappijkritiek doen vervagen. 
 

Citaten uit 

Padding, R.; Pedofilie en conflict - Onderzoek naar de conflict-beladen relatie tussen het bestaan van pedofielen en de Nederlandse samenleving†- 

Vertaald uit het Engels. 
Radboud Universiteit Nijmegen - 2015

Dit onderzoek concentreert zich op pedofielen en hun plaats in de Nederlandse maatschappij. Uitgaande van de vraag: ďIn welke mate is er een conflict vanwege het bestaan van pedofielen in de Nederlandse maatschappij?ĒDe informatie is verzameld en geanalyseerd dooreen kwantitatieve analyse op inhoud van kranten artikelen en semi-gestructureerde vragen bij het interview met pedofielen.
In dit onderzoek zijn pedofielen gedefinieerd als personen met een seksuele oriŽntatie gericht op kinderen jonger dan 16 jaar. De seksuele oriŽntatie omvat niet alleen seksuele gevoelens maar ook romantische gevoelens.

De twee belangrijkste resultaten: 
- Als eerste: kranten geven een gegeneraliseerd beeld weer van pedofielen als personen die handelen of mogelijk kunnen handelen op een pedoseksuele wijze. Deze overdreven generalisatie leidt tot de beeldvorming van een gestigmatiseerd stereotype, die van de seksueel-criminele kindermisbruiker.
- Als tweede: de respondenten ervaren dat stigma in hun dagelijks leven, zodat zij zich niet geaccepteerd voelen door de maatschappij. Daarentegen ervaren ze een structureel conflict dat zich uit in de vorm van ongelijkwaardigheid in hun levensmogelijkheden. Het feit dat zij zich niet kunnen uitspreken over hun seksuele identiteit kan leiden tot moeilijkheden in het sociale leven. Zij vragen om bescherming en professionele hulp, om te leven zonder angst op ontdekking. Dit laatste is een vorm van verborgen geweld.

 Uit de resultaten: "De organisatie die onder de respondenten het hoogst gewaardeerd wordt is de zelfhulpgroep JON van de NVSH."
Uit de discussie: "Verder zou het een goed hulpmiddel zijn om uit te vinden welke mogelijkheden er zijn om verenigingen als de NVSH en de zelfhulpgroep te versterken en te beschermen. Op die wijze krijgen pedofielen de hulp die zij nodig hebben."

Palmen, Dťsirť, Pedofilie, het niet te accepteren 'anders' zijn?  Een ethische beschouwing op grond van wetenschappelijke gegevens; (Student) Begeleider: Prof. Dr. E. Brugmans

Paper in het kader van de ťťnjarige beurs filosofie van de Radboudstichting . Juni 2001  

Via dit paper is gepoogd om meer inzicht te geven in de verschillende ideeŽn die er heersen over pedofilie. Zowel aan de kant van de maatschappij, als aan de kant van de pedofiel zelf. Beide visies zijn beschreven, geanalyseerd en waar nodig weerlegd en genuanceerd. Na het lezen van dit stuk zouden beide 'kampen' moeten inzien dat zij samen, met de overheid, collectief verantwoordelijk zijn voor in ethisch opzicht, de best mogelijke omgang met het thema pedofilie. 
Binnen deze 'ideale' omgang moeten steeds twee aspecten in de weegschaal worden gelegd:

  • 1. De bescherming van kinderen

  • 2. Het respect voor de pedofiel

Over 
Palmen,
Dťsirť, Pedofilie, het niet te accepteren 'anders' zijn? :
Reactie van een respondent.
JON
Ik denk dat het onderzoek van Dťsirť Palmen over het algemeen best nuttige conclusies opgeleverd kan hebben, behalve nou juist waar het gaat om de relaties tussen kinderen/jongeren en volwassenen. Even een paar kanttekeningen: [...]
Dat ze vindt dat pedofielen in ieder geval mensen zijn, met morele overwegingen en niet per definitie ziek, is een enorme verademing in deze duistere tijden van hysterie en vervolging. Ze verdient dan ook ondanks mijn kanttekeningen wat dit betreft veel waardering en erkentelijkheid en bovendien tenminste het respect dat ze tegenover ons getoond heeft. Met wat minder tijdsdruk en wat meer literatuurstudie had ik bovenstaande kanttekeningen wellicht niet eens hoeven maken.

Plummer, Ken, Een sociologische kijk op pedofilie,

Uit het Engels vertaald door Edward Brongersma

Ik wil drie van de stellingen die sociologen hebben toegepast op gegevens over homosexualiteit, uiteenzetten, en kijken of die nu ook toegepast kunnen worden op pedofilie:

  • het afwijkend gedrag tot iets betrekkelijks maken, (deel 1)

  • het afwijkend gedrag vermenselijken, (deel 2)

  • het afwijkend gedrag als iets normaals afschilderen. (deel 3)

Prescott, James A., Lichamelijk genot en de oorsprong van geweld

The Bulletin of The Atomic Scientists, november 1975, pagina's 10-20

Als we ernaar streven het genot in ons leven te verhogen, zal dit ook een effect hebben op de manier waarop we onze agressie en vijandigheid uiten. De wisselwerking tussen genot en geweld bestaat eruit dat het ene het ander verhindert. Is er veel lichamelijk genot, dan is er weinig lichamelijk geweld. Is er veel geweld, dan is er weinig genot. Deze basispremisse van de somatosensorische theorie geeft ons de middelen om een wereld te scheppen van vreedzame, affectieve en samenwerkende individuen.
 

Recidive - enkele cijfers 

JON

Kamervragen en antwoorden over recidive; recente cijfers en artikelen hierover. 
 

Revell, Arlynn, Vansteenwegen Alfons, Nicholas Lionel, & Dumont Kitty; Oct 23 2008.
 Unwanted early sexual experiences (UESE) and relationship adjustment among students in committed relationships. 
Hier besproken als: 
JON

Universiteit van Leuven en van Fort Hare, Londen en Zuid Afrika.

Electronic Journal of Human Sexuality.

 

Onze resultaten ondersteunen niet die van het (gebruikelijke) onderzoek en de conclusie daarvan dat 'overlevers' van seksueel misbruik van kinderen meer problemen hebben met intieme relaties dan degenen die geen misbruik hebben meegemaakt.
 
Onze bevindingen ondersteunen die van Rind cs (1998 en 1997), die stellen dat er slechts een gering verband is tussen vroeg misbruik en latere psychopathologie.
Seksueel misbruik in de kindertijd (hier: ongewenste ervaringen) leiden niet onherroepelijk tot latere relatieproblemen.
 

Rivas, T., Is "pedofilie" een synoniem voor "kindermisbruik"? 

JON

Uit dit alles blijkt ondubbelzinnig dat kinderen (zowel minderjarige jongens als wel degelijk ook meisjes) positieve erotische relaties kunnen hebben met volwassenen. "Pedofiele" relaties zijn daarmee niet per definitie onvrijwillig en ze gaan niet per definitie gepaard met dwang, verleiding of claimen van het kind. 
 

Rivas, T., Vrijwillige en onschadelijke affectieve relaties tussen minderjarigen en volwassenen buiten de eigen familie   Kritisch

JON

Bestaan er positieve vormen van pedofilie en misschien zelfs van bepaalde vormen van pedoseksualiteit? Dit is de getaboeÔseerde vraag die ik in dit artikel wil behandelen. [...]
Is seksueel misbruik van kinderen door volwassenen hetzelfde als seks van volwassenen met kinderen? 

Schuijer, Jan, Rossen, Benjamin & Andriette, Bill, De constructie van de volksduivel 

In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

Nederland heeft een lange traditie in de bestrijding van discriminatie en het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid wordt vermeld in artikel van de Grondwet. Dat voor "pedofielen" geen gelijke rechten en plichten zouden gelden als voor andere burgers was niettemin voor een grote Kamermeerderheid vanzelfsprekend. 
Waar wetsvoorstellen oorspronkelijk een verbod op discriminatie wegens "seksuele gerichtheid" beoogden, werd dit laatste al snel veranderd in "homoseksualiteit" of "hetero- of homoseksuele gerichtheid", met al; bedoeling, discriminatie op grond van pedofilie mogelijk te blijven maken. 
 

Sikking, Ingrid, Tieners vrijen eerder;

 AD 6 november 2002

Jongeren zijn steeds eerder seksueel actief, zo blijkt uit een onderzoek van de Rutgers Nisso Groep onder ruim 1500 scholieren van het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Van de 11- tot 13-jarigen heeft bijna tien procent al seks gehad, terwijl dat in 1995 nog vier procent was. Van jongeren van 14 en 15 jaar heeft een kwart geslachtsgemeenschap gehad, tegen een vijfde zeven jaar geleden.
Het onderzoek `Lang leve de liefde' is de eerste grote studie die naar jongeren en seksualiteit is gedaan sinds 1995 
 

De ervaringen van homo- en biseksuele mannen met inter-generationele seksuele contacten in hun kindertijd; Stanley, Jessica L., Bartholomew Kim & Oram Doug In: The Journal of Sex Research, 41-4
In dit artikel, waarvan een deel hieronder door JON is vertaald, onderzoeken de auteurs 
  • de ervaringen zoals in de titel genoemd, maar ook 
  • de definitie waarmee men zoiets correct beschrijft. 

Zij vergelijken twee definities, te weten 

  • de gebruikelijke definitie, namelijk "CSA" = Child Sexual Abuse, ofwel "SMK" = Seksueel misbruik van Kinderen, gebaseerd op een verschil in leeftijd; elk contact met zo'n verschil is per definitie seksueel misbruik; met
  • een andere definitie, die zij voorstellen te gebruiken, namelijk "CSA-P of CSE" = Child Sexual Abuse based on perception annex Child Sexual Experience, ofwel "SMK-E of SEK" = Seksueel Misbruik van Kinderen indien zo ervaren, of Seksuele Ervaringen van Kinderen. 
    Dus: vraag eerst eens aan het (voormalige) kind hoe het contact ervaren is en spreek slechts indien dit negatief is van misbruik. 

Zij tonen aan dat hun definitie beter werkt als men de samenhang wil ontdekken tussen vroege seksuele ervaringen met volwassene(n) en latere problemen. 

De samenhang is deze: 

  • De deelnemers aan het onderzoek die het seksuele contact zelf als negatief, afgedwongen en als misbruik hadden ervaren, hadden later meer problemen in de volwassenheid dan wie deze negatieve ervaringen niet had gehad.
  • Zij die het seksuele contact hadden ervaren als positief, zonder dwang en niet als misbruik, hadden even veel of even weinig problemen in de volwassenheid als degenen die geen seksuele ervaringen in de kindertijd hadden gehad. 

Wakefield, H., Underwager, R., Rossen, B. & Legrand, R.,  Ondervraging van kinderen 

In: 'Het seksuele gevaar voor kinderen Mythen en feiten' onder redactie van Benjamin Rossen en Jan Schuijer,  Amsterdam, 1992.

De wijze van ondervragen van een kind bij vermoedens van seksueel misbruik volgt in de gehele Verenigde Staten en in Nederland hetzelfde patroon. Er bestaan algemeen gebruikte technieken om misbruik te onderzoeken en het kind te ondervragen. De wijze waarop het kind wordt ondervraagd impliceert dat de kans op fouten, die de betrouwbaarheid van de door het kind afgelegde verklaring aantasten, groot is. Het kind dat op suggestieve wijze wordt benaderd door een volwassene die onwetend is van zijn eigen invloed, ondergaat een leerproces. Men dient daarom ernstig rekening te houden met de mogelijke rol van de invloed van de volwassene op het gedrag van het kind. Bij gebrek aan steunbewijs of bekentenis van de veronderstelde dader dient men uiterst voorzichtig te zijn met het afgaan op een op zichzelf staande verklaring van het kind. 
 

Start ] Omhoog ]